Likkepot maken
Lever, waarschijnlijk het enige orgaanvlees dat ik eet, al is het dan niet in pure vorm. Dan tellen we de spiermaag van de kip voor het gemak even niet mee.
Ik werd er door iemand op gewezen, al had ik het al eens bij de slager zien staan: likkepot. Op dat moment had ik nog geen idee wat het precies was, maar het was goedkoper dan Saksische leverworst, doorgaans de goedkoopste van de verschillende varianten vleeswaren met lever. Maar misschien moeten we daarmee beginnen, de lever.
Ik kan mij als kind de geur van gebakken lever in de keuken nog herinneren. Het was geen prettige geur. De rest van het gezin liet het zich smaken. Ik vond het niks. Dat zullen veel kinderen hebben gehad. Toch, als we naar de slager gingen, en als kind ging ik graag mee, dan kreeg ik een plakje leverworst, de reden ook waarom ik zo graag meeging. Prima klantenbinding ook van die slager natuurlijk. Dat plakje leverworst, vaak zacht en smeuïg, lustte ik wel. Die gebakken lever, die ging er niet in. En eigenlijk nog steeds niet. Al heb ik in de loop der jaren wel donkere leverworsten leren eten. Donker, omdat deze worsten meer lever bevatten dan lichte worsten. Als kind vond ik de leverworst met ‘harde stukjes’, de lever, eigenlijk lekkerder dan de zachte leverworst. Grove leverworst kennen we als boerenleverworst. Leverworsten verschillen nogal, zeker als we die goedkope supermarkt worsten even buiten beschouwing laten. Zelf vind ik de Groninger leverworst met kruidnagel erg lekker.
Sommige leverworst hoor je te bakken, zoals de Utrechtse Vockingworst. Persoonlijk vind ik zo’n gebakken Vockingworst niet lekker. Ongebakken vind ik die worst met of zonder een lik mosterd een stuk smakelijker. De Overijsselse versie, de Saksische bakleverworst, vind ik dan gebakken wel weer heel geslaagd. Juist dan krijgt de worst smaak, terwijl de ongebakken worst toch wat flauw aandoet. Die Saksische bakleverworst wisselt in regio’s in het oosten overigens de balkenbrij af. Tegenwoordig worden ze soms naast elkaar verkocht, dat was vroeger wel anders.
Intussen had ik de likkepot geproefd en ik was positief verrast. De likkepot had wel wat weg van paté, maar was fris van smaak en bevatte in ieder geval gesnipperde ui. De toevoegingen zorgden ervoor dat de smaak van lever wat naar de achtergrond werd gedrukt. Het leek mij bovendien niet al te moeilijk om zelf te maken, als je tenminste begint met leverworst of paté.
Saksische leverworst wordt van oudsher gemaakt van fijngemalen vlees en lever en het vet van een varken, aangevuld met bouillon en specerijen. Hoe lichter de worst, hoe minder lever de worst bevat. Tegenwoordig bevatten veel goedkope leverworsten (rijst)bloem, een vulmiddel dus en de reden dat ze zo goedkoop zijn, naast het feit dat ze vaak een minimale hoeveelheid vlees en lever bevatten. Dat goedkope is precies de reden waarom ik altijd twijfelde bij likkepot.
Nu kreeg ik van een van de neefjes uit zijn kerstpakket een stukje paté. Paté heeft vergelijkbare ingrediënten als leverworst, vaak met een hoger percentage lever, met als belangrijkste verschil daarnaast de vorm waarin het gemaakt wordt. Die paté leende zich bij uitstek om eens te experimenteren met likkepot.