Archief van
Tag: Korea

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Haemul-pajeon – Koreaanse pannenkoek met lenteui, inktvis en garnalen

Zeevruchten, een bijna poëtische benaming voor wat in het Engels ordinair sea food heet. Het Italiaanse is nog lyrischer, frutti di mare. Het Duits, dat net als het Nederlands normaal gesproken niet uitblinkt met fraaie klanken, kent Meeresfrüchte. Gaat de Engelse term feitelijk over alles wat voor de mens eetbaar is en in de zee leeft, zowel plantaardig als dierlijk, de andere benamingen slaan vooral op schaaldieren en schelpdieren. Het woord ‘vrucht’ is misschien een beetje een eufemisme, maar duidt vooral op iets wat smaakvol is en misschien wel luxueus. Zo wordt het tenminste nu ervaren, terwijl voedsel uit de zee al sinds mensenheugenis wordt gegeten en niet per se uit luxe.

Zeevruchten kan dus uit van alles bestaan. Van coquilles en mosselen tot garnalen en inktvisringen. Van duur tot goedkoop. In de meeste bevroren zeevruchten uit de supermarkt vind je naast een verdwaalde garnaal en wat mosselen voornamelijk inktvis. Misschien nog een schelpdier, maar zeker geen coquilles. Kook je wat groter, dan loont het om zelf je combinatie van zeevruchten samen te stellen.

Ik denk dat de meeste mensen zeevruchten als zodanig eten als ze paella eten. Zo’n gerecht dat ik nog nooit gemaakt heb en misschien zelfs nooit gegeten heb. Terwijl ik toch zo liefhebber ben van rijstmaaltijden. Wie weet komt het er nog eens van.

Het maken van paella vraagt tijd, maar zeevruchten zijn heel geschikt om een snelle maaltijd mee te maken. Zelfs bevroren zeevruchten kun je snel gebruiken door ze te ontdooien onder stromend water. Iets wat bij niet te dikke vis overigens ook goed werkt.

De pajeon is een van de verschillende soorten pannenkoeken die in Korea wordt gegeten. Jeon staat voor pannenkoek en pa betekent groene ui. Bij jeon wordt het beslag doorgaans over de ingrediënten in de pan gegoten, terwijl bij het neefje buchimgae alle ingrediënten worden gemengd en vervolgens in de pan gedaan.

En oh ja, een pajeon eet je met stokjes.

Lees Meer Lees Meer

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Radiatori met een gochujang-gehaktsaus

Korea meets Italy.

Ik geef toe, over het algemeen blijf ik trouw aan een bepaalde keuken en maak weinig overstapjes. Maar soms ligt het zo voor de hand, dat ik het niet kan laten. Pasta met gochujang bijvoorbeeld. In plaats van noedels kun je natuurlijk prima pasta gebruiken. En in plaats van saus op basis van tomaten, gebruik je gochujang, de Koreaanse peperpasta. Krijg je een mooie rode saus van en verras je iedereen aan tafel.

Radiatori, het was een pastavorm die ik nog niet eerder was tegengekomen. En iedereen die pasta eet die weet dat de ene pastavorm niet de andere is. Zo ben ik geen fan van compacte pastavormen als penne rigate of faralle, de vlinderpasta. Het is een persoonlijke voorkeur, ik weet het. Net zoals ik mijn pasta graag gaar heb, in plaats van beetgaar. Misschien dat ik daarom een voorkeur heb voor Aziatische noedels in plaats van Italiaanse pasta. Pasta wordt gemaakt van durumtarwe en is wat elastischer en steviger. Chinese noedels zijn ook van tarwe gemaakt, maar dan van gewone tarwe. Het gaat overigens mis als de noedels niet uit China komen, maar uit een Italiaanse pastafabriek, zoals tal van producten van zogenaamde A-merken. Met een beetje pech ook nog verkocht in een muffe kartonnen doos, hetgeen de smaak niet ten goede komt. Desondanks hoeft er natuurlijks niks mis te zien met pasta of als noedels vermomde pasta. Als het eten maar lekker is!

