Archief van
Tag: sperziebonen

Wachsbrechbohnen, haricot beurre en boterbonen

Wachsbrechbohnen, haricot beurre en boterbonen

De mensheid begint weer opnieuw de door hen zelf verzonnen kalender af te lopen. Want het is 1 januari 2026. Deze beide bloggers wensen iedereen veel lees-, kook- en eetplezier toe!

1 januari is ook de dag na oudejaarsdag, -avond en -nacht. Er wordt dan nogal wat afgefeest, gegeten en gedronken. Soms buitensporig veel. Niet iedereen begint het nieuwe jaar dan even fris. Wij zijn al tijden geen studenten meer, vies vol zitten van eten hebben we ook geen trek meer in, en nachtbraken doen we al lang niet meer. Katers, dat ligt tevens heel erg ver in het verleden, en dat houden we graag zo.

Dus in plaats van nieuwjaarsdag in bed door te brengen, gaan wij gewoon weer lekker koken. Gewoon weer iets nieuws verzinnen voor Reutel. Deze keer zwarte rijst én Wachsbrechbohnen, haricot beurre en boterbonen. Ligt er echter 1 van de hier genoemde bonen op je bord, dan heb je ze meteen alle 3 op je bord. Want het is echt allemaal hetzelfde. De Duitsers noemen ze Wachsbrechbohnen, de Fransen zeggen haricot beurre en wij kennen ze als boterbonen. Daarmee geven de Fransen en de Nederlanders ze in een andere taal dezelfde naam, en geven de Duitsers er een wat vreemde naam aan; breekbonen van Wachs, als in Bienenwachs, bijenwas, door de gele kleur.

Wij kennen ze als boterbonen, maar toch ook weer niet. Ze worden in Nederland namelijk nog wel geteeld, maar nauwelijks gegeten. Dat is echt heel erg jammer. Het is 1 van de zeer vele sperzieboon soorten, maar milder en delicater van smaak dan de welbekende groene sperziebonen. En die laatste vinden wij al heel erg lekker. Kan je nagaan. Het seizoen van boterbonen in Nederland loopt van juni tot eind september, maar het overgrote deel van de oogst gaat naar verluidt naar Frankrijk, waar haricot beurre zeer populair zijn. Net als haricots verts.

In mijn vroegste jeugd weleens gegeten, in het oostelijke deel van Nederland, daarna niet vaak meer eigenlijk. In westelijk Nederland zelden vers kunnen kopen. Bij een groenteboer op de markt die later uitlegde dat te weinig mensen ze kochten om ze voor hem op voorraad te hebben. Onbekend maakt ook hier onbemind. Hoe belandt het dan toch op onze borden. Antwoord: Duitsland.

Op een laatste vakantiedag in den vreemde vind je ons altijd terug in een grote supermarkt. De laatste keer was dat in Zuid-Duitsland. Een jaar eerder hadden we ze halverwege de vakantie al gezien. Maar de supermarkt die we toen op de laatste dag bezochten had ze niet. Balen was dat, echt wel. Deze keer in een andere supermarkt gelukkig wel. Niet vers, maar in glazen potjes. Second best, maar wel gekocht. Beter dan niets. Leve Schengen; veel boterbonen gratis geïmporteerd. Groenten in glas blijven bovendien lang goed. Daarom eten we vandaag Wachsbrechbohnen. De laatste 2 potjes in de voorraadkast.

Qua smaak zijn boterbonen subtieler dan groene sperziebonen. Anders dan bij groene sperziebonen mengen wij er daarom het liefst niets doorheen. Geen kruiderij, geen noten en geen kaas. Al is een klein beetje gerookte spek er wel lekker bij.

Als je boterbonen met pasta eet, dan vallen boterbonen helemaal niet op, door de kleuring. Voor contrast op de borden daarom hier zwarte rijst gekozen, met kippendijen.

In het oude China was zwarte rijst zo kostbaar dat alleen de heersers het mochten eten. Voor de rest van de bevolking was het letterlijk ‘verboden rijst’. Er zijn gelukkig inmiddels meerdere varianten van zwarte rijst. In 2015 is door Japanse wetenschappers bewezen dat het lang geleden begon met 1 mutatie van een gen van een rijstplant van de tropische japonica ondersoort. Die mutatie verspreidde zich daarna ook naar andere ondersoorten door kruisbestuiving met andere rijstplanten.

