Archief van
Tag: Portobello

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Farfalle, portobello, hamreepjes, passata en bimi

Op 5 april 2024 waren er ineens 2 uitgesproken meningen op Reutel te lezen, bij het recept met radiatori pasta. Farfalle werd namelijk door 2 mensen afgewezen als lekkere pastasoort. Ik moest het echt even 2 keer lezen. De een meldde geen fan te zijn van compacte pasta-soorten zoals penne rigate en farfalle, de ander vond het harde stukje in het midden van vlinderpasta niet lekker. Textuur dingetjes dus. Gewoon nog 2 minuten langer koken dan de niet al dente kooktijd? Wordt pasta niet echt lekkerder van overigens.

Op zulke uitspraken is maar 1 reactie mogelijk. Een maaltijd met farfalle. Want wij vinden juist al dente gekookte pasta vele malen lekkerder dan volledig gegaarde zachte pasta. En dat is inclusief het compactere middenstukje van farfalle.

Farfalle is Italiaans voor vlinders. Ze hebben eigenlijk meer weg van de vlinderstrikjes die je bij een smoking moet dragen dan van vlinders. Het lijf van een vlinder staat loodrecht tussen de vleugels. Die van vlinderstrikjes en farfalle meestal niet. Maar goed, ook in het woord vlinderstrikjes zit het woord vlinder.

In het Nederlandse spraakgebruik blijft het gewoon vlinderpasta. In het Italiaans zou het dan papillon pasta heten, vlinderdas, maar zo heet het daar niet. In Engeland wordt het in de winkels verkocht onder de naam farfalle, maar heet het in recepten meestal bow tie pasta, of te wel vlinderdas pasta. What’s in a name.

De oorsprong van farfalle ligt ergens in Noord-Italië. Want de regio Emilia-Romagna, als ook de regio Lombardije, en ook nog eens een onbenoemde regio vlakbij Emilia-Romagna en Lombardije worden genoemd als waar deze pastavorm is ontstaan. Anderen melden dan weer dat het voor het eerst gemaakt is in het begin van de 16e eeuw in beide, aan elkaar grenzende, regio’s Emilia-Romagna en Lombardije. Kortom, daar ergens dus, in Noord-Italië.

Over de naamgeving is in Italië zelf ook wat verwarring. Strichetti is ook een pasta in vlindervorm, naar verluidt uit de regio Emilia-Romagna. Maar ja, als je de foto’s vanuit Nederland bekijkt dan ziet het er wel zo ongeveer hetzelfde uit als farfalle. Farfalle heeft zo te zien altijd gekartelde uiteinden. Bij strichetti is er meer variatie in de diepte van de kartels, tot zelfs het ontbreken van inkepingen aan toe. Blijkbaar mag je daar meer soorten deegwieltjes voor gebruiken in Emilia-Romagna.

Farfalle is typisch 4 centimeter breed en aan beide uiteinden 3 centimeter hoog. Maar net als met bijna alle Italiaanse pastasoorten geldt dat als je de grootte en/of de dikte veranderd, de pasta in Italië zelf een andere naam krijgt. Een grotere variant van farfalle heet daar farfalloni, een kleinere variant farfaline. Ziet farfalloni er nog uit als vlinderpasta, bij farfaline moet je best nog wat verbeeldingskracht hebben om daar nog steeds een vlinder in te zien.

Farfalle en paddenstoelen gaan heel goed samen. Zoals portobello’s. Portobello’s laten we altijd heel, tenzij ze niet perfect rond zijn en we ze een beetje gehavend tegenkomen bij de groenteboer. Zogenaamd misvormde exemplaren. Dat doet aan de smaak echter helemaal niets af. Gewoon kopen en dan wel in plakken, reepjes en/of stukjes snijden. Perfect om daar dan smaakvolle duxelles mee te maken. Hier echter in smalle reepjes gesneden om te bakken, een tussenvorm tussen in plakjes gebakken paddenstoelen en fijngesneden duxelles paddenstoelen.

Een makkelijke maaltijd, die zich bijna automatisch samenstelde. Voor wat pit, nog een klein beetje chipotle sauce toegevoegd.

Lees Meer Lees Meer

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Kastanjechampignons zijn in supermarkten heel populair, gezien de hoeveelheid plastic bakjes gevuld met die champignons. In die bakjes zitten regelmatig grote exemplaren, met een diameter van zo’n 6 à 7 centimeter.