Het internet is verdeeld over de oorsprong van radiatori, een grillige pastavorm. De pasta ontleent zijn naam aan de vorm die doet denken aan een radiator. Sommigen zeggen dat radiatori is ontstaan in de periode tussen de beide wereldoorlogen in. Andere zeggen dat het in de jaren zestig is bedacht.

Deze pasta wordt soms vergeleken met rotini, oftewel de wokkel onder de pasta’smaar de radiatori is veel ingenieuzer van vorm. De radiatori zien eruit als kleine holle cilinders met gekartelde randen, waardoor ze sauzen heel goed vasthouden. Radiatori is dan ook minder compact dan rotini of fusilli. De laatste eet ik overigens graag in mijn tonijnsalade met pasta.

Het kan prima zonder, maar als je toevallig een stuk Parmezaanse kaas hebt liggen … Haal het over de rasp en de radiatori met gehaktsaus smaakt nóg lekkerder.

Lees Meer Lees Meer

Tteokbokki met gehakt

Tteokbokki met gehakt

Tteokbokki schijnt het ultieme Koreaanse streetfood te zijn. Wie wel eens tteokbokki heeft geproefd, zal daar niet verbaasd over zijn. Rijstcakes (tteok) in een hartige, spicy saus. Je kunt ervan blijven eten totdat je helemaal vol zit. Het gerecht is een variant op het traditionele gungjung-tteokbokki, een gerecht uit de koninklijke keukens van Korea.

Tteokbokki draait om de textuur van de rijstcakes en gochujang, een pasta gemaakt van rode pepers, (kleef)rijstmeel, gefermenteerde sojabonen en zout. De geur van rauwe gochujang is vooral die van gedroogde pepers, maar tijdens de bereiding verandert die geur en ook de smaak. Met de toevoeging van een beetje suiker is het gerecht zoet, pittig, zout en hartig tegelijk. De werking van umami in optima forma.

Naast gochujang wordt ook gochugaru toegevoegd, grofgemalen pepervlokken die over het algemeen redelijk mild zijn. Er zijn vele varianten van tteokbokki met verschillende ingrediënten, zoals rode bonen, pompoen, gedroogd fruit, honing of sesamzaad. Maar de eenvoudige versie is het meest populair.

De rijstcakes voor tteokbokki zijn eenvoudig. Je kunt ze ook zelf maken van water en (kleef)rijstmeel. Door het deeg eerst te stomen en daarna langdurig te kneden komen gluten vrij die het deeg elastisch maken. Van het deeg maak je vervolgens slierten die of in schuine plakjes worden gesneden of in cilindervormige stukjes. De plakjes worden gebruikt voor soep en de cilinders voor tteokbokki. De dikte van de cilinders kan overigens variëren. De textuur is chewy, een goed Nederlands woord is er niet voor. Door de rijstcakes wordt de saus tijdens de bereiding langzaam gebonden.

De basis van echte tteokbokki is een bouillon van gedroogd zeewier en gedroogde ansjovis. Nu is dat laatste nog een beetje buiten mijn comfortzone. Dus ik kies voor dashi, een Japanse bouillon van bonitovlokken en kombu. Niet helemaal hetzelfde, maar wel een passend alternatief. Bovendien kleed ik de tteokbokki aan met gehakt en enoki, zo mooi fluweelpootje in het Nederlands genaamd. Deze paddenstoel doet het goed in elke Aziatische soep, maar ook in een hotpot.

Eventueel kun je nog een flinke hand spinazie toevoegen. Tegelijk met de enoki. Voor een optimaal resultaat dan wel de steeltjes verwijderen van de blaadjes. Dat klusje betaalt zich uit!

