Archief van
Tag: Nederland

Zoete gerookte paprikasoep

Zoete gerookte paprikasoep

Rode puntpaprika’s, ik heb ze bijna altijd wel in de groentela van de koelkast liggen. Handig als snack tussendoor.

Het probleem is dat de ene puntpaprika de andere niet is. Puntpaprika’s zijn lekker als ze zoet zijn, maar als ze dat niet zijn, voel ik me net een konijn dat maar wat zit te knagen.

Sweet Palermo is volgens mij het populairste ras, alleen staat dat ras meestal niet aangegeven op de verpakking. Met enige regelmaat zit ik met puntpaprika’s opgescheept die weinig smaak hebben.

Wat doe je er dan mee? In een salade, niet dat ik die vaak maak, is het dan ook geen succes. De terugkerende bezoeker kan dan al wel raden wat er met die puntpaprika’s gebeurt. Soep! Goed voor restjes en voor groenten die dus niet helemaal bevallen.

Het is dan simpelweg de soep op smaak brengen met spullen die je toch al in huis hebt. Gerookt paprikapoeder is in stijl en geeft de soep met die kick die het nodig heeft. Snel gemaakt en zonder gedoe met bouillon maken.

Lees Meer Lees Meer

Freestyle bonenmaaltijd (II)

Freestyle bonenmaaltijd (II)

Bonen, met dank aan de Schijf van Vijf weer in de aandacht. De Schijf van Vijf legt de aandacht op wat gezond is met een focus op duurzaamheid. Ik heb het op de dag van de presentatie de hele dag op de radio aangehoord.

Niks mis natuurlijk met gezond eten en aandacht voor duurzaamheid. Ik probeer mij daar zelfs een beetje aan te houden. Een beetje, want ik eet graag vlees. Niet eens elke dag, maar maximaal 300 gr vlees per week haal ik niet. Ruim niet, durf ik te bekennen.

Dat komt ook omdat ik vleeswaren als broodbeleg eet. Naast kaas eigenlijk mijn enige broodbeleg. Zoetigheid op brood is niet aan mij besteed. Lastig dus. Nog even los van de suikerdiscussie. Keer op keer werd herhaald dat de Schijf van Vijf bedoeld is als richtlijn en geen verplichting is. Dat is maar goed ook, want anders wordt het wel heel lastig om mensen te overtuigen. En geef toe, het is gek als je haricots verts uit Kenia komen. Neem gewoon Nederlandse sperziebonen. Eet lokaal, dat is al een goed begin voor de duurzaamheid.

Zelf had ik wat moeite met de herhaalde betogen te kiezen voor vleesvervangers. Vleesvervangers zijn namelijk niet per se gezond, afgezien van het feit dat ik de meeste simpelweg niet lekker vind. Ze bevatten ten eerste vaak veel zout, maar zijn ook een goed voorbeeld van bewerkt voedsel. En daarvan weten we ook dat het niet gezond is. Het botst dus een beetje. En dat hoorde je tussen de regels door. En ook dat snap ik. Hoewel dagelijks een portie vlees pas een paar generaties gewoon is voor de meeste mensen, wil niemand iets inleveren. Dat past ook wel een beetje bij de tijdsgeest volgens mij. We zijn zo gewend aan alle luxe die vorige generaties voor ons voor elkaar hebben gekregen, dat we maar moeilijk een stapje terug kunnen doen. We moeten en zullen dat stukje vlees eten. Alsof het een verworven recht is. En dat is het natuurlijk niet.

Terug naar de bonen. Die worden aanbevolen als alternatief voor vlees. Want bonen bevatten eiwitten, net als vlees. Of moet ik proteïne zeggen, dat is het toverwoord tegenwoordig. Glutenvrij is blijkbaar uitgewerkt als marktmodel, havermelk heb ik (gelukkig) ook al een tijdje niet meer gehoord, dus we gaan nu massaal voor producten met proteïne, want eiwitten verkopen blijkbaar niet.

