Archief van
Tag: platbrood

Over pinsa, pizza en focaccia bij de oud Romeinen

Over pinsa, pizza en focaccia bij de oud Romeinen

Pompeï blijft verbazen. Het was groot nieuws bij de pizzahistorici en -liefhebbers in Italië, en ook elders in de wereld. Op 27 juni 2023 werd het door het Archeologisch Park van Pompeï aan de pers getoond [1]. Er was daar een muurschildering gevonden op een half ingestorte muur, met eten erop. Gelukkig is de muurschildering bewaard gebleven. Want mooi is die wel.

1 van de gerechten had de vorm van wat we nu een pizza met een dikke rand zouden kunnen noemen. Het Romeinse Rijk kende al pizza! Iedereen blij. Of toch niet? Want bij nader inzien leek het toch ook wel veel op een brood met een dikke rand en in het midden een dunne bodem. Zodat er voedsel in blijft liggen zonder ervanaf te kunnen rollen. In het nieuwsartikel [1] wordt het beschreven als een platte focaccia die als drager fungeert voor diverse vruchten, zoals granaatappel en eventueel een dadel, met kruiden en eventueel met een soort pesto (moretum), eventueel specerijen. Erg precies is dat allemaal niet. Maar de identificatie als platte focaccia intrigeert, zeker gezien het uiterlijk met de ronde rand op het fresco.

Meel en water mengen tot een deeg, plat duwen en drukken en dan bakken op een hete steen. Alle oude culturen kennen wel een platbrood versie. Via de Etrusken en de Grieken bereikten platbroden zeker ook het oude Rome. Maar kenden ze ook pinsa, pizza en/of focaccia? Laten we maar meteen met de deur in huis vallen. De oud Romeinen kenden pinsa, pizza en focaccia niet. Zeker niet. Of toch wel? Refereert pizza naar een specifieke vorm van het deeg, met een topping, of zijn de ingrediënten van die topping ook van belang?

Lees Meer Lees Meer

Catillus ornatus is een laganum in repen

Catillus ornatus is een laganum in repen

In het boek Deipnosophistae van Athenaeus [1], gedateerd op de 3e eeuw, staan niet alleen cheesecake recepten. Er staat ook een recept in voor wat de Romeinen catillus ornatus noemen. De ingrediënten worden gegeven, maar over de vorm waarin het geserveerd moet worden laat het recept niets los. De naam helpt ook niet echt. Catillus betekent niets anders dan houder van voedsel zoals een bord of kom, en ornatus betekent zoiets als versierd, opgesmukt. Catillus ornatus wordt wel aan laganum gelinkt. Maar wat is dan laganum?

Het Romeinse Rijk heeft ruim 1200 jaar bestaan, maar informatie over laganum is zeer schaars [2]. In de 2e eeuw BC schrijft Cato [3] helemaal niets over laganum. Pas in de 1e eeuw BC kunnen we iets over laganum lezen. Keizer Cicero meldt dan dat hij dol is op laganum. Horatius noemt in diezelfde eeuw laganum juist alledaags voedsel en refereert naar een gerecht met laganum, porrum (prei) en cicer (kikkererwten). Het boek Deipnosophistae meldt dat het een licht maar weinig voedzaam brood is, dat werd gebakken. In Apicius staat hoe je laganum gebruikt [4]. Er staat echter geen recept. Isidorus Hispalensis (ook bekend als Isidore van Sevilla) meldt dat laganum eerst werd gekookt (pasta?!) en dan werd gebakken in olie.

We hebben wel een etymologische hint. Laganum komt van het Griekse woord laganon. En dat refereert naar een ongerezen platbrood die werd gebakken op een hete plaat, of brede stroken deeg die in olie werden gebakken. Het werd in ieder geval van stevig deeg gemaakt. Dat lijkt een andere moderne vertaling van laganum als een soort pannenkoeken, zoals door bijvoorbeeld Joseph Dommers Vehling in 1936 [5] en Patrick Faas in 2003 [6] is gedaan, uit te sluiten. Pannenkoeken worden van nat beslag gebakken. Het meest aannemelijk is echter dat in de loop van die 1200 jaar laganum verschillende betekenissen heeft gehad, en meer algemeen duidde op een dunne deeglap die werd gebakken.

