Archief van
Tag: Katenspek

Oesterzwam: een levende diertjes etende schimmel

Oesterzwam: een levende diertjes etende schimmel

Oesterzwammen op een pizzaatje met katenspek. Dat was de oorspronkelijk bedachte titel. Toen ik dit pizzaatje aan het maken was liep namelijk iemand de keuken in en die vroeg “is dat een pizza met oesterzwammen of zijn dat oesterzwammen met pizza?”. Goede vraag, want er lagen lekker veel oesterzwammen bovenop. En als gevolg daarvan de nadruk op de oesterzwammen in de oorspronkelijke titel.

Tot iemand anders zei, “dat vleesetende wat je vertelde, dat is eigenlijk veel interessanter om te benadrukken”. Om te eindigen met de vraag “Wat vinden vegetariërs eigenlijk van het eten van een paddenstoel van een schimmel die levende dieren heeft gegeten?”. Interessante open vraag. Want oesterzwammen zijn ook populair bij onze vegetarische vrienden. Die, bij navraag, niet wisten wat de schimmel die oesterzwammen produceert zoal eet. Vraagje als gevolg. Waar stopt niet-vlees bij vegetariërs en veganisten? Voedsel dat zelf geen vlees is of telt vlees in de voedselketen van niet-dieren ook mee? Ze zijn er nog niet over uit.

Anyway. Schimmels zijn populair in onze keuken. Schimmels eten we veel in de vorm van blauwschimmelkazen en de witte korsten van bijvoorbeeld brie en camembert. Producten gemaakt van gefermenteerde eiwitten afkomstig uit het mycelium van schimmels, i.e. de ondergrondse schimmeldraden, die eten we niet. Dat is evolutionair gezien geen natuurlijk voedsel voor de mensheid en wordt ook niet door iedereen verdragen. Wat we dan weer wel eten, en ook nog eens in grote hoeveelheden, dat zijn de vruchtlichamen, i.e. de paddenstoelen. Oesterzwammen behoren daarbij bij ons tot de favorieten onder de paddenstoelen.

Oesterzwammen zijn dus vleeseters. Interessant en fascinerend weetje. Ze eten aaltjes. Waarschijnlijk evolutionair ontstaan als afweermiddel tegen aaltjes. Want aaltjes, rondwormen van rond de 0,5 millimeter lang, eten onder andere schimmeldraden. Oesterzwammen produceren gif die de aaltjes verlammen. Daarna dringen de schimmeldraden de aaltjes binnen om ze te verteren. Daardoor krijgen oesterzwammen stikstof binnen. En daardoor konden oesterzwammen migreren naar dood en/of rottend hout. Want uit dat niet-levende hout krijgen oesterzwammen geen stikstof. Oesterzwammen eten dood plantmateriaal én aaltjes om te overleven.

Voor onze consumptie worden er 3 soorten oesterzwammen gekweekt; een grijze, gele en roze variant. De grijze oesterzwam – wetenschappelijke naam Pleurotus ostreatus – vind je standaard in de winkels en heeft een mild nootachtige en umami smaak. Het is een unieke zwam. De gele en roze varianten hebben wij nooit gegeten, maar de gele oesterzwam smaakt naar verluidt delicaat en ook nootachtig, waar de roze oesterzwam een sappige en fruitige smaak heeft. Toch eens naar die roze variant op zoek gaan.

Kruid je de oesterzwammen met paprika, knoflookpoeder et cetera, dan proef je de oesterzwammen niet meer, alleen de stevige textuur blijft overeind. Daarom kruiden wij de rest van de maaltijd vaak wel, maar de oesterzwammen meestal niet.

Paddenstoelen zijn zichzelf. Ze groeiden oorspronkelijk allemaal in de natuur. En voor sommigen soorten is dat nog steeds de enige plek waar ze groeien. Voor vleeswaren gelden andere regels. Vleeswaren zijn gerijpte en gekruide producten. Ze zijn gemaakt door mensen.