Koop je nu zwarte rijst, dan is helaas lang niet altijd duidelijk uit welk Aziatisch land die komt en van welke rijst ondersoort het is. Is het na het koken kleefrijst, dan heb je waarschijnlijk Thaise zwarte rijst. Is na het koken de rijst mooi droog, dan heb je waarschijnlijk een Chinese variant. Zeker is het echter niet. Maar beiden varianten zijn nog gezond ook.

Duitse vrienden, die van de Nussecken, meldden desgevraagd dat ze boterbonen samen met jonge sperziebonen eten, in een verhouding van 2:1. Dat hier overgenomen.

Omdat de Wachsbrechbohnen in glazen potjes zaten – de Duitse supermarkt had alleen glazen potjes en geen glazen potten – bij hoge uitzondering geen verse en stevige groene sperziebonen gekocht maar die in een glazen potje. Zodat de sperziebonen op de borden dezelfde wat slappere textuur hebben als de gele boterbonen uit een potje.

Lees Meer Lees Meer

Van Roomse boontjes tot slaboontjes, het lekkerste bak je ze droog

Van Roomse boontjes tot slaboontjes, het lekkerste bak je ze droog

Na bijna 14 jaar over eten bloggen zou je denken dat drooggebakken boontjes hier wel een keer gepasseerd zouden zijn, maar verrassend genoeg niet. Drooggebakken boontjes is namelijk mijn favoriete bereidingswijze van slaboontjes. Moeilijk is het niet, wel opletten. Oorspronkelijk at ik vooral de Sichuanversie met chilibonenpasta. Errug lekker en geliefd bij tal van aanschuivers bij het avondeten hier. Tegenwoordig minder Sichuan, maar net zo lekker.

Tuinbonen kenden we overigens al in Nederland (Vicia Faba), maar slabonen behoren tot een ander plantengeslacht, namelijk Phaseolus, vanaf eind zestiende eeuw geïmporteerd uit de Amerika’s. Aanvankelijk werden ze Roomse of Turkse bonen genoemd, waarbij de toevoeging vooral een exotische herkomst moest aanduiden. Later werden ook andere bonen rooms of turks genoemd. Maar dat klinkt al wel of niet iedereen zich dergelijke boontjes kon veroorloven. Tuinbonen werden overigens vooral aangeduid als grote bonen.

Van jongs af aan ken ik slabonen, pas toen ik studeerde leerde ik ze kennen onder de naam sperziebonen. Enkele eeuwen geleden heetten deze boontjes nog aspergieboontjes, omdat ze net als asperges werd gegeten met nootmuskaat en gesmolten boter. Uiteindelijk werden  aspergieboontjes sperzieboontjes. Maar ze werden ook slaboontjes genoemd omdat ze koud als salade werden gegeten. Beide benamingen zijn zo halverwege de achttiende eeuw in zwang gekomen. Daarvoor at men boontjes vooral in stamppotten. In de achttiende eeuw ging men voor het eerst grootschalig boontjes inmaken, vooral voor de Nederlanders in verre koloniën.

Een andere benaming voor slaboontjes is overigens prinsessenbonen, al ben ik die in een winkel nog nooit tegengekomen. Die benaming wordt vanaf het begin van de negentiende eeuw gebruikt en is waarschijnlijk afkomstig uit het Duits, waar het voorvoegsel Prinzes wel vaker werd gebruikt om een kwaliteitsaanduiding mee te geven. Jonge slaboontjes werden vanwege hun zoetige smaak in de negentiende eeuw ook wel suikerboontjes genoemd, maar volgens mij is dat niet meer in gebruik. Wel kennen we natuurlijk sugar snaps, maar dat is een andere boon.

Thuis aten we vooral slabonen uit de moestuin (zeg gerust Moestuin) van onze grootouders en uit de tuin van onze oom en tante die een kleine boerderij hadden. We aten ze regelmatig en hoewel onze moeder ze vaak met een klontje boter serveerde, at ik ze het liefst met een beetje mayonaise. En met mijn handen! Ik weet niet meer of dat nu wel of niet mocht, maar ik denk dat onze moeder allang blij was als we onze groenten opaten. Ik geloof dat met name ik nog wel eens met een pruillip aan tafel zat. Gekookte andijvie, witlof en snijbonen. Kruimelige aardappelen. We aten het te vaak naar mijn zin. Snijbonen, leuk om als kind met zo’n gietijzeren molen bonen in reepjes te malen, maar om te eten vond ik ze beduidend minder.