Lees Meer Lees Meer

Mayak en Gamja-Jorim – Koreaans gemarineerde eieren met gestoofde aardappeltjes

Mayak en Gamja-Jorim – Koreaans gemarineerde eieren met gestoofde aardappeltjes

Gekookte eieren. Een regelmatig terugkerend onderwerp op Reutel. Mijn voorliefde voor gekookte eieren begon ongetwijfeld bij het paasontbijt vroeger. De tijd dat je nog onbeperkt eieren mocht eten. Hoewel gelukkig tegenwoordig de tendens is dat je wel vaker dan eens per week een eitje mag tikken. Gekookte eieren, ook lekker bij een hotelontbijt. Helaas hebben ze dan zelden een zachte dooier. Begrijpelijk natuurlijk met de grote hoeveelheid eieren die ze in een hotel moeten koken. Maar een zachte dooier maakt een gekookt ei nóg lekkerder. Zeg ik. Niet verrassend dus dat toen ik ooit een plaatje zag van Koreaanse gemarineerde eieren, ik gelijk verkocht was: die wilde ik!

Mayak eet je echter niet bij je ontbijt, maar als lunchgerechtje of als bijgerecht. Lekker als je een keer geen vlees wilt eten. De truc is om de eieren na het koken direct terug te koelen in een ijswaterbad. Het stopt het kookproces en voorkomt dat de dooier hard wordt. Door ze vervolgens een dagje te marineren krijgen de eieren een geweldige smaak. De Koreaanse keuken is dan wel minder bekend in Nederland, met uitzondering van kimchi natuurlijk, maar deze keuken kent tal van eenvoudige en ontzettend lekkere gerechten. Het lastige is soms om de juiste ingrediënten te vinden, al zijn er soms makkelijk alternatieven voor handen. Zo kun je Koreaanse sojasauzen prima vervangen door de Chinese varianten light en dark. En is er geen Koreaanse afdeling in je toko, vervang dan maissiroop gerust door honing.

Ik at de eieren dit keer met gestoofde aardappeltjes. Krieltjes. Probeer ze maar eens te kopen. Aardappeltjes niet groter dan een centimeter of twee. BroeR hield er al eens een betoog over. De biologische krieltjes in mijn supermarkt zijn best aardig, maar feitelijk nog steeds te groot. Ik snij de grote exemplaren door de helft, maar dat heeft wel invloed op het resultaat. De aardappel zal dan niet meer stomen in zijn schil en krijgt daardoor niet de kenmerkende gerimpelde schil. Dat schilletje wat een krieltje extra lekker maakt.

Gamja-Jorim, ik maakte deze aardappeltjes jaren geleden eens voor vrienden. Verrast als ze waren dat er geen rijst of noedels op tafel kwam, blijkbaar was ik toch minder voorspelbaar dan gedacht, ze keken nog veel verbaasder toen ze een hap hadden genomen. Ze keken elkaar aan en zagen gelijk de oplossing voor zich om hun twee kleuters aan de aardappel te krijgen. Want wat ze ook probeerden, gekookt, gebakken of gepureerd. Er ging geen aardappel in. Zelfs geen patat. Intussen worden daar de Koreaanse aardappels regelmatig opgeleukt met paprika of wortel. Ik hou het bij de wat meer traditionele versie, die al heel smakelijk van zichzelf is.

Aardappelen zijn niet oorspronkelijk voor Korea, ze komen immers van het Amerikaanse continent. De Koreanen waren overigens al bekend met knolgewassen zoals yam en taro, maar granen vormden een veel belangrijker bestanddeel van het dagelijkse eten. Aardappelen werden pas in de negentiende eeuw geïntroduceerd in Korea, enkele tientallen jaren na de introductie van de zoete aardappel (geen familie). Wanneer de zoete aardappel daadwerkelijk bekend werd in Korea is voer voor Koreaanse academici. Maar men houdt het op late achttiende eeuw. De bedoeling was om de enorme voedselschaarste in het land het hoofd te bieden, maar dat zou niet het geval blijken. De gewone aardappel kwam waarschijnlijk via China het land binnen en verdrong op sommige plekken al snel de productie van zoete aardappelen. Het werd zelfs verboden de gewone aardappel te kweken, maar zonder al te veel succes. Overigens zijn er ook claims die beweren dat de aardappel is geïntroduceerd door Engelsen of door Duitse missionarissen. Maar die data liggen na die van de introductie via China. Mogelijk poten de Engelsen en Duitsers de aardappels destijds om in hun eigen behoefte te voorzien.