Niet alle vleeswaren blijven lekker nadat ze als onderdeel van een pizza de oven in zijn geweest. Proberen en experimenteren is nodig. Ook bij de keuze van 1 soort vleeswaren. Zo worden sommige katenspekken nog lekkerder, anderen proef je niet meer na de oventijd. Beetje raar misschien, maar wel de harde werkelijkheid. De ene producerende slagerij is de andere niet. Qua gebruik op pizza’s dan.

Nu eten wij, ok, ik, elke zaterdag een andere pizza. Dat is best eenvoudig gezien de hoeveelheid aan combinaties van ingrediënten die mogelijk zijn! 52 zaterdagen (en heel soms zelfs 53) aan experimenten per jaar leveren bovendien genoeg resultaten. Zeker omdat wij experimenteren met ingrediënten erg leuk vinden.

Gek genoeg komt een goede katenspek-voor-op-pizza voor ons niet van een slagerij, maar van een super. Rare wereld. Maar de uitkomsten van experimenten liegen niet. Het is gewoonweg lekker of niet. Simpel.

Lees Meer Lees Meer

Klein hartig uientaartje met gebakken katenspek

Klein hartig uientaartje met gebakken katenspek

Vóór de tocht huiswaarts na een verblijf in Duitsland, bezoeken we altijd een grote supermarkt op een industrieterrein. Dan zijn niet alleen lekkernijen als Harzer Käse en Spätzle doelwitten.

Ook het recepten/advertenties tijdschrift wordt gezocht. Zoeken, want het staat niet altijd in rekken, zoals bij Nederlandse supermarkten. De Duitse versies verschijnen ook niet allemaal zo vaak per jaar als de Nederlandse varianten.

Ze maken er soms ook niet zoveel werk van, die Duitse supermarkten. Voor recepten richten ze zich vaak op variaties van simpele Duitse gerechten. En dat maakt ze juist zo interessant voor een buitenlander. Dus het tijdschrift, ongelezen, ook ingepakt. Om thuis te lezen. Dat zijn de momenten dat we alsnog blij zijn dat we in onze jeugd deels met Duitse voetbalprogramma’s en met in het Duits nagesynchroniseerde Westerns zijn opgegroeid.

Deze keer stond er een uientaartje in het tijdschrift, volgens het artikel uit de Elzas. Ook af en toe Duits grondgebied geweest. Het taartje zelf was eigenlijk niets bijzonders. De relatie met de Elzas heb ik ook niet echt kunnen ontdekken. Dan is het marketing.

We hebben al een lekker rode uientaartje. De foto in het tijdschrift trok echter de aandacht. En niet te vergeten, het woord Mürbeteig. Mooi Duits woord, dat korstdeeg betekent en dat lekker deeg is in hartige taarten en quiches.

Kortom, we zijn nog een uientaartje rijker, wel met wat aanpassingen ten opzichte van het gerechtje in het tijdschrift van de supermarktketen.

1 van die aanpassingen is het weglaten van de sjalot. Elzas ligt nu in Frankrijk en dus moesten er Franse sjalotten in. Die sjalotten zijn tweejarige bollen, maar dan langwerpig van vorm. Je krijgt meer Franse sjalotten als je een Franse sjalot in de grond stopt en rustig laat groeien.

Er zijn ook Nederlandse sjalotten, ontstaan door sjalotten te kruisen met uien. Zo werd een bol verkregen die eenjarig is en wel meteen door zaad kan worden vermeerderd. Die Nederlandse sjalot is geen ui, want het bevat sjalotgenen en het is geen Franse sjalot, want het bevat uiengenen.

Nederlands vernuft én 15 jaar telen en selecteren, leverden een eindproduct waar Franse boeren nu nog boos om zijn. Uiteindelijk moet de Europese rechter waarschijnlijk beslissen of de tijdelijke beslissing dat de Nederlandse sjalot, sjalot mag heten, een definitieve beslissing gaat worden.

