Archief van
Tag: Normandië

Cheesecake met D.O.M. Bénédictine

Cheesecake met D.O.M. Bénédictine

Zeg je Normandië, dan denken wij aan het eiland Mont Saint Michel, aan appel- en perencider, aan calvados én aan D.O.M. Bénédictine, en natuurlijk aan de auberge restaurants en de lekkere kaasjes.

Jaren geleden Normandië bezocht, inclusief het eiland, en toen veel soorten alcoholische dranken gedronken en locale kaasjes gegeten tijdens een korte vakantie aldaar. Nog steeds met levendige herinneringen. Normandië heeft blijkbaar veel indruk gemaakt toendertijd.

D.O.M. Bénédictine is een alcoholische kruidendrank met een alcoholpercentage van 40%. Het bevat maar liefst 27 verschillende planten en kruiden. Dat komt vaker voor, veel verschillende ingrediënten. Zo bevat de Italiaanse Vecchio Amaro del Capo 29 verschillende vruchten, bloemen en kruiden. Maar het kan altijd met nog meer. De in het kartuizerklooster gemaakte Chartreuse is een kruidenlikeur met 130 verschillende planten, kruiden en specerijen. 27, dat valt daarmee vergeleken nog wel mee qua aantal.

Het productieproces is complex. De geheime start is hoe van de kruidenmix een elixer wordt gemaakt. Men meldt wel dat voor D.O.M. Bénédictine het mengen van honing en saffraan essentieel is voor een gebalanceerde rijke textuur.

Het verkregen elixer wordt daarna gedistilleerd in de originele koperen ketels, zodat het een alcoholische drank wordt. Vervolgens wordt het jarenlang gerijpt in eikenhouten vaten voordat het de fles in mag.

Het verhaal over het ontstaan van de drank D.O.M. Bénédictine kent minstens 2 varianten, met een gemeenschappelijke kern. Het D.O.M. gedeelte is makkelijk. Het is een afkorting voor het Latijnse Deo Optimo Maximo, te vertalen als ‘Aan God, de meeste goede, de meeste grote. Dit suggereert een religieuze link. In Romeinse tijd was dat met de god Jupiter.

De meest geciteerde variant van het ontstaansverhaal is dat Bénédictine is bedacht door monniken van de Benedictine abdij bij Fécamp in Normandië. Tijdens de Franse Revolutie (in 1788–1799) werd de abdij verwoest, de productie stopte en het recept werd naar verluidt in een 16-eeuws manuscript gestopt. In 1863 vond Alexandre le Grand het recept terug en noemde de door hem gemaakte drank Bénédictine.

Een andere variant meldt dat Alexandre le Grand met hulp van een scheikundige (of apotheker) zelf een kruidenlikeur ontwikkelde in 1863. Daar gebruikte hij oude medische recepten voor uit een door hem aangekochte verzameling. Als marketingverhaal zou hij dan hebben verzonnen dat het oorspronkelijk werd ontwikkeld door de monniken van de Benedictine abdij bij Fécamp in Normandië.

2 verhalen. Welke waar is? U mag het zeggen.

Bij D.O.M. Bénédictine denken we niet alleen aan de drank zelf. De distilleerderij zit namelijk in een museumpaleis. Heel apart. Bewust zo gedaan door Alexandre le Grand. En het ging snel. In 1863 (opnieuw?) uitgevonden. In 1873 werden er al 150.000 flessen per jaar geproduceerd. In 1876 werd de firma Bénédictine SA opgericht. In 1882 werd besloten tot de bouw van museumpaleis waar ook de distilleerderij in zou worden gevestigd. Een snel succes.

Wij zijn alleen in het drankgedeelte geweest van het museumpaleis, niet in het schilderijen gedeelte. Zal toen wel te duur zijn geweest voor de met-een-tent vakantiegangers. In het drankgedeelte stond een houten trappenpiramide, 4 of 5 verdiepingen hoog. Met op 1 na allemaal vervalsingen en imitaties van de echte D.O.M. Bénédictine. De ene stond op de top, in z’n eentje. Uiteraard was dat de enige echte. Geen idee of die trappenpiramide er nog steeds staat.