Het is wonderlijk hoe mensen zich soms laten verleiden door reclames. Proteïne rijke melk, blikjes vis met proteïne waarvan het percentage alleen maar hoger is omdat er minder water in zit dan bij de gewone versie, proteïne rijke snacks (snacks, het woord zegt het al, lekker, maar niet gezond) en ga zo maar door. Terwijl je maar zo’n 60-80 gr goede eiwitten per dag nodig hebt. Extra eiwitten zijn niet per se schadelijk, maar je hebt er weinig aan. Je betaalt er echter wel voor.

Maar nadenken over eten doen mensen steeds minder blijkt wel. Getuige ook de toenemende schapruimte in de supermarkt voor verse kant-en-klaar maaltijden. Gemak dient de mens. Het is makkelijker als andere mensen voor je bepalen hoe je eten smaakt. Of niet?

Genoeg geklaag! Tijd voor een bonenmaaltijd. Met vlees. Omdat ik er zin in had. Makkelijk te maken bovendien. Ik gebruik graag chorizo-worstjes, maar je kunt ook gewone chorizo gebruiken of eventueel verse worst. In dat laatste geval zou ik een theelepel witte peper toevoegen.

Lees Meer Lees Meer

Spruitjestaart met Danablu en guanciale

Spruitjestaart met Danablu en guanciale

Het spruitjesseizoen is bijna ten einde. Tijd om nog een keer te genieten van deze kleine koolvariant. Als klein kind had ik nooit kunnen bevroeden dat ik met enige regelmaat spruitjes zou eten. De ooit door mij zo verafschuwde groente. Ik weet dat sommige mensen daar hard over zouden lachen.

Spruitjes en pindasaus zijn natuurlijk een gouden combinatie, die combinatie vormt niet voor niets de header van deze site. Maar soms roept men om ‘eens wat anders’, de brutaliteit… Nu willen spruitjes toevallig ook heel goed combineren met blauwschimmelkaas en laat dat nu ook heel graag gegeten worden hier.

Er zijn veel verschillende blauwschimmelkazen die alle met elkaar gemeen hebben dat ze zijn gemaakt met dezelfde schimmelcultuur (Penicillium roqueforti). Ook Nederland kent verschillende blauwschimmelkazen, maar over het algemeen zijn ze minder bekend dan de buitenlandse kazen die doorgaans in de koeling van de supermarkt liggen. Al kun je bij sommige grootgrutters wel een Nederlandse variant vinden. Bij lokale kaasboeren of groothandels maak je meer kans op een Nederlands blauwschimmelproduct. Meestal van koemelk, soms van geitenmelk. En vaak zijn het half harde kazen. Die lenen zich vooral goed voor broodbeleg. Of als onderdeel van een kaasplankje. Hier een geliefde zaterdagavondsnack. Lekker om eens te proberen zo’n lokale blauwschimmelkaas.

Ik hou van de uitgesproken en vooral scherpe smaak van sommige blauwschimmelkazen, zoals de pikante versie van Gorgonzola, geweldig op een pizza. Meer heeft die pizza dan ook niet nodig.  Een andere geliefde blauwschimmelkaas is Danablu. Sterk van smaak en zoutig, waardoor je er maar weinig van nodigt hebt.

Danablu werd in 1927 ontwikkeld door een Deense kaasmaker, Marius Boel, met als doel een kaas in de stijl van Roquefort te ontwikkelen. De kaas werd tot de Conventie van Stresa voor Kaasnamen in 1952 “Deense Roquefort ” of “Deense kaas van het Roquefort-type” genoemd. Terwijl Roquefort van schapenmelk wordt gemaakt, wordt Danablu van koemelk gemaakt. Het heeft een rijke en uitgesproken pittige smaak mede dankzij de homogenisatie van de melk. Die homogenisatie vergroot het totale oppervlak van de vetbolletjes aanzienlijk en zorgt voor een betere toegankelijkheid voor de vetafbrekende lipasen van de blauwe schimmel, die middels door met koperdraden geboorde gaten in de kaas groeit en zich gelijkmatig over de kaas kan verdelen. Bij een gerijpte kaas zijn die gaten overigens nog steeds zichtbaar. Hydrolyse van vetten geeft de kaas een typische oleogustus-smaak en -geur. Oleogustus, de smaak van vet, is de voorgestelde zesde basissmaak, naast zoet, zout, zuur, bitter en umami. Zoals ik altijd zeg: vet is lekker…