Voor het vlees stond er simpelweg Speck in de lijst met ingrediënten. Dat laat nogal veel vrijheid. Hier katenspek genomen, om de oorspronkelijke Duitse afkomst.

Lees Meer Lees Meer

Calzone van flammkuchendeeg, met rode ui

Calzone van flammkuchendeeg, met rode ui

Vooral, maar niet uitsluitend, op Duitstalige foodblogs te vinden. Maar goed, via en met Duitse vrienden eten we aldaar ook wel eens comfortfood, waaronder deze calzone van flammkuchendeeg.

Calzone hoort in Italië te worden gemaakt met pizzadeeg; deeg met gist. Daar zijn ze strikt in. Zelfs een kleintje maken, een calzonetti, is mogelijk niet toegestaan in dat land? Daar denken ze buiten Italië – zeker in Duitsland en de Elzas – heel anders over. En terecht.

Calzone refereert vooral naar de vorm, in Italië, de rest is impliciet gedefinieerd. Simpel gezegd, omgeslagen deeg met een vulling. Is een Cornish pasty daarmee een Engelse calzone? Een vraag die je niet moet stellen in een Italiaanse uitgaansgelegenheid, dat is wel zeker. In Groot-Brittannië doen ze veel minder moeilijk: sconezone! Maar als je vraagt of een Cornish pasty een dubbelgevouwen flammkuchen is, want deeg zonder gist, reageren ze in Cornwall vast net zo als de Italianen. Vast daar ook door trots.

Een calzone moet je vullen. Daar horen in Italië in ieder geval tomaten bij, maar ook vaak ui en kaas. Alles wat je op een pizza doet als topping, kan in een calzone. Je moet er alleen rekening mee houden dat vocht in een calzone niet weg kan.

Gebruik je rauwe paddenstoelen, dat gaat het geheel binnenin stomen. Gebruik je rauw vlees, dan trekt vet in de bodem, die daardoor regelmatig niet knapperig gaat worden. Het vlees eerst bakken dus.

Op een klassieke flammkuchen gaan (rode) ui, crème fraîche, spekreepjes en mogelijk wat zwarte peper, maar geen tomaat. Extra kaas is inderdaad extra. Maar met inspiratie van pizza toppings kan je er natuurlijk, vooral buiten de Elzas, op doen wat je wilt. Ook als je een calzone maakt van flammkuchendeeg.

Hier voor een mix gekozen. 4 calzones gemaakt, met 4 verschillende vullingen, naar wens van de aanstaande eters. Dus aan de buitenkant al laten zien wat erin zit. Vergissen bij het uitdelen is dan niet meer mogelijk.

In 2 van de vullingen zit katenspek. Katenspek heeft uitgesproken lekkere smaken.

Lees Meer Lees Meer

Mafaldine, rode ui, paprika, knoflook, noten en …

Mafaldine, rode ui, paprika, knoflook, noten en …

Zijn we in onbekende(re) oorden, dan lopen we altijd even speciaalzaken en kookwinkels in. In de koopwinkels kopen we echter bijna nooit wat. We hebben thuis eerder te veel keukenspullen dan te weinig.

Dat ligt anders in speciaalzaken. Daar speuren we naar eetbare dingen die we in onze dorpsupers niet hebben. En dat is soms best veel. Want supers zijn er om zoveel mogelijk in huis te hebben wat zoveel mogelijk klanten lekker vinden. Dat levert omzet op. Speciaalzaken halen hun omzet uit speciale, en daardoor ook vaak duurdere, dingen. Minder verkoop, toch hoge omzet.

We kijken dan zeker altijd even bij de pasta’s. Naar verluidt zijn er zo’n 350 verschillende vormen pasta. Naar verluidt, want het internet wordt het maar niet eens. En veel van die vormen waren vroeger streekgebonden [1].

