Archief van
Tag: Rucola

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Tarte tatin met witlof, ui, pecannoten en rucola

Toen tarte tatin ineens echt populair werd in Nederland, waarschijnlijk in de jaren 70 van de vorige eeuw, verschenen ook recepten met andere ingrediënten dan appels en peren. Die al gebruikt werden, volgens de overlevering, in 1889 in het restaurant van de zusters Caroline and Stephanie Tatin. Een beruchte versie is die met kersen in de gaten van ananasringen.

Groentes mochten ineens ook. En witlof kwam al snel bovendrijven. Toen nog behoorlijk bitter, vandaar waarschijnlijk de toevoeging van suiker in oude recepten. Zoals die we recent weer tegenkwamen, in de oude doos, pre-internet tijd. Teruggevonden toen we een tijdlang het huis eigenlijk niet uit mochten. Zo te zien geknipt uit een vintage Allerhande. Een bruin geworden en vrij fragiel stuk papier met daarop een klassieke versie van het recept.

De wereld eet zo te zien nog steeds veel witlof tarte tatin. Populair zelfs. In groten getale te vinden met walnoten, Parmezaanse kaas en (riet)suiker.

Witlof in een taartje, we eten het vaker. Zoals met peer en blauwe kaas. De tarte tatin met witlof en noten is ook altijd gebleven. Inmiddels maken wij het meer op gevoel, en op basis van wat we in huis hebben, dan volgens dat klassieke recept. Dat geschreven hebbende, zoveel hebben we er ook weer niet aan veranderd. De hoeveelheden zijn vrijwel hetzelfde gebleven. Klassiek was dus al helemaal goed.

Maar de suiker laten we er uit. Witlof is zoveel milder geworden van smaak, dat extra zoetheid toevoegen niet meer nodig is.

Witlof tarte tatin, wat oorspronkelijk een bijgerecht was voor zeg 4 tot 6 personen. Wij houden het op 4. Wij eten het ook wel eens als hoofdgerecht voor 2 personen. Het kan verkeren. Maar hier waren we met z’n 4en. Bijgerecht it is.

Lees Meer Lees Meer

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Portobello vol risotto, op een bedje van rucola

Kastanjechampignons zijn in supermarkten heel populair, gezien de hoeveelheid plastic bakjes gevuld met die champignons. In die bakjes zitten regelmatig grote exemplaren, met een diameter van zo’n 6 à 7 centimeter.

Portobello is een grote variant van de kastanjechampignon. Koop je portobello’s in de super, dan koop je er meestal 2 tegelijkertijd, ook al in plastic. Portobello’s starten daar met zo’n 7 centimeter diameter. Stiekem voor u gemeten in de door ons meest bezochte super. Na een paar keer meten, met uitleg aan diegene die verantwoordelijk was voor de groenteafdeling en even wilde weten wat ik daar deed, is de uitkomst: regelmatig 7 à 8 centimeter en soms 9 centimeter. Dat is niet echt veel verschil tussen grote kastanjechampignons en kleine portobello’s. Voor echt grote portobello’s gaan wij daarom naar de groenteboer. Dat levert portobello’s op met een diameter van ± 12 centimeter.

Portobello’s slinken niet veel tijdens het bakken, waardoor het kommetje met de kieuwen, aan de onderkant, mooi intact blijft. Ideaal om te vullen. En die kieuwen, die laten we echt wel zitten. Die leveren namelijk ook smaak. Haal je ze weg, dan wordt het kommetje wat dieper. Maar dat wordt het ook wel als je de vulling er stevig induwt. Kieuwen: laat ze zitten.

Portobello’s blijven net als kleine kastanjechampignons ook lang goed, tot wel 5 dagen in de groentela van de koelkast. Als je er voor zorgt dat er lucht bij kan komen, gek genoeg.

Zo kun je 5 dagen van te voren bedenken dat je over 5 dagen restjes paddenstoelen over hebt, die nog steeds mooi en stevig zijn. Dat lukt ons met bijvoorbeeld witte champignons nooit. De worden zeker vanaf dag 3 vaal en krijgen rare plekken. Vandaar dat we wel bijna altijd een variant van kastanjechampignons in voorraad hebben, maar bijna nooit witte champignons.

Portobello’s halen we in huis voor het visuele aspect van een maaltijd, als soort van versiering.  Of heel gelaten of in lange dikke plakken gesneden. Hier heel gelaten en gevuld met knoflook, risotto en ui.

Lees Meer Lees Meer

Gebakken schijfjes Gourmandine aardappelen

Gebakken schijfjes Gourmandine aardappelen

Lunchgerechtje voor 1 persoon. Want gisteren hebben we een klassieker gegeten. Gekookte witte asperges met gebakken ham, hardgekookt ei en stevige aardappelen. En in zo’n maaltijd moet de aardappel wel veel smaak hebben om overeind te blijven. Gourmandine dus. We hielden van die klassieke maaltijd wat aardappels over. Goed laten afkoelen en in een bakje in de koelkast gelegd. Tot nu.