D.O.M. Bénédictine. Een tiental jaren niet in huis gehad en plotseling in een opwelling door mijn wederhelft gekocht. Zomaar.

Cheesecake met D.O.M. Bénédictine kwam naar boven in ons gesprek hierover. Zou dat lekker zijn?

Lees Meer Lees Meer

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Omelette de la Mère Poulard
in Mont Saint-Michel

Voordat we op vakantie (of excursie) gingen hielpen vroeger boeken en folders, nu internet, om zeker te weten dat je ter plekke alle bijzonderheden bezoekt. Dat ligt er dan wel aan naar welke dingen je op zoek bent. Toeristische trekpleisters, cultuur-historische zaken en/of natuurschoon bijvoorbeeld. Wij gingen en gaan vooral naar plekken met zo min mogelijk andere mensen. Soms gold een uitzondering op de regel.

Mont Saint-Michel voor de kust van Normandië in Frankrijk en St Michael’s Mount voor de kust van Cornwall in Engeland waren zulke uitzonderingen. Tweelingen, hemelsbreed ruim 331 kilometer van elkaar. Mont Saint-Michel is wel commerciëler dan het meer pittoreske St Michael’s Mount. Beide tweelingen zijn onderhevig aan eb en vloed. De helft van de dag alleen met de boot bereikbaar, goed om te weten als je de auto parkeerde langs de toegangsweg. De tweelingen kunnen elkaar niet zien. Afgezien van de kromming van de aarde, ligt Engelands zuidelijkste puntje in de weg, Lizard Point. Bekend onder geologen voor de serpentijnsteen, een uniek metamorf en prachtig donkergroen gesteente met rode en witte aders.

Toen we jaren geleden naar Mont Saint-Michel gingen stonden lokale voedselspecialiteiten nog niet op ons vizier. Onderweg met een tent ben je al blij als je ’s avonds ergens een fatsoenlijke maaltijd kunt krijgen zonder elke keer in een auberge te belanden. Hoewel we op de laatste dag wel appelcider (van een boer), Calvados en de kazen Camembert en Pont l’Evêque (van een kaasmakerij) mee naar huis namen. We gingen voor natuurschoon en geschiedenis. En daarom op Mont Saint-Michel wel een bezoek gebracht aan een boekhandel, waar je geschiedenis kunt kopen, maar niet aan het ernaast gelegen hotelrestaurant La Mère Poulard, bestaand vanaf 1888. Kan ook aan de prijzen en de drukte binnen hebben gelegen. Poulard kreeg de eretitel Mère, moeder, voor haar kookkunst.

Die speciale Omelette de la Mère Poulard wordt gemaakt in een koperen pan met extra lange steel, op een open haardvuur. Hierdoor buigt warme lucht zich ook over de bovenkant van de pan, wat helpt om de omelet versneld gaar te laten worden. Al die authentieke dingen, daar betaal je voor. Want de omelet is niet bepaald goedkoop daar op Mont Saint-Michel. Of eigenlijk, heel erg duur voor wat alleen maar een luchtige soufflé omelet is.

Inmiddels zoeken we wel op speciale lokale gerechten. We hebben 2 jaar geleden, na het zien van een documentaire over de geschiedenis van het eiland, overwogen om toch nog een keer naar het toch wel zeer toeristische Mont Saint-Michel te gaan. De enorme drukte hield ons tegen. Een uitzondering op de uitzondering van de regel. Bovendien is lang wachten op een plekje in een druk restaurant, als je niet van te voren reserveert, aan ons niet besteed.

Omelette de la Mère Poulard zelf gemaakt, zonder koperen pan (veel te duur in aanschaf en te veel onderhoud nodig, jammer genoeg) en zonder open haardvuur (mag ik niet in onze keuken).

Lees Meer Lees Meer