Blauwschimmelkaas doet het heel goed in een quiche. Of een hartige taart. Quiche of hartige taart, is er eigenlijk een verschil? Het schijnt. Zo zou een quiche een hartige taart zijn die open is, dus onbedekt, met altijd een bodem van zanddeeg. En een quiche bevat altijd een vulling van eieren en room. De bodem van een hartige taart kan bestaan uit zanddeeg, maar ook uit bladerdeeg. Eieren en room zijn geen vast gegeven. En een hartige taart kan zowel een open of dichte bovenkant hebben. De spruitjestaart is dus een hartige taart, maar ik maak hem in een quichevorm…

Lees Meer Lees Meer

Zalm tikka met masala hutspot

Zalm tikka met masala hutspot

Hutspot, een typisch Nederlands gerecht, dat voor velen staat voor de eenvoud en volgens sommigen saaie Nederlandse keuken. Nu bestaat hutspot uit drie ingrediënten met daarbij vlees. Soms wordt laurier als smaakmaker toegevoegd. Hutspot is van oorsprong een vrij algemene naam voor een gemengde stamppot die bestond uit verschillende ingrediënten, maar kennen we tegenwoordig als een combinatie van aardappelen, uien en wortelen.

De bekendste hutspot uit de Nederlandse geschiedenis is de hutspot die de Spanjaarden zouden hebben achtergelaten nadat zij in 1574 het beleg van Leiden moesten opgeven. Dat gerecht was echter niet met aardappel, maar met pastinaak. De aardappel was toen nog maar net in Europa geïntroduceerd door de Spanjaarden, die deze knol hadden meegenomen uit de Amerika’s.

De hutspot met de aardappel werd pas populair in de negentiende eeuw, toen de voedzame aardappel aan een grote opmars begon als basisvoedsel. Langzamerhand ontstonden er ook steeds meer varianten.

Ik kan mij de hotspot uit mijn jeugd nog redelijk voor de geest halen. De hutspot was wat nattig, wat er op duidt dat onze moeder de uien en wortelen samen met de aardappelen kookte en vervolgens stampte. De lauriersmaak kan ik mij ook nog wel herinneren, zoals vaak ook wordt gebruikt in stoofgerechten. Als vlees aten we er meestal braadworst bij of een botermals sucadelapje, dat fleurde de wat flauwe hutspot enorm op. De rest van het gezin gebruikte ongetwijfeld jus, maar daar hield ik niet van, wat de reden waarschijnlijk ook was dat mijn hutspot wat flauw was. Ik was de moeilijke eter thuis, weet u nog?

Met een goeie stamppot is helemaal niks mis. Om de hutspot wat meer smaak mee te geven kun je Surinaamse masalakruiden gebruiken, want de combinatie van aardappel en masala is natuurlijk geweldig. Denk maar aan met masala doortrokken aardappelen in een roti maaltijd. Je traditionele hutspot krijgt hierdoor een heel warme smaak.

Als vlees wordt bij hutspot vaak klapstuk gegeten, een stuk goed doorregen rundvlees. Maar riblappen of sucade komt ook voor. En bij ons vroeger dus ook braadworst. Maar je kunt er natuurlijk ook gebakken vis bij eten. Bijvoorbeeld zalm. Niet meteen de goedkoopste vis, maar met een passende marinade wel een lekkere combinatie met masala hutspot. Een frisse raita maakt het dan helemaal af. De raita past bij de vis én bij de masalahutspot.

Lees Meer Lees Meer

Wintermaaltijd extravaganza: boerenkoolstampot met chorizoworstjes

Wintermaaltijd extravaganza: boerenkoolstampot met chorizoworstjes

Geschokt was ik. En voorgelogen heb ik jullie, lezers van Reutel.  Want wat blijkt? De Duitse curryworst met saus en kenmerkende kerriepoeder blijkt geen Duits bedenksel, maar geïntroduceerd te zijn door een Nederlander, Peter Hildebrand, een slagerszoon uit Oss. Weliswaar woonde hij al enige jaren in Duitsland, een immigrant dus, maar van Nederlands bloed. Niks niet bedacht door Herta Heuwer in het naoorlogse Berlijn, maar in 1936 door een Nederlandse migrant in Duisburg. Het bewijs is een factuur van een Hamburger kruidenhandelaar die de kerrie leverde.