Maar goed, 350 verschillende pasta-vormen, dat heeft onze voorkeurssuper lang niet in huis. Bij lange na niet. En dan zijn er ook nog pasta’s in verschillende groottes, met eieren of juist volkoren, gekleurd met tomaat en spinazie, en met verschillende vullingen. Waarschijnlijk kom je dan op ruim meer dan 1000 verschillende pasta’s.

En af en toe komt er nog een nieuwe pasta soort bij. Zo werd dischi volanti pasta uitgevonden in 1954 of 1955 na het bezoek van vliegende schotels aan Florence, Italië. En in 2021 werd cascatelli uitgevonden door Dan Pashman [2]. Cascatelli, Italiaans voor watervallen, is een korte halve buisvorm, gekromd en met golfende randen. Bedacht door te stellen dat de pasta moest voldoen aan 3 eisen: sauceability, hoe gemakkelijk hecht de saus zich aan de pasta, forkability, hoe gemakkelijk het is om de vorm aan of op je vork te krijgen en te houden, en toothsinkability, hoe bevredigend is het om je tanden erin te zetten. Iedereen zijn eigen missie en hobby zullen we maar zeggen.

Dit keer viel het oog op de pasta-soort mafaldine. Verschillende grote merken hebben die pasta-soort in hun assortiment. Maar die belandt dan niet in onze supermarkten. Gelukkig kunnen we een groothandel bezoeken. Mafaldine dus meteen mee naar huis genomen.

Mafaldine is een lange pasta-soort. Lange repen die in het midden glad zijn en aan de randen golvend. Hier 1,4 centimeter breed en 24 centimeter lang. Pappardelle met golvende randen, zoiets. Die golvende randen houden meer saus vast dan het gladde midden. Dat zorgt voor een verschil in textuur en smaak tijdens het eten. Er is nog een tussenvorm, tripoline. Die pasta is maar aan 1 kant voorzien van een golvende rand.

Mafaldine schijnt in Napels begonnen te zijn, onder de naam Fettuccelle Ricce. Daarna hernoemd tot Reginette, dat is afgeleid van het Italiaanse woord voor koningin, i.e. regina. Allemaal ter ere van de geboorte van prinses Mafalda van Savoye, de tweede dochter van koning Victor Emanuel III en Helena van Montenegro. Naar verluidt doen de golvende randen van de pasta denken aan de dure jurken van koninklijke dames. De prinses was geliefd in Napels, mogelijk dat dit door WW2 later is veranderd, maar de naam is gebleven. Sterker nog, Reginette is nu onder de naam Mafaldine te koop. Minstens 3 namen voor dezelfde pasta, apart.

Mafaldine is een robuuste pasta. Daar horen geen verfijnde ingrediënten bij. Rustiek, dat moet het worden. Rommelig opgemaakt bord met eten, zo mag het ook genoemd worden. Grove stukken ui en walnoten. En de katenspek nu eens niet uitgebakken, voor een andere textuur. Besprenkelen met witte kaas, mooi voor het kleurcontrast en niet zo zout als feta.

Lees Meer Lees Meer

Over puffs en gougères (en iets over popovers)

Over puffs en gougères (en iets over popovers)

Kookdeeg. Ook in mijn omgeving zijn er mensen die kookdeeg maken lastig vinden. En dat terwijl met een maar paar puntjes van aandacht, vooral qua stappenplan, het echt altijd moet lukken. Het levert ook nog eens een makkelijk te manipuleren deeg op.

Er zijn verschillende manieren om, in stappen, kookdeeg te maken. Als een roux, met bijvoorbeeld hete boter, koude bloem en koude melk, als voor een Schotse pie met kokend water, varkensvet en koude bloem, en als voor soesjes, met kokende melk en boter, en koude bloem. Het lijkt op elkaar, maar het is niet hetzelfde. Het verkregen deeg gedraagt zich ook bij alle 3 anders.

