Pindasoep met tomtom
Pindasoep heb je in allerlei varianten, uit verschillende landen bovendien. Het meest bekend in Nederland is de Surinaamse pindasoep. Ik maak het ongeveer eens per maand.
Een meer traditionele Surinaamse pindasoep bevat zoutvlees en soms ook nog varkensstaart. En je maakt het af door aan het eind een Madame Jeannette mee laten pruttelen. Toch is een pindasoep doorgaans niet bijzonder heet, want de peper geeft vooral smaak af en geen hitte. Dat is anders als je een sneetje in de peper maakt of de peper per ongeluk stuk kookt, dan smaakt de soep plots een heel stuk pittiger. Wie niet bekend is met een Madame Jeanette, doet er er verstandig aan er voorzichtig mee op te gaan. Het is niet wat een reisgenoot ooit zei: “oh kijk, wat grappig, een kleine paprika!” We hebben haar er maar voor gewaarschuwd.
Niet voor iedereen is zoutvlees en met name varkensstaart even makkelijk verkrijgbaar. Een Madame Jeannette is tegenwoordig niet moeilijk te vinden, hoewel in veel gevallen de adjuma-peper als madame Jeannette wordt verkocht. Qua smaak en hitte ontlopen ze elkaar echter niets (100.000 tot 400.000 op de Scoville-schaal voor de adjuma versus 125.000 tot 325.000 voor de madame Jeanette). Dat verschil proef je letterlijk niet meer. Een Madame Jeanette is wat smaller dan de adjuma-peper.
Je kunt zonder zoutvlees en varkensstaart een heel smakelijke versie van pindasoep maken met een kippenpoot en een beetje sambal. Een beetje heet is namelijk best lekker. Een typisch Surinaamse toevoeging is tomtom, oftewel balletjes bakbanaan. Veel supermarkten verkopen tegenwoordig ook bakbanaan. In ieder geval bij mij in de buurt. Neem een groen-gele bakbanaan voor een wat neutraler smaak en een zwarte bakbanaan voor heel zoete balletjes. Dat contrast tussen zoet en zout is wel heel erg lekker.
En laat je de kip weg, dan heb je een smakelijke vegetarische variant.
Freestyle SU-pindasoep. …