De eetzaal van Peter Hildebrand bestaat nog steeds, ‘Peter Pomm’s Pusztetten-Stube’, en wordt tegenwoordig geleid door zijn kleindochters. Het recept van het gerecht is weliswaar niet helemaal hetzelfde als de Berlijnse curryworst, maar over de oorsprong mag geen twijfel meer zijn. De worst in het oorspronkelijke recept wordt niet gebakken, maar gekookt in een tomatensaus en daarin geserveerd en vervolgens bestrooid met kerriepoeder.

De worst is nog wel met enige geheimzinnigheid omgeven, want werd in de hoogtijdagen van het nazisme door Hildebrand alleen geserveerd aan de medewerkers van een vleesfabriek. Omdat Hildebrand een immigrant was, werd hem door de Nazis enige tijd zelfs verboden om zijn eethuis te bestieren. Pas na de oorlog nam het gerecht een heuse vlucht

Intussen is onlangs door de Duisburgse burgemeester een plaquette onthuld aan de gevel van het eethuis. Op de plaquette staat dat Hildebrand, ‘Peter Pomm’, in 1936 de curryworst heeft bedacht.

Lees Meer Lees Meer

Krabbetjes, gestoofd in ketjapsaus

Krabbetjes, gestoofd in ketjapsaus

Het is koud buiten, mistig en de zon is al bijna twee weken niet te zien geweest. Het is duidelijk, ik ben niet meer in Suriname, maar zit in een onvervalste Nederlandse winter. Zonder sneeuw, dat dan weer wel. En wat aten wij vroeger in de winter? Juist, stamppotten. Met name zuurkool en boerenkool. En vaak met krabbetjes, oftewel varkensribben. Geen spareribs, maar onvervalste brede ribben met ‘knars’, kraakbeen. Het recept Krabbetjes, toen we nog geen spareribs kenden is een van de meest geraadpleegde recepten op de site. Zomer én winter. Wel grappig, want er staan veel leukere recepten op de site, maar blijkbaar voorziet het in een behoefte. Op zich niet heel gek, want heel veel recepten voor krabbetjes zijn er niet te vinden, behalve voor erwtensoep of de barbecue. En dat terwijl je zoveel meer kunt doen met krabbetjes. 

Krabbetjes stoven is supermakkelijk. Alles in een pan, laten pruttelen en anderhalf uur later de deksel eraf en laten inkoken. Intussen kun je doen wat je wilt. Een boek lezen, tv kijken, de was ophangen of zelfs werken. Als je thuiswerkt tenminste.

Ik mag graag stoven. Het is niet alleen makkelijk, maar de smaak ontwikkelt zich echt door de langere bereidingstijd. En laat je het nog een nachtje staan, dan smaakt het nog beter. En vlees, zo mals als je het maar wilt. Als je het vlees 3 uur op het vuur laat staan, valt het van het bot af. 

Maar stoofvlees hoef je heus niet alleen bij een stamppot te eten, met rijst is het ook heel smakelijk. Vooral als je het kookvocht inbindt tot een mooie dikke saus.

Lees Meer Lees Meer

Streekgerecht: Kamper steur – Eieren met mosterdsaus

Streekgerecht: Kamper steur – Eieren met mosterdsaus

Een eenvoudig, maar smakelijke variant op gekookte eieren. En een gerecht met een verhaal.

De oudste opgeschreven versie van het verhaal over de Kamper Steur is van de hand van Jan Jacob Fels, een schilder annex dichter annex houthandelaar uit Kampen. In 1852 bracht hij onder de schuilnaam ‘Kampenaar’ een bundel berijmde Kamper stukjes uit, waarin vooral de spot werd gedreven met de lokale bewoners. Een van die stukjes ging over een bisschop die de stad Kampen zou bezoeken. Een Franse kok werd binnengehaald om een genereuze maaltijd te bereiden, waarvoor in de IJssel een steur werd gevangen om in wijn gekookt te worden. Echter de bisschop werd ziek en het bezoek moest worden uitgesteld.