Vroeger at ik slaboontjes altijd gekookt, het liefst beetgaar. Maar roergebakken in een beetje olie geeft een net iets andere textuur aan de slaboontjes en bovendien kun je smaakmakers als knoflook en gember toevoegen. Voor drooggebakken boontjes gebruik je een beetje olie, waarbij het belangrijk is dat de boontjes in beweging blijven om te voorkomen dat ze verbranden.

Lekker met rijst, maar ook met gebakken aardappelen. Bovendien snel klaar.

Lees Meer Lees Meer

Balkenbrij, sperziebonen, aardappelpartjes en gorgonzola

Balkenbrij, sperziebonen, aardappelpartjes en gorgonzola

Het roept altijd een gevoel van weemoed op als we weten dat we de laatste balkenbrij van het seizoen gaan eten. Meestal ergens in maart, maar door sommige slagers al eerder, wordt de laatste balkenbrij gemengd, gekoeld en in blokken gesneden, voor de verkoop.

Je kunt het natuurlijk invriezen, die balkenbrij, maar dat doen we liever niet. Alleen bij bulk aankoop in het op afstand gelegen Salland, dan willen we het wel eens doen. Een deel verse balkenbrij diezelfde avond bakken, een ander deel bewaren voor later, in de vriezer. De smaak van uit-de-vriezer balkenbrij is weliswaar dezelfde als die van verse, maar de textuur, die is veel minder krokant.

De laatste balkenbrij van het seizoen. Puur compensatie gedrag is het daarom, bewust meer balkenbrij dan normaal gesproken op het bord, zodat we extra kunnen genieten van het einde van het balkenbrijseizoen.

Balkenbrij kan je op verschillende manieren behandelen. Je kunt het in grotere plakken snijden, verbrokkelen, of zoals hier, in kleinere plakjes snijden die iets dikker zijn dan normaal. Daarom de standaard 10 minuten baktijd hier met 2 minuten verlengd.

Gekozen voor sperziebonen als groente, met als extra smaakmakers stevige tomaatjes en een klein beetje gorgonzola piccante. Voor het gemak aardappelpartjes uit de oven – dat geeft rust aan het fornuis tijdens het koken, want de oven doet het werk – met als extra smaakmakers chipotle sauce en mayonaise.

En de balkenbrij dus, zonder extra smaakmakers, want het rommelkruid in de balkenbrij heeft al enorm veel smaak van zichzelf.

Lees Meer Lees Meer

Sperziebonen met rijst, tomaat, feta en noten

Sperziebonen met rijst, tomaat, feta en noten

Aangezien we nauwelijks vers eten voor komende dagen al van te voren halen, en daardoor zo’n beetje elke dag moeten bedenken wat we ’s avonds willen eten, houden we als van zelf ‘wat zullen we vanavond eten’ sessies.

Zo’n sessie kan op elk moment ontstaan, dus wie toevallig aanwezig is op de discussieplek, die denkt hardop mee. En regelmatig heeft iemand al zitten nadenken en meldt simpelweg wat die ’s avonds voor ons gaat koken. Alleen voor belangrijke maaltijden met vaak meerdere gangen wordt de sessie van te voren aangekondigd en zo gepland dat iedereen kan komen.

Eigenlijk probeer ik altijd wel bij die ‘wat zullen we vanavond eten’ sessies te zijn. Over eten nadenken en discussiëren is hartstikke leuk. En ben ik er niet bij dan is de keuze een verrassing. Ook leuk.

Bij de sessie van deze maaltijd werd meteen verse sperziebonen gemeld. Nu ben ik bezig met een recept voor een Griekse fasolakia lathera maaltijd met sperziebonen, dus meteen verteld dat deze maaltijd anders moest worden.

Dus geen combinatie van aardappels, verse tomaten en uien. Ook geen olijfolie, laurierbladeren en knoflook.

De volgende opmerking was, nou, dan doen we het toch zonder al deze ingrediënten!

Omdenken. Geen aardappelen werd rijst. Geen verse tomaten werd zongedroogde tomaten. Wel vlees werd bacon. Wel kaas werd feta. Geen noten werd 2 soorten noten. En toen hadden we ineens een maaltijd.