Men is het er in culinaire kringen ook niet altijd over eens. En zeker niet in de – gezien de onnoemelijke hoeveelheid foodblogs, inclusief Reutel – levendige do-it-yourself keuken. Bijvoorbeeld, wat zijn de verschillen en overeenkomsten van puffs, gougères en popovers? Laten we beginnen met dat iets over popovers. Dan hebben we dat gehad.

Popovers zijn luchtige eenpersoons deeghapjes. Ze worden vaak gemaakt van bloem, melk, eieren en olie, zonder een rijsmiddel. Normaal gesproken worden popovers gemaakt in de gaten van een muffinblik, net zoals Yorkies (de mini Yorkshire pudding), waar ze dan heel ver boven het blik uitrijzen. Daarom is 1 bijnaam puffs. Er zijn ook speciale popover bakblikken. Een beetje geldklopperij want een popover bakblik is weinig anders dan een muffinblik met ringen, zonder blik tussen de gaten, en verder alleen wat steilere wanden.

Dé essentie van geslaagde popovers is dat de olie al gloeiend heet is, typisch 200ºC, voordat het beslag erbij gaat. Maak je grote popovers, dan krijg je Yorkshire pudding, zoals die van toad in the hole.

Zoete roomsoesjes en gougères (met room) worden in Nederland gemaakt van soezendeeg. In Engelstalige gebieden van choux pastry en in Franstalige gebieden van pâte à choux. En dat komt allemaal op hetzelfde neer. Er wordt geen hete olie gebruikt, zoals bij popovers, maar gesmolten roomboter in kokend water en/of melk. Daar wordt dan bloem doorheen gemengd. De bloem gaart daarmee al gedeeltelijk voordat het de oven in gaan.

Net als bij popovers rijst het deeg in de oven terwijl er geen rijsmiddel inzit. De watermoleculen (ook in melk) gaan steeds sneller bewegen als de temperatuur toeneemt. Ze maken kleine luchtzakjes in het deeg. En naarmate de temperatuur toeneemt worden de gaten groter en die blijven bestaan als het deeg stolt. Eigenlijk net als bij een soufflé. Daarom bij het maken van cheese puffs of gougères, de oven nooit openen tot ze klaar zijn.

De hartige variant kent meestal kaas als ingrediënt. In Engeland kom je dan al snel uit op Cheddar, voor cheese puffs, in Frankrijk nog steeds op gougères, want die naam impliceert van oorsprong al dat er kaas inzit. Traditioneel, in Bourgogne, in een grote ringvorm gemaakt, maar wijdverbreid zijn nu de eenpersoons deeghapjes. Traditioneel ook met Gruyère, Comté of Emmentaler.

Tegenwoordig mag er van alles in puffs en gougères zitten; andere kaassoorten, kruiden en specerijen, en hamsoorten. Het volgen van voorgeschreven ingrediënten leeft vooral in de Franse haute cuisine, met name in Parijs, niet in de landelijke Franse keuken.

Cheese puffs of gougères, ze zijn eigenlijk hetzelfde, behalve als je je voor de keuze van de kaas laat leiden door sterk nationalitische gevoelens. Dan ben je niet meer vrij in je keuzes.

Lees Meer Lees Meer

Kaas-ei-spek kommetje met walnoten tarator

Kaas-ei-spek kommetje met walnoten tarator

Kaas-ei-spek kommetjes uit de bakjes van een muffinblik. Uit de oven, met een variatie van een walnoten tarator. Hierboven de katenspek versie.

De mooiste exemplaren van dit gerechtje krijg je met bakbacon, of ook katenspek. Spek als rand en al dan niet met (getoast) brood als bodem. Door de wat dikkere spek blijven ze mooi staan buiten het muffinblik. Toen we een keer geen bacon of katenspek in huis hadden, maar wel gerookte en gerijpte hele dunne Coburger ham, dat toch maar eens geprobeerd en zie, dat werkte ook.