Laganum werd niet alleen door keizers gegeten, maar ook door het arme deel van de bevolking. Suggesties voor de ingrediënten voor laganum variëren: meel, bloem, water, wijn, peper, melk, olijfolie en vet zijn mogelijkheden. Een minimalistische aanpak lijkt het meest logisch om mee te beginnen.

Als eerste laganum als ongerezen platbrood gemaakt, zoals het mogelijk ooit begon, als nagemaakte Griekse laganon. Daarna de catillus ornatus, gemaakt: een laganum in repen. De oude Grieken bakten repen laganon ook al in olijfolie. De afwijkende naam van de oud Romeinen kan duiden op andere ingrediënten voor catillus ornatus ten opzichte van die voor laganon.

Lees Meer Lees Meer

Lahmacun zonder kneden

Lahmacun zonder kneden

Een snelle maaltijd die niet per se ongezond is, afhankelijk van wat je er als beleg op doet: Lahmacun, platbrood met een meegebakken saus van gehakt en groenten. Ik vind het erg lekker. Vooral als de lahmacun belegd is met ui. Je koopt ze voor weinig per drie of vijf stuks ingevroren. Te ontdooien in een koekenpan met een deksel erop en klaar om te beleggen. Zelf maken is bijna net zo eenvoudig, behalve dat daar kneden aan te pas komt. Er is echter een alternatief, met een beetje smokkelen. In plaats van brood te kneden kun je ook vers Libanees brood nemen. Het enige wat je dan nog hoeft te doen is de saus maken. Die saus bestaat uit kruiden, ui, tomaat en paprika en meestal een klein beetje lams- of rundergehakt.

Libanees platbrood is één van de vele soorten platbrood die er zijn. Feitelijk is het ongerezen brood. In de verschillende keukens die het Midden-Oosten rijk is, bestaan platbroden al duizenden jaren. Ze werden vooral gebruikt om vlees en groenten verpakt te eten. Pas in de middeleeuwen werd het deeg gevuld of belegd en gebakken in een steenoven. Zo ontstond de lahmacun. De naam lahmacun is afkomstig uit het Turks, terwijl het in het Armeens lahmajun (of lamadjo) heet. Beiden zijn afgeleid van het Arabisch: لحم عجين‎, laḥm ʿajīn, een afkorting van: لحم بعجين‎, laḥm bi-ʿajīn, hetgeen ‘vlees met deeg’ betekent. Het gerecht ‘Turkse pizza’ noemen, doet geen recht aan de oorsprong. Ten eerste is de lahmacun ouder, ten tweede wordt het zonder kaas gegeten en ten derde is de lahmacun veel dunner dan een pizza.

Lees Meer Lees Meer

Broodje Tempeh met Kousenband

Broodje Tempeh met Kousenband

Eigenlijk wilde ik iets anders eten, maar ik vertrouwde het niet en het verdween in de vuilnisemmer. Dat was een beetje jammer, want het gas stond al aan en de olie zat in de pan. Gas uit en een vragende blik in de koelkast. Weinig keus, behalve een pak tempeh. Ik kocht het enkele dagen eerder. Ik zag het in de winkel liggen en bedacht mij dat ik het nooit een echte kans had gegeven. Het was jaren geleden dat ik eens had gegeten, maar ik weet niet wat ik ermee gedaan heb. Wel weet ik dat ik het helemaal niks vond. Misschien was het de textuur of heb ik het gewoon niet goed klaargemaakt, geen idee. Tijd dus voor een nieuwe poging. Ik zou er saté mee maken, dat leek mij wel een aardig experiment.

De oorsprong van tempeh is te herleiden tot het eiland Java in Indonesië. De tempeh die je in de winkel koopt is doorgaans geblancheerd. Dat inactiveert enzymen en voorkomt de groei van bacteriën en schimmels. Schimmels? Ja. schimmels, want de sojabonen worden behandeld met een speciale schimmel (Rhizopus oligosporus), waardoor de koekvorm ontstaat. Doordat de tempeh geblancheerd is, kun je deze bijzondere sojakoek dus langer bewaren.

Maar saté van tempeh werd het niet, want daarvoor wilde ik het eigenlijk marineren. Voordat je dat doet, kun je tempeh het best eerst stomen – dat had ik al wel uitgezocht- om de marinade beter op te nemen. Maar mijn maag knorde. Eerst stomen en dan marineren zou te lang duren. Een broodje tempeh met kousenband, dat werd het.

Lees Meer Lees Meer