Aardappels. In de studententijd kochten we vooral goedkope aardappels. Van het daardoor overgehouden geld konden we het duurdere en lekkere bier in de beugelflessen van Grolsch medefinancieren. Beugels in een krat. Krat op z’n kant, zwart-wit TV-tje erop. En de avond kon beginnen.

Nu zoeken we de aardappels bewust uit op de culinaire eigenschappen. Aardappelrassen zijn wel seizoensgebonden. Je hebt vroege en late rassen, en van alles ertussenin. Sommige rassen liggen maar voor een korte tijd in de winkels. 1 van onze favorieten is de Opperdoezer Ronde, een ware delicatesse. Dat seizoen loopt regelmatig van eind mei tot en met eind oktober. Mooi lang. Een andere favoriet is de Gourmandine. Een middenvroeg culinair ras, die lang te bewaren is voordat de aardappel de winkel bereikt.

Gourmandine aardappels groeiden aanvankelijk vooral in het land van oorsprong, Frankrijk, en België. Zeker vanaf 2009 werd het ras in Nederland gepromoot zodat ze ook hier werden, en nu worden, verbouwd. Je kunt ze nu ook gewoon als pootaardappelen in Nederland kopen. 2009 is ook het jaar dat de Gourmandine in de categorie aardappelen, groenten en fruit voor de eerste keer de Franse prijs Saveur de l’Année won, Smaak van het Jaar. (Inmiddels staat die teller naar verluidt op 4 keer winst.)

Een Gourmandine is mooi geel van kleur, iets kruimig maar toch stevig, met een volle en licht nootachtige smaak. Kortom, lekker. Dat de smaak bijzonder was, vond ook Paul van Staveren, eigenaar en chef-kok van het helaas verdwenen 1-sterren restaurant Sonoy. Het moet daar zijn geweest dat ik voor het eerst de Gourmandine hebben geproefd, ergens in de periode 2010-2013. Wel er toen een heel stuk voor moeten omrijden op de terugweg, vanuit een familiebezoek in het hoge noorden. Maar meer dan de moeite waard gebleken.

1-sterrenrestaurants: gewoon de chef een 8-gangen maaltijd laten verzorgen, zonder dat je van te voren weet wat je te eten krijgt. Hele kleine porties op de borden en dan aan het eind toch vol zitten. Genieten!

Volgens de Fransen is de Gourmandine zeer geschikt voor gratins en kook- en stoofgerechten. Nou, dat gaan we dus niet doen. We gaan deze keer de al gekookte aardappels bakken, in schijfjes. En dan niet in te dunne plakken snijden. Dan kan je net zo goed direct chips eten. Dikke plakken, bakken tot de buitenkant knapperig en mooi bruin is geworden.

Lees Meer Lees Meer

Kaaskletskop met
spiegelei als ontbijt

Kaaskletskop met
spiegelei als ontbijt

In het weekend nemen we wat meer tijd voor het ontbijt dan doordeweeks. En een ei-gerechtje gaat er dan goed in.

Bakken we een eitje dan strooien we er regelmatig een lekker kaasje overheen. Kaas kan overal bij, niet waar. Dit keer het omgekeerde gedaan. Ei over gebakken kaas gegoten.

Een dunne laag gebakken kaas heet ook wel een kaaskletskop. De kaaskletskop ontstond vast toen iemand zag dat kaas, die naast de andere ingrediënten op de bodem belande, krokant werd. Het is dan een kleine stap om die andere ingrediënten een keertje weg te laten. En een volgende stap is om er toch weer iets bij te doen, een ei dit keer.

Kaaskletskop met spiegelei.

Lees Meer Lees Meer

De ik-lijk-op-een-pizza hartige aardappeltaart

De ik-lijk-op-een-pizza hartige aardappeltaart

Eerder schreef ik over de Schotse tattie scones en mijn gedachte om daar een taartbodem mee te maken, belegd met vegetarische ingrediënten. Ik was daar natuurlijk niet origineel mee, die gedachte had ik opgedaan op de Britse eilanden. En een paar jaar geleden werd er op de BBC een aardappeltaart met mosterd, prei en paddenstoelen gemaakt in het programma Great British Food Revival. Een lekkere vegetarische variant is er dus al, ik ga dan maar op voor een niet-vegetarische variant.

De bodem is gekozen, nu de topping nog.

Een eenvoudige Italiaanse pizza doet het bij ons altijd goed. Een dunne knapperig bodem van deeg, simpel belegd met tomatensaus, prosciutto ham en rucola sla. Dat beleg wordt de basis van de topping.

Van twee walletjes eten: een hartige taart met gebakken aardappelbodem en een Italiaanse topping.

Lees Meer Lees Meer