Portobello is een grote variant van de kastanjechampignon. Koop je portobello’s in de super, dan koop je er meestal 2 tegelijkertijd, ook al in plastic. Portobello’s starten daar met zo’n 7 centimeter diameter. Stiekem voor u gemeten in de door ons meest bezochte super. Na een paar keer meten, met uitleg aan diegene die verantwoordelijk was voor de groenteafdeling en even wilde weten wat ik daar deed, is de uitkomst: regelmatig 7 à 8 centimeter en soms 9 centimeter. Dat is niet echt veel verschil tussen grote kastanjechampignons en kleine portobello’s. Voor echt grote portobello’s gaan wij daarom naar de groenteboer. Dat levert portobello’s op met een diameter van ± 12 centimeter.

Portobello’s slinken niet veel tijdens het bakken, waardoor het kommetje met de kieuwen, aan de onderkant, mooi intact blijft. Ideaal om te vullen. En die kieuwen, die laten we echt wel zitten. Die leveren namelijk ook smaak. Haal je ze weg, dan wordt het kommetje wat dieper. Maar dat wordt het ook wel als je de vulling er stevig induwt. Kieuwen: laat ze zitten.

Portobello’s blijven net als kleine kastanjechampignons ook lang goed, tot wel 5 dagen in de groentela van de koelkast. Als je er voor zorgt dat er lucht bij kan komen, gek genoeg.

Zo kun je 5 dagen van te voren bedenken dat je over 5 dagen restjes paddenstoelen over hebt, die nog steeds mooi en stevig zijn. Dat lukt ons met bijvoorbeeld witte champignons nooit. De worden zeker vanaf dag 3 vaal en krijgen rare plekken. Vandaar dat we wel bijna altijd een variant van kastanjechampignons in voorraad hebben, maar bijna nooit witte champignons.

Portobello’s halen we in huis voor het visuele aspect van een maaltijd, als soort van versiering.  Of heel gelaten of in lange dikke plakken gesneden. Hier heel gelaten en gevuld met knoflook, risotto en ui.

Lees Meer Lees Meer

Duxelles, sugar snaps, bacon én Reypenaer

Duxelles, sugar snaps, bacon én Reypenaer

Reypenaer is een hele speciale Nederlandse kaas. Daar hoort in deze maaltijd een speciale bereidingswijze van paddenstoelen bij: duxelles.

Duxelles, ook wel geschreven als duxelle, zijn fijngehakte paddenstoelen met fijngehakte uien en/of sjalotten en diverse kruiden. Schrijf je het midden in een zin met een hoofdletter, dan hang je impliciet de onbewezen theorie aan dat het in 1644 (?) is vernoemd naar de Franse Marquis d’Uxelles, door zijn eigen kok, Francois Pierre de la Varenne. Die nu wordt gezien als een grondlegger van de moderne Franse haute cuisine [1]. Onbewezen, we schrijven duxelles.

Een allereerste keer geproefd toen het al was klaargemaakt. Toen niet geraden dat het van paddenstoelen was gemaakt. En dat terwijl er veel paddenstoelen op ons menu staan. Dat opent deuren. Laten proeven door eters die meldden echt geen paddenstoelen te lusten.

Duxelles, het is gewoon een bijzonder lekkere manier om paddenstoelen te serveren. Want duxelles zijn smaakbommetjes. Anders dan bij in schijfjes gesneden paddenstoelen, zijn hier veel meer celwanden van de paddenstoelen kapot. Bijna alle water verdampt tijdens het bakken. Wat je overhoudt is een soort van essence van paddenstoelen. En dat is bijzonder lekker. Totaal anders van smaak dan gebakken of gestoofde paddenstoelen, heel of in schijfjes.

Duxelles kan je in veel gerechten gebruiken. Het bekendst is waarschijnlijk het gebruik in Beef Wellington. In sauzen doet duxelles het ook altijd goed. Of gewoon, bovenop een rijstmaaltijd. En dat is aan deze kant van Reutel dan regelmatig risotto. Of je nog een roomsoort en/of tomatenpuree of -concentraat toevoegd is aan de kok. Hier wel gedaan.

Duxelles heeft een aparte en stevige smaak. Daar past een stevig in zijn schoenen staande kaas bij. Reypenaer XO Reserve bijvoorbeeld. Dus.

Lees Meer Lees Meer