Gamja-Jorim is een voorbeeld van de eenvoudige gerechten die de Koreaanse keuken rijk is. Je hebt er overigens niet per se krieltjes voor nodig, maar in stukken gesneden gewone aardappelen met een ui kunnen ook. Het heet dan Gamjachae-bokkeum, roergebakken aardappelen.

Lees Meer Lees Meer

Hobak buchimgae – Koreaanse pannenkoek met courgette

Hobak buchimgae – Koreaanse pannenkoek met courgette

De Koreanen hebben verschillende soorten (gevulde) pannenkoek. De meest rudimentaire vorm is wel de baechujeon, een pannenkoek met Chinese kool. Hoewel je nauwelijks van een pannenkoek kunt spreken, zoals de medeblogger verbaasd opmerkte. Maar met een beslag, net als onze pannenkoeken en wie lust die nou niet? Ieder kind groeit er mee op. Op zaterdag bakte onze moeder een flinke stapel pannenkoeken met spek en als het beslag bijna op was voor ieder een pannenkoek met kaas. Schenkstroop bestond nog niet. Er stond een kartonnen beker van Van Gilse op tafel en met een mes lepelde je daar de stroop uit.

Een enkele keer waren er ook pannenkoeken met rozijnen, maar die werden vooral door onze moeder zelf gegeten. Misschien een herinnering aan haar eigen jeugd. Ik vond het niks. Overigens hou ik nog steeds niet van te zoet eten. Reden dat je hier weinig desserts van mijn hand zult vinden.

Pannenkoeken leerde ik bakken op de middelbare school tijdens de kooklessen in de brugklas. Gek genoeg waren die lessen er in de latere jaren niet meer tegen de tijd dat je ze nodig ging hebben. Die kooklessen waren in de fabriekshallen van de voormalige Stegeman fabriek. Tja, een hoge hal en pannenkoeken… De kunst was de pannenkoek zo hoog mogelijk te gooien en weer in de pan te krijgen. Het plafond haalde echter niemand, dat was echt te hoog.

Het flippen van pannenkoeken is vooral handig met Nederlandse pannenkoeken. En dan moeten ze vooral niet te groot zijn. Ook voor de okonomiyaki is het niet aan te raden. Het omdraaien daarvan moet met enig beleid. Net zoals bij de Koreaanse buchimgae. Ik gebruik daarvoor een platte deksel die even groot is als de koekenpan. Toegegeven, dat doe ik voor mijn Nederlandse pannenkoeken ook. Tenzij ik kleuterpubliek heb. Die willen altijd geflipte pannenkoeken.

Maar buchimgae? Ja, een pannenkoek gevuld met bijvoorbeeld kimchi of courgette. Bij voorkeur te eten met stokjes. Hij doet in eerste instantie wellicht wat denken aan de okonomiyaki, maar dat is het niet. Zo wordt de buchimgae niet extravagant belegd. Deze buchimgae lijken vooral erg op de Turkse courgettepannenkoekjes (mücver) die ik – freestyle – regelmatig maak. Maar in plaats van lenteui wordt gewone ui gebruikt en voor de knisperigheid wordt maizena toegevoegd aan de bloem. Wat het extra lekker maakt is het sausje waar je de pannenkoekjes in dipt.