Meestal is de vulling een simpel eitje met wat kruiden en specerijen. Dat levert wel een wat uniforme smaak op. Daarom ook nog Cheddar kaas en kleine mozzarella bolletjes toegevoegd, zonder mengen. De mini bolletjes mozzarella blijven heel maar smelten wel. Dat voegt vooral een ander mondgevoel toe. Als laatste de lekker scherpe Buffalo Wings Sauce toegevoegd. Oorspronkelijk gemaakt voor op kippenvleugeltjes of drumsticks, maar inmiddels breed inzetbaar in onze keuken.

Zo’n kommetje is al heel lekker maar is nog geen maaltijd. Daarom een salade erbij van rucola en een op tarator gebaseerd mengsel. Tarator is een bekend smeersel uit Zuidoost-Europa en het Midden-Oosten. Hier een tarator variatie gebruikt, met geroosterde walnoten maar zonder tahini of yoghurt dit keer.

Lees Meer Lees Meer

Een student bakt ‘loaded chicken potato bake’

Een student bakt ‘loaded chicken potato bake’

Een smakelijke maaltijd bereiden zonder dat je al te veel tijd in de keuken moet doorbrengen. Dat blijft toch 1 van de doelen van de student.

Deze keer een ovenschotel volgens een standaard receptje. En als je in het Engels college krijgt omdat er steeds meer buitenlandse studenten worden aangetrokken om maar steeds meer geld te genereren, dan neem je gewoon de Engelstalige gerechtentitels over van je buitenlandse vrienden. Loaded chicken potato bake dus, oftewel een ovenschotel met kip en aardappels. Eigenlijk gewoon een simpele ovenschotel zoals er zovele zijn.

We hebben de oorsprong niet kunnen achterhalen. We vermoeden een redelijk recent recept in een (Amerikaans) kooktijdschrift of website. De gevonden recepten op internet lijken namelijk nogal op elkaar.

Dus door de student een eigen Nederlandse interpretatie gemaakt. Rode aardappels genomen en rode puntpaprika’s toegevoegd. En de bosui en bacon vervangen door sjalotten en katenspek.

Een kleurrijk eenpansgerecht maar dan uit de oven: loaded chicken potato bake. Voor als het buiten lekker hard waait en nog onder de 18°C is.

Lees Meer Lees Meer

Soufflé gehakt taart met randen van spek

Soufflé gehakt taart met randen van spek

Voor een soufflé zijn luchtbelletjes in het beslag onontbeerlijk. Als in de oven de lucht wordt verhit gaan de moleculen sneller bewegen en duwen ze vaker en harder tegen de wanden van beginnende luchtbelletjes. Dit maakt die luchtbelletjes echter maar een klein beetje groter. Niet voldoende voor een geslaagde souflé.

Wat wel voldoende is om de luchtbelletjes echt groter te maken is vocht. Boven de 100°C verdampt het water in het beslag en komt de waterdamp in de luchtbelletjes. Nog meer moleculen in dezelfde kleine ruimte die harder gaan bewegen en tegen de elastische wanden duwen. De wanden moeten wel wijken en het resultaat is grotere bubbels. So far so good.

Maar dan de teleurstelling als de zo mooi gerezen soufflé meteen uit de oven in elkaar ploft, nog voor deze op de tafel staat. Dat een hoge soufflé na vijf of hooguit tien minuten inzakt is normaal. Eenmaal buiten de oven verdwijnt een deel van de warmte uit de soufflé, eten koelt nu eenmaal af. Minder warmte is minder energie en de luchtmoleculen in de luchtbelletjes gaan minder snel bewegen: de luchtdruk in de bubbeltjes daalt. En zo sterk zijn de wanden van ei nu ook weer niet. Blijft de soufflé toch langer goed dan zijn er vast verstevigers gebruikt zoals zetmeel (maizena), of iets dergelijks.

In het begin van de baktijd draperen de bovenste spekreepjes zich op de rand van de nog lage vulling. Dat zie je terug aan de bovenkant van de afgebakken soufflé. De spekrepen worden door het rijzen wel teruggeduwd tegen de zijkant maar in het spekvrije midden hebben de luchtmoleculen veel meer vrijheid om de massa omhoog te duwen. Het uiterlijk krijgt daarmee iets rustieks.