Toen, zegt men, kreeg op hoog bevel
Die steur een schelband om,
En werd zijn kerker losgezet;
Waarna het dier weer onverlet
Luid klinkend henen zwom.

De bel diende om de vis weer te kunnen vinden wanneer de bisschop hersteld zou zijn van zijn ongerief. Helaas, de steur was bij het uitgestelde bezoek van de bisschop niet te vinden en volgens een late herdruk van het kookboek Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid, voor het eerst verschenen in 1804, werd een gerecht bedacht dat bestond uit 8 gekookte eieren, 3 lepels slaolie, 1 lepel azijn, 2 theelepels fijngehakte peterselie en 2 theelepels mosterd. De eieren werden gehalveerd en van de overige ingrediënten werd een saus geklopt. De naam van het gerecht: Kamper Steur.

Het verhaal dat in 1919 door J. Cohen werd vastgelegd in zijn boek Nederlandsche Sagen en Legenden II verschilt nauwelijks van de versie van Fels.

De versie van Cohen

Als de stad Kampen een belangrijke ridder met zijn grote gevolg verwacht, schakelt het bestuur van de stad de beste kok in die ze kunnen vinden.

Hij wist, wanneer een haas adellijk genoeg was, en als hij een stuk boter in de heete pan wierp — schijnbaar-achteloos gelijk een waarachtig kunstenaar — verspreidde dit sissend en smeltend een geur, liefelijker dan de huid van een blond, zestienjarig maagdeke, de adem van roos en jasmijn tezaam. […] Wist hij niet de kracht van alle kruiden en toevoegsels, van de foelie, van de thijm, ban de peper en de laurier, van de kaneel en de vanille, van de anijs en het maanzaad, van de komijn en de mosterd, van de citroenschil en de kerry, en wist hij niet al de smaken aanéén te dichten als jamben en anapesten en hexameters der kookkunst? welk een man!

De kok verzon een uitgebreid gangendiner, waarbij het hoogtepunt gevormd zou worden door de steur en haar kaviaar. De ridder meldde zich echter ziek en aangezien de steur niet in gevangenschap kon leven, werd deze weer vrijgelaten in de IJssel. De reusachtige vis werd terug gezet met een snoer met bellen aan zijn lichaam, zodat ze hem snel weer zouden kunnen vangen als dat nodig was. Maar de steur verdween spoorloos en toen de ridder beter was geworden en alsnog afreisde naar Kampen moest de kok noodgedwongen nieuwe gerechten verzinnen. Nog lang zouden de inwoners aan de waterkant luisteren of ze in de diepte van de IJssel een bel konden horen rinkelen …

Geen van beide auteurs rept echter zelf over de eieren met mosterdsaus. Het verhaal komt op zich niet helemaal uit de lucht vallen blijkt. Uit het Kamper stadsrecht Dat gulden boek van omstreeks 1400, blijkt dat men gevangen steuren aan een touw liet zwemmen in de IJssel. Verhalen over een vis die met een bel omgehangen vrijgelaten wordt, kennen we ook uit andere landen. Het thema is dus algemeen. Het gerecht zelf komt al voor in het eerste gedrukte Nederlandse kookboek “Een notabel boecxken van cokeryen” (circa 1514), maar is daar afkomstig uit het Belgische Ukkel.

Stuer van Uccle te maken.

Neempt eyeren ende sietse wel hert [kook ze goed hard]. Dan doet hen af haer pellen ende snijtse overmids in twe ghelijcke deelen ende legtse so in een scotel, metten doren nederweert. Dan neemt botere ende smelt dye in een panne. Als die botere ghesmolten is, doet erin mostaert ende minghelt dat wel ondereen. Alst wel ondereen ghemenghelt es, so ghietet op die eyeren. Ende es volmaect.

Bron: DBNL

Hoe het ook zij, de kaviaar is weliswaar wat groot uitgevallen, het gerecht is snel gemaakt voor een lunch maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Peanut butter cookies, again

Peanut butter cookies, again

Een gezinslid was jarig en die wilde ’s avonds de spinazie-gehaktballen maaltijd en na het ochtend-gebak, ’s middags wel pindakaaskoekjes. Een ander was later jarig en die wilde ook wel pindakaaskoekjes, en ’s avonds een pasta met spek-en-room maaltijd. Zo gaat dat als je van lekker eten houdt en jarig bent.