Lees Meer Lees Meer

Baechujeon – Koreaanse pannenkoek met Chinese kool

Baechujeon – Koreaanse pannenkoek met Chinese kool

Terugkerende lezers weten ongetwijfeld dat ik regelmatig soep maak. Lekker als lunch of als avondmaaltijd. Snelle favorieten zijn (Chinese) tomatensoep en heet-zure soep. De tomatensoep is snel en in verschillende varianten te maken. De heet-zure soep kost misschien net iets meer tijd, maar is lekker bij zowel tropische temperaturen als winterse omstandigheden. Belangrijk is ingrediënt voor deze soep is Chinese kool. Je hebt echter wel meer kool dan je nodig hebt voor je soep. Wat doe je met de rest?

Uiteraard kun je de Chinese kool in stukken snijden en wokken. Lekker door de gebakken rijst bijvoorbeeld. Of je maakt er okonomiyaki mee, een Japanse pannenkoek. Aan eentje heb je meer dan genoeg. Maar als je de kool heel hebt gelaten, dat wil zeggen dat je er alleen bladen van af hebt gebroken en niet de kool doormidden hebt gesneden, dan kun je met de bladeren zelf een lekker Koreaans gerechtje maken. Zo ontdekte ik onlangs in ieder geval dankzij de Koreaans-Amerikaanse Maangchi. Chinese kool als pannenkoek, als het ware. De Koreanen blijken overigens groot fan van pannenkoekjes in allerlei smakelijke varianten. Daarover binnenkort veel meer. Ideaal namelijk om je restjes groente te gebruiken als je geen zin hebt in een soepje.

Nog even over Chinese kool. Het zal je misschien al eens zijn opgevallen dat er soms miniscule zwarte stipjes voorkomen op onder andere de witte nerven. Vroeger dacht ik nog dat ik de restjes kool misschien te lang in de koelkast had liggen. Maar dat blijkt niet het geval. Je kunt ze ook niet wegvegen, de vlekjes zitten echt in het blad. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een grote opname aan zouten, met name kalium, de hoeveelheid stippen vergroot. Een goede vochtvoorziening tijdens de teelt vermindert de kans op vergrote stippen bovendien. De ‘stipgevoeligheid’ verschilt per ras en voor de verkoop is zo weinig mogelijk stippen gewenst. Kwaad kan het in ieder geval niet. ¹

Terug naar de Baechujeon, de Koreaanse pannenkoek van Chinese kool. Het is een lekker lunchhapje en een verrassend voorgerecht. Onderstaand recept is in dat geval genoeg voor 3-4 personen.

Lees Meer Lees Meer

Galbi-jjim – Koreaans gestoofde short-ribs

Galbi-jjim – Koreaans gestoofde short-ribs

Mijn eerste kennismaking met de Koreaanse keuken was via de recepten van de aanstekelijke Amerikaans-Koreaanse self-made kok Maanchi.

Bleek er een Russische in mijn vriendenkring te zitten die verslaafd is aan Koreaans eten. Helaas voor haar hebben we hier in tegenstelling tot het oosten van Rusland weinig Koreaanse restaurants, dus is ze genoodzaakt het zelf te maken. Dat leidde de afgelopen jaren tot verschillende Koreaanse gerechten van beide kanten. De kimchi, zo’n beetje de basis van Koreaans eten, laat ik aan haar over.

Intussen heb ik een paar recepten in het repertoire: Koreaans gestoomde aubergine (oh zo lekker), spicy inktvisringen met komkommer (zou ik vaker moeten eten) en rice cake sticks, of ze nu Koreaans zijn of Chinees.

Het oorspronkelijke recept voor deze short-ribs is met jujubes, gingkonoten en gedroogde kastanjes. Ik heb ze achterwege gelaten. Je kunt ze makkelijk krijgen in de toko, maar behalve de gedroogde kastanjes gebruik ik ze eigenlijk niet. En het is zonde als het blijft liggen. Het resultaat is er wat mij betreft niet minder om.