Lees Meer Lees Meer

Risotto met kipfilet en gedroogde paddenstoelen

Risotto met kipfilet en gedroogde paddenstoelen

Wij doen eigenlijk niet zoveel met gedroogde paddenstoelen. We kopen meestal verse. Op aanraden van de medeblogger toch maar weer eens een zakje gekocht, zonder van te voren na te denken wat er mee te doen.

De gedroogde paddenstoelen daarom in een grote lade gelegd, naast verschillende soorten rijst en andere langer houdbare droge voorraaddingetjes. En daar bleef het liggen. Elke keer als ik de la opendeed zag ik die gedroogde paddenstoelen liggen en kwam de gedachte weer op dat ze toch een keer in een maaltijd moesten. Gelukkig blijven ze lang goed.

Uiteindelijk besloten om ze te gebruiken in een risotto maaltijd met gerookte forel. Door een misverstand werd er echter kipfilet in huis gehaald, door mijn eigen schuld ook nog. Omkatten van de maaltijd: risotto met gerookte forel kipfilet en gedroogde paddenstoelen, dus.

Risotto gegaard in bouillon, daar hoeft eigenlijk niets bij. Zo lekker is dat al. Op verzoek toch een uitje en wat Parmezaanse kaas toegevoegd.

Makkelijke maaltijd. Door het tijdig laten wellen van de gedroogde paddenstoelen moet je wel ruim voor etenstijd aanwezig zijn in de keuken.

Lees Meer Lees Meer

Balkenbrij, zilvervliesrijst en verse sperziebonen

Balkenbrij, zilvervliesrijst en verse sperziebonen

Ik schreef al eens eerder een soort van ode aan balkenbrij. Een streekgerecht dat veel mensen niet kennen en als ze de ingrediënten horen vervolgens niet willen eten. Ik blijf erbij: het is fenomenaal lekker.

Balkenbrij importeren wij nog steeds uit Salland, hoewel het inmiddels ook wordt gemaakt door onze lokale slager, ver buiten het oorspronkelijke leefgebied van balkenbrij. Komt vast omdat iedereen maar blijft verhuizen naar andere gebieden in Nederland en zijn of haar lokale keuken meeneemt. En daarmee lijkt het er op dat de tijden in het jaar dat je balkenbrij kunt kopen zich ook uitbreiden. Hoe lekker ook, persoonlijk vind ik echter dat de buitentemperatuur onder de 15°C moet zijn gezakt: herfst en winter zijn de seizoenen waarin wij balkenbrij eten.

Door dat importeren koop ik wel meer balkenbrij dan je in 1 maaltijd op kunt eten. De rest gaat in de vriezer. Dat levert weer ontdooid nog steeds lekkere balkenbrij op, met maar 1 nadeel. Weer ontdooide balkenbrij is minder stevig dan verse balkenbrij en heeft daardoor wat meer moeite om in heel blijvende plakken te worden gebakken.

Normaal leg je de krokant gebakken balkenbrij in plakken naast de rest van de ingrediënten op de borden. Balkenbrij plakken bak je daarom in platte koekenpannen: balkenbrij moet de bodem van de pan voelen anders wordt het niet krokant. Deze keer had ik nog maar 1 schone grote koekenpan en die heeft een licht opgehoogd ruitjespatroon in de keramische bodem. Je weet dan eigenlijk wel dat het niet goed kan gaan, maar de balkenbrij trek was te groot om te wachten. En ja hoor, tijdens het omdraaien braken de plakjes deze keer inderdaad en meer dan normaal in stukjes. Het mochten geen plakken balkenbrij meer worden genoemd.

Tijd voor een experiment. Nadat de balkenbrij krokant was gebakken, voor het eerst alle balkenbrij in kleinere stukjes geruld en vervolgens nog even doorgebakken. Gemengd door de zilvervliesrijst en met verse sperziebonen opgediend.

Zonder verdere toevoegingen. Geen extra kruiden, specerijen of zout erdoorheen en ook zonder ketchup, de klassieke begeleider van krokante balkenbrij.

Nog steeds fenomenaal lekker. Verrassend? Qua smaak niet natuurlijk, balkenbrij! Qua textuur eigenlijk wel. Dat het los geruld ook overeind blijft. Balkenbrij!

Lees Meer Lees Meer