Al eens eerder over geschreven, pindakaaskoekjes. Gemaakt op de klassieke manier, met een recept uit de VS, die wel uitliepen, én gemaakt op een andere manier, die niet uitliepen. Dat was toen een beetje onbevredigend, ondanks dat beide soorten koekjes wel degelijk als lekker werden bestempeld.

Amerikaanse pindakaas is anders dan de Nederlandse. Nog smeerbaarder en wat lichter van kleur. Er wordt daar ook nog suiker aan toegevoegd. Die Amerikaanse kun je zelf proberen, want naast de Calvé pindakaas zijn er veel meer potjes pindakaas te koop in de supers. En daar staat soms ook het Amerikaanse merk Jif tussen. Andere merken die in de VS boven komen drijven in smaaktesten zijn Teddie, Skippie en Santa Cruz Organic. Waar Jif de minste hoeveelheid aan toegevoegde suiker schijnt te hebben. Aan het oermerk Calvé Pindakaas wordt geen suiker toegevoegd.

En heb je aan al die verschillende pindakaasmerken en -soorten niet genoeg? Dan kun je altijd nog een winkel van De Pindakaaswinkel bezoeken. Inmiddels in 8 steden te vinden, waarbij Amsterdam met de 3 vestigingen koploper is, gevolgd door 2 vestigingen in Rotterdam. Zelfgemaakte pindakaas naturel of met allerlei smaakmakers erdoorheen. Zo heb je nog veel meer keuzes aan pindakaas.

Dus nog een keer pindakoekjes gemaakt, op een andere en zelfverzonnen manier. Ingrediënten en hoeveelheden tijdens het maken bedacht. En dan maar afwachten hoe het uitpakt. Met daardoor uiteindelijk een iets andere lijst en hoeveelheden van ingrediënten dan de vorige 2 recepten.

Amerikaanse pindakaas is geen Nederlandse pindakaas, dus echt namaken kan sowieso niet als je het verzoek krijgt om Nederlandse pindakaas van het oermerk te gebruiken. Het blijven daarmee Nederlandse pindakaaskoekjes. Want koekjes maken, daar kan niets fout gaan. Het kan wel anders uitpakken dan a priori bedacht, maar niets fouts.

Lees Meer Lees Meer

Hollandsche rode curry soep met visballetjes

Hollandsche rode curry soep met visballetjes

Koken gaat om wat je lekker vindt. En ik vind een hoop lekker … Mijn voorkeur gaat doorgaans uit naar de Aziatische keuken, maar maak net zo lief iets uit Mexico, de V.S. (niet alles!) of Suriname. Hoewel ik toegeef dat de kans dat een Surinaams gerecht zijn oorsprong heeft in Azië vrij groot is.

Over het algemeen vind ik het leuk om dichtbij het oorspronkelijke recept te blijven en smaken te ontdekken die we hier niet gewoon zijn. Dat zorgt overigens wel eens voor uitdagingen als het gaat om de juiste ingrediënten. Niet alleen bij sommige Aziatische recepten, maar eigenlijk nog meer bij Mexicaanse recepten. Het is echter ook leuk om je eigen gang te gaan.

Met een beetje kruiderij kan je je soep bijvoorbeeld behoorlijk pimpen. Neem nu de oerhollandse groentesoep. Op zich overigens al een smakelijke soep, maar met een eenvoudige twist verras je de eters. Het enige wat je nodig hebt is Thaise rode currypasta en visballetjes.

Optie 1 is de currypasta bij de toko kopen. Binnen 30 minuten heb je de soep op tafel staan.

Optie 2 is de currypasta zelf maken. Dat is de eerste keer een klein beetje werk, maar je voorraad bewaar je in porties in de vriezer. Zo maak je in het vervolg zelf snel en makkelijk je curry’s. Of je soep dus. De visballetjes kun je uiteraard ook zelf maken, maar ik geef toe dat het gemakkelijk is ze uit de vriezer bij de toko te vissen.