Lees Meer Lees Meer

Koreaans gestoomde aubergine (Gaji-namul)

Koreaans gestoomde aubergine (Gaji-namul)

Volgens mij is aubergine een groente die je op latere leeftijd meer weet te waarderen, tenminste zo ging het bij mij. En eigenlijk kwam dat door de smalle Aziatische aubergine, ook wel Chinese of Japanse aubergine genoemd. En misschien nog wel het meest door het gerecht fish fragrant eggplant, iets dat steevast wordt besteld bij een bezoek aan het Rotterdamse Sansān. Ook goed zelf te maken, al kies ik dan wel voor een variant met minder olie. Laat je overigens niet misleiden door de naam, er is niets ‘vissig’ aan het gerecht. Blijkbaar is de saus van oorsprong bedacht bij een visgerecht, maar werd het al snel bij andere gerechten gebruikt. Rare jongens, die Chinezen…

Net zoals sweet, sour and spicy squid met komkommer is dit recept (Gaji-namul) afkomstig uit  ‘Maangchi’s Real Korean Cooking’. De inktvisringen met komkommer (links) en de gestoomde aubergine vullen elkaar goed aan in een maaltijd en zet je beiden in 15-20 minuten op tafel.

Lees Meer Lees Meer

Sweet, sour and spicy squid met komkommer

Sweet, sour and spicy squid met komkommer

Op verzoek. Ik kreeg onlangs, na lang wachten, ‘Maangchi’s Real Korean Cooking’  in de brievenbus. Nog dezelfde avond maakte ik een variant op haar Sweet, Sour, and Spicy Squid with Water Dropwort. En nog dezelfde dag werd er geroepen om het recept, in hoofdletters! Wie ben ik om dat te negeren?

Ik koos dit recept omdat ik dol ben op inktvisringen, getuige ook het periodiek verschijnen van Thais gebakken inktvisringen op de eettafel. Geen volgezogen en melig gepaneerde ringen, zoals je ze wel kent van de visboer, maar heerlijk malse inktvis. Iets wat blijkbaar voor veel mensen toch lastig is te bereiden, aangezien vaak geklaagd wordt over ‘rubberen ringen’. Tja, dan heb je ze gewoon te lang gebakken. Inktvisringen bereid je kort, of heeeeel lang maar dat is voor later.  In dit recept worden de inktvisringen 30-40 seconden geblancheerd, nog sneller dan wanneer je ze bakt dus.

Lees Meer Lees Meer

Chinese ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks’ met wortel en Chinese kool

Chinese ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks’ met wortel en Chinese kool

Onlangs kocht ik ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks‘. Geen idee wat het was, maar ik had het al vaker zien liggen, dus het moest er een keer van komen. Er zat een zakje bij met saus en een voorbeeldreceptje. Hoe moeilijk kon het zijn? Toevallig schreef Robin er enkele dagen later op Aziatische Ingredienten.nl een stukje over. Maar wat bleek dus: mijn ‘Korea Spicy Rice Cake Sticks’ was helemaal niet Koreaans, het was Chinees! Terwijl Robin zelf een sausje zou maken, leek het haar wel een goed idee als ik het zakje probeerde en haar vertelde wat ik er van vond 🙂 Omwille van de wetenschap offer ik mij natuurlijk maar al te graag op. Het groter belang staat tenslotte voorop!

Overigens ben ik nauwelijks bekend met de Koreaanse keuken, dus ik wist niet wat ik qua saus kon verwachten. En feitelijk nog steeds niet, want het spul is Chinees… Zo uit het zakje smaakte de saus als gewone gefermenteerde chilibonensaus, maar dan zonder de bonen. Ietwat zoetig. Zo op het bord, proef je meer de chili en blijft het wat zoetig. Niet heel erg spicy, maar best wel lekker. Beetje zoutig wellicht. En oh ja, de rijstcakes vond ik ook lekker. Compact en stevig, maar niet taai.

Voor de volledigheid nog even het receptje. Maar een volgende keer is het leuker en net zo makkelijk om zelf een sausje te maken. Dus daar kom ik nog op terug!

Lees Meer Lees Meer