Vlees van kalkoendijen, sugar snaps en peultjes
Als vlees gerookte kalkoendij gebruikt. Niet helemaal vrijwillig overigens.
Kalkoen treedt in deze tijd van het jaar in Angelsaksische landen zeer nadrukkelijk op de voorgrond. En dan zie en weet je meteen weer hoeveel buitenlandse kookprogramma’s er wel niet worden uitgezonden door Nederlandse TV-zenders. En als dan ook nog de Nederlandse TV-koks meegaan doen aan een Angelsaksische traditie, lijken alle kookprogramma’s nog meer op elkaar. Vanaf zeg 10 december tot zeker na de kerst, want dan maken ze allemaal eenzelfde soort gerechten met als motto ‘wat te doen met de kalkoenrestanten’. Daarna begint de oliebollen en appelflappen periode, samen met de borrelhapjes voor oud en nieuw. Wij kijken wel weer passief mee met de kookprogramma’s, als achtergrondruis, na het begin van het nieuwe jaar, zo rond 4 januari.
Kalkoen was bij mij al vroeg bekend. Niet doordat wij het aten. Welnee. Wij aten kip, geen kalkoen. Ik kende ze ook vooral als klokkloks. Want zo noemde Obelix ze in het nog steeds prachtige Asterix en Obelix verhaal ‘De grote oversteek’ naar Amerika, uit 1975. Zo vreemd is het niet dat Obelix de vogels een naam gaf op grond van hun geluid. Denk in Nederland maar aan de koekoek, oehoe, kievit, grutto en tjiftjaf, bijvoorbeeld. De kalkoen kent zijn oorsprong in Noord-Amerika. Via de Spanjaarden kwam de kalkoen pas in de 16e eeuw naar Europa. Net zoals de aardappel en de tomaat.
Zijn kipfilet en kalkoenfilet van dezelfde kleur, dat geldt niet voor kippendij en kalkoendij. Kalkoendij, zonder vel, is roder van kleur. Zeker als het ook nog eens gerookt is. Het is ook nog eens veel groter en zwaarder dan een kippendij. We zagen rode kalkoendijen in reepjesvorm liggen in een supermarkt, als iets nieuws, voor ons tenminste. Opgepakt, bijna in het winkelwagentje gelegd, en toen weer in de koeling teruggelegd. De reepjes kalkoendij hadden namelijk ‘kalkoen spekreepjes’ als naam en in de tekst stond ‘gemaakt op basis van kalkoen’.
Dat laatste is wel degelijk een merkwaardige tekst, hoe eerlijk ook. En spek, dat hoort bij varkensachtigen, niet bij kalkoen, toch? Bij de ingrediënten stond dat er 95% kalkoendij inzat. Komt vaker voor bij gerookt vlees, percentages rond de 95%. Het is geen samengeperst separatorvlees, want dat moet van de wet op het etiket staan. Overigens heb ik echt niets tegen separatorvlees. Frikandel! Bovendien ben ik groot voorstander van het gebruik van alle slachtvlees. Niets weggooien!
Kort daarna op een rustig moment bij onze keurslager binnengelopen en gevraagd naar reepjes gerookte kalkoendij. Die had hij, werd breed lachend gemeld, en ook nog bijna zonder vet, mager vlees dus. Die rode reepjes werden getoond. Ik mocht trouwens ook wel een hele kalkoendij van 800+ gram kopen. Snel aanbraden en dan lang in de oven in een braadpan. Daarvan afgezien, tot nu toe. Even naar de prijs van 300 gram kalkoendij in reepjes gevraagd, en oei, beetje veel duurder dan de kalkoen spekreepjes van de super. Gemeld dat we daar toch nog even over gaan nadenken.
Weer thuisgekomen zag ik in mijn geheugen eigenlijk geen verschil in uiterlijk tussen reepjes kalkoendij en kalkoen spekreepjes. Toch knap van die toeleverancier van de supers. Vergeten deze beleving thuis te vertellen. Andere dingen trokken de aandacht.
Enkele dagen later had een medebewoner boodschappen gedaan. Ze hebben iets nieuws bij de super werd bij thuiskomst verteld. Kalkoen spekreepjes, meteen 2 bakjes gekocht. Op een goed moment hem de tekst op de verpakking laten lezen. Hij zag het probleem niet echt. 95%, dat is toch best veel vergeleken met jouw frikandel van de patatzaak. Dat was dus wel blijven hangen! Toch even nagekeken en hij had gelijk. In Nederlandse frikandel zit vaak om en nabij de 80% vlees, waarvan een ruime meerderheid separatorvlees is.
Schwäbische Spätzle was al populair bij ons, hoewel 1 medebewoner er niet altijd even enthousiast naar uitzag, naar maaltijden met Duitse Spätzle soorten. Dat is compleet veranderd sinds we er een Sauce Mornay door doen én zoutig vlees erbij serveren. Bij dat laatste denk je al snel aan gerookte spek- en bacon-reepjes. En Sauce Mornay? Wij maken regelmatig een bechamelsaus met extra ingrediënten. Is dat extra ingrediënt kaas, dan heb je meteen een Sauce Mornay. Zo simpel is het.
Als groenten er sugar snaps en peulen bijgezocht. Dat vereist wel extra tijd en werk, want de draadjes moeten worden verwijderd. Ze hebben allebei een zoete smaak een knapperige structuur. Past goed dachten we, bij een Sauce Mornay met Schwäbische Spätzle.