Het eerste deel van dit recept kun je overslaan als je zelf al een currypasta hebt, zelfgemaakt of uit de winkel.

En soepgroente kun je natuurlijk zelf samenstellen, maar soms is makkelijk ook fijn als je weinig tijd hebt. Neem dan verse soepgroente van de groenteboer of uit de diepvries. Meestal voeg ik nog een restje groente toe dat ik toch heb liggen. Zoals nu een prei.

Lees Meer Lees Meer

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Babi Pangang, is het nou Nederlands of toch Chinees? Of Indisch?

Lang vroeg ik mij af waar de Babi Pangang van de Chinees toch van gemaakt was. Tot ik ooit procureur kocht, overigens voor een heel ander gerecht. De structuur van die procureur verklaart de malsheid van Babi Pangang. Maar daarmee was ik er nog niet achter hoe het bereid wordt.

Babi Pangang zou een typisch gerecht zijn uit de Nederlandse Chinees-Indische keuken, ontstaan na de naoorlogse komst van vele Indische Nederlanders en Indonesiërs naar Nederland. Maar is dat wel zo? Culinair journalist Marcel Maassen schreef er in 2017 al eens over, maar je kan zelf ook even neuzen in Delpher, de prachtige kranten zoeksite van de KB, met mogelijke uitstapjes naar tijdschriften en boeken. Ik schreef zelf ook al eerder over de Chinese oorsprong, toen ter introductie op zoet-zuur varkensvlees uit Sichuan in vergelijking met koe-loe-yuk. Een wereld van verschil, maar wel is duidelijk wat de herkomst is van die deegballetjes bij ‘onze’ Chinees. Wie bovendien bedenkt dat het grootste deel van Indonesië moslim is en dus geen varkensvlees eet, zal ook bedenken dat een gerecht als babi pangang niet zozeer een Indonesische oorsprong heeft als wel een Chinese. De eerste grote groep Chinezen vestigden zich in de zestiende eeuw in de Indonesische archipel. Tijdens het bewind van de VOC kwamen namelijk veel Chinezen op de plantages werken en zo kwam ook de Indonesische keuken onder invloed van de Chinese keuken. En de Chinezen eten wel varkensvlees.

De Chinese keuken kent bijvoorbeeld Char siu, geroosterde varkensvlees, ook bij elk Chinees restaurant te verkrijgen. Als je het afhaalt dan met saus in een beker apart. En kant-en-klaar bij elke toko in de diepvries in handzame porties. Zonder saus! Ik maakte het al eens met varkenshaas. De versie met procureur moet ik nog plaatsen, die maak ik eerlijk gezegd vaker.

Babi Pangang wordt juist geserveerd mét saus. Het vlees is gegaard en wordt daarna kort gefrituurd om vervolgens in dunne repen te worden gesneden. Maar pangang betekent ‘geroosterd’ en niet gefrituurd. Dus dat frituren lijkt uit de boze. Meestal wordt procureur gebruikt, maar wie er het boek Indische keukengeheimen van Jeff Keasbery er op na slaat, ziet dat zijn familie buikspek gebruikt. En een saus met als basis Indonesische taotjo. Bijzonder smakelijk. Ik maak hier een paar keer per jaar een variant op, elke keer tot groot plezier van de gasten, want ik maak het alleen bij speciale gelegenheden.

Maar er blijkt dus duidelijk sprake te zijn van verschillende versies Babi Pangangs. De oorspronkelijke versie werd door Chinese koks in het toenmalige Nederlands-Indië geïntroduceerd en werd gemaakt van buikspek. De bronnen over de samenstelling van de bijbehorende saus zijn het niet helemaal met elkaar eens, maar de tomaten-gembersaus die wij vandaag de dag eten is waarschijnlijk van de oorspronkelijke saus afgeleid en mogelijk bedacht voor de Europeanen in het toenmalige Nederlands-Indië. De saus is al zeker bijna 100 jaar in gebruik en is dus geen nieuwe bedenksel. Het buikspek is in de meeste restaurants hier in Nederland echter vervangen door procureur. Waarschijnlijk omdat het een stuk goedkoper is.

Lees Meer Lees Meer