Vrijwel alle recepten kloppen de eiwitten stijf, apart van de eierdooiers. Doe ik dit keer niet. De keerzijde: zeker binnen 5 minuten opeten. Is in dit geval geen straf volgens de tafelgenoten.

Lees Meer Lees Meer

Kippendijen uit den aerdewercken pot

Kippendijen uit den aerdewercken pot

Aaah, de saus. Alleen al voor de smaak van de saus maken we dit gerecht. In de aardewerken pot omdat het nog niet gelukt is de saus zonder die pot zo lekker te maken.

Een aardewerken kookpot is heel vaak synoniem met de merknaam Römertopf zoals het woord googlen synoniem is geworden met zoeken op het internet. Hoewel er ook nog de mooi gevormde Noord-Afrikaans tajine kleipot is. Römertopf is echter net als Google een nieuwerwetse uitvinding, en bedacht in 1966. Römertopf betekent letterlijk Romeinse pot. Of het helemaal authentiek is? Romeinen verpakten eten in klei voor in de oven en gebruikten aardewerken potten voor veel andere dingen dan koken, dat is zeker. Maar het maakt ook niet uit. Eten uit de römertopf is gewoon lekker. Koken in de römertopf is braadstomen op een langzame manier, zonder de plastic braadzakken die nu populair lijken te worden.

Slow food is mij overigens met de paplepel ingegoten. Als we vroeger kip aten bij mijn grootouders dan gingen we eerst ’s ochtends een kip uitzoeken bij de kippenboerderij net buiten het dorp. Waar alle kippen buiten liepen op een groot terrein met gras, struiken en bomen. De uitgekozen kip werd gevangen en ’s middags gingen we dan terug om hem of haar geplukt en schoongemaakt mee naar huis te nemen. Vaak haantjes. Die waren goedkoper omdat ze ook toen al geen eieren legden. Biologieles startte al heel vroeg. Oudere hanen met daardoor wat taaier vlees kon ook. De hen of haan werd vervolgens heel langzaam gegaard in de braadpan tot het vlees bijna van de botten viel.

Wil je die langzaam gegaarde kip ervaring herbeleven dan moet je tegenwoordig naar de goede kwaliteit slager die kan bevestigen dat de gekochte kip echt een buitendier is geweest. Vlees moet veel gelopen hebben om lekker te smaken.

Onze römertopf werd door mijn wederhelft meegebracht bij het samenwonen en wordt zeer regelmatig gebruikt om een (stoom)oven in de oven te creëren. Heerlijke gerechten krijg je zo. Dit keer eerlijke kippendijen in plaats van een hele kip en de aardewerken pot vervangt de braadpan. Niet helemaal braadstomen door het toegevoegde vocht. Maar de saus vergoed alles.

Lees Meer Lees Meer

Dringen in de (achter)bak: tailgate sandwiches

Dringen in de (achter)bak: tailgate sandwiches

Mooi weer: picknick in een rustige omgeving met veel groen om je heen. Dat denk ik dan. Een grote groep Amerikanen niet zag ik in een mede daardoor intrigerende documentaire. Mooi weer: tailgating. Bijvoorbeeld als pre-sport evenement. Tailgating is uitgegroeid tot een grote sociale gebeurtenis waar op volle parkeerplaatsen de achterklep (tailgate) van de auto open gaat en er hele barbecues en vooral veel eten en drinken uitkomt dat genuttigd wordt bij de auto zelf.

Één gerechtje trok mijn aandacht in al dat barbecue geweld: tailgate sandwiches. Dat moest ik toch een keer maken. Niet met de toch wel vrij grote hoeveelheid aan beleg die ik gebruikt zag worden, maar ietwat aangepast, gereduceerd, zogezegd.

Lees Meer Lees Meer