Archief van
Tag: Sprank

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Over oude appels, appel SQ159 en plaatkoek

Hoeveel Nederlandse broers hebben eigenlijk samen een foodblog waar ze recepten publiceren? Een vraag die zomaar ineens in me opkwam terwijl ik met totaal andere dingen bezig was. Het menselijk brein is en blijft een vreemd iets. Zo zijn er bijvoorbeeld wetenschappelijke publicaties die melden dat onze beslissingen al genomen zijn voordat we er ons bewust van worden. Geldt dat ook voor vragen stellen?

Google gebruikt als bron om te zoeken. Nou, dan komt Reutel in Nederland al snel bovendrijven. Er zijn ook 2 broers die samen barbecueën [1]. Nog 2 broers, die samen kookvideo’ s maken en boeken publiceren en zo te zien veel kijkers hebben [2]. Nu zijn de resultaten van je zoekopdracht bij Google behoorlijk gevoelig voor je eerdere zoekopdrachten, dus het kan best zo zijn dat er meer broers zijn die recepten publiceren.

In het Engels gezocht blijft het ook een magere oogst. Al snel begint Google ook bij die speurtocht websites van meisjes en vrouwen te tonen én websites van samen kokende zussen. Want daar zijn er wel heel veel van. Zijn de bloggers van Reutel echt onderdeel van de uitzondering? Terwijl we het al ruim 10 jaar doen?

Dat we beiden aandacht besteden aan ingrediënten en hoe een maaltijd is samengesteld is niet zo vreemd. We hadden namelijk een grootvader die fantastisch kon koken. Zo. Die grootvader van de echt vrij rond lopende kip.

Nu had die grootvader in onze jeugd wel een moestuin ter grootte van een klein tennisveld tot zijn beschikking. Dat hielp natuurlijk. Volgens de medeblogger was het dan ook een Moestuin.

Grote moestuinen waren ook heel normaal, vroeger. Selfsupporting! Tot kleine dorpen werden opgeslokt door steden of er gemeentelijke herindelingen optraden. Dan werd grond ineens veel duurder.

Eten moest niet alleen lekker smaken. De ingrediënten moesten ook aan grootvaders’ strikte kwaliteitseisen voldoen, die onze moeder later overnam. Nadeel van een moestuin waar je geen chemicaliën gebruikt? Je kunt niet op vakantie. Rupsen, slakken en vogels gaan ook niet op vakantie. Elke dag werd er controlerend door de moestuin gelopen.

In die moestuin was veel variatie. Zo stonden langs het looppad diverse soorten bessenstruiken, waaronder aalbessen (Ribes rubrum) en kruisbessen (Ribes uva-crispa). Daarnaast veel aardbeien. In het wat verder van het pad gelegen deel, daar groeiden verschillende soorten groenten, ongestoord en ver weg van de spelende kinderen. Groenten oogsten: schoenen uit en klompen aan!

Stokbonen, omhoog kronkelend langs touwtjes die bevestigd waren aan stevige bamboestokken. De kromme stokbonen werden gebruikt als bron voor snijbonen. Er werd niets weggegooid. Sperziebonen, de lager groeiende variant. En een bonensoort met paarse peulen. Koolsoorten zoals spitskool en rode kool. Rijen met andijvie en boerenkool. Slakroppen. En uiteraard aardappels. Zo hebben we echte krieltjes leren kennen. Echte krieltjes, we wisten niet beter. Hadden we aldaar meegegeten, dan gingen we naar huis met verse groenten en fruit. Eten naar de seizoenen.

Zo’n grote moestuin levert ook veel afval. Geen probleem. Elk voorjaar werd een klein varkentje aangeschaft, die groeide op van al dat afval. Ik denk niet dat ze zo’n biggetje veel hebben moeten bijvoeren. Varkens zijn alleseters, gemakkelijk.

In het najaar, waarschijnlijk echt in de slachtmaand november, werd dat varken geslacht. Een half jaar oud, net als nu de industrievarkens. Ik vermoed dat het varken in dat halve jaar veel aandacht kreeg en verwend werd. Maar logisch is het wel, dat slachten na een half jaar. In de winter komt er nauwelijks iets uit de moestuin. Een varken door de winter heen helpen kost geld. Het thuis slachten van datzelfde varken levert vlees, dat hielp het gezin juist mede de winter door!

Van dat varken ging alles op. Want lever en niertjes eten was toen nog heel normaal. Maar ook hoofdkaas, bloedworst en balkenbrij werd gemaakt. Persoonlijk vind ik balkenbrij de lekkerste van de 3, maar ja, da’s persoonlijk. De gustibus non disputandum est.

Maar het meest spannend voor mij was toch de grote appelboom, groeiend tussen moestuin aan de zij- en achterkant en het gras en de bloementuin aan de zij- en voorkant. Een 8 meter hoge appelboom. Als je jong bent, dan is 8 meter heel hoog. De appelboom had dikke krom gegroeide takken.  Takken waar een schommel aan hing. En regelmatig een lange houten ladder tegenaan stond.

Lees Meer Lees Meer