Archief van
Tag: Suriname

Surinaamse kip met gemengde gember

Surinaamse kip met gemengde gember

Ik zat nieuwsgierig te wachten toen ik de kip met gemengde gember had besteld. In Nederland at ik het alleen uit mijn eigen keuken. In een restaurant ben ik het nog niet tegengekomen.

Er zijn grofweg twee verschillende recepten, eigenlijk een snelle en eentje waar je wat meer tijd voor nodig hebt. Beiden recepten zijn even makkelijk. Heb je de tijd, dan laat je de kip (heel, in stukken of alleen het vlees) een dagje marineren in knoflook, gember, oestersaus, vijfkruidenpoeder en sojasaus. In de snelle versie staat het gerecht in een half uur op je tafel.

Mijn recept is de snelle versie, zoals er meer op internet te vinden zijn. Er zijn wat kleine variaties, met ketjap in plaats van oestersaus bijvoorbeeld, maar de meeste recepten lijken verdacht veel op elkaar. Ergens zal er waarschijnlijk een ‘moederrecept’ zijn. Maar nu dus in Suriname. Of dat nu de oorspronkelijke herkomst is van dit gerecht weet ik niet, de Chinese invloeden zijn er overduidelijk.

Te beginnen met de fabrikant: Mee Chun. Vroeger was het ingelegde zoetzuur alleen verkrijgbaar in blikjes, maar tegenwoordig ook in glazen potten van 250 of 475 gram. Het bevat stukjes gember, sjalot, papaya, komkommer en wortel ingelegd in azijn, suiker en zout. De gembersmaak overheerst, met name in het vocht. Je kunt het fijnsnijden, maar zelf vind ik juist die grotere stukken zo lekker in het eten.

Een eigen toevoeging is soms wat extra stemgember. Nadeel van kant-en-klare potjes pickles is namelijk dat je geen controle hebt over de inhoud. En soms valt het aantal stukjes gember wat tegen. Nu is stemgember qua smaak anders dan ingemaakte gember uit de potjes, toch is het een smakelijke aanvulling.

Lees Meer Lees Meer

Tomatensoep SU-style

Tomatensoep SU-style

Ik weet eigenlijk niet of er een typische Surinaamse tomatensoep is. Die zou dan waarschijnlijk onder invloed van de Chinezen in de Surinaamse eetcultuur moeten zijn opgenomen. De Javanen, Creolen, Hindostanen en Joden kennen volgens mij geen traditie van tomatensoep. Ik kan mij vergissen. Soep kennen ze in Suriname natuurlijk wel, zoals de ghoegri , okrasoep en saoto. De okrasoep moet ik binnenkort maar eens maken.

De stap van een ietwat zoetzure Chinese tomatensoep naar een Surinaamse variant is snel te maken. Meest voor de hand liggend is de toevoeging van een Madame Jeanettepeper of een sambal die daarop gebaseerd is. En zo geschiedde.

Tomatensoep is hier al veel vaker voorbij gekomen. Niet in de laatste plaats door mijn aversie voor de rauwe tomaat en mijn voorliefde voor de bereide variant. Een wereld van verschil, van textuur tot smaak. Het is ook een dankbare soep die meestal door zowel volwassenen als kinderen gewaardeerd wordt. En laten we wel wezen, dat laatste is toch regelmatig een uitdaging. Als kind was tomatensoep mijn favoriet, samen met koninginnesoep.

In de basis bevatten al mijn tomatensoepen ui, knoflook en tomaat, de laatste meestal in kleine stukjes of hele gepelde tomaten, soms passata of een combinatie. Soms ook heel praktisch wat er in huis is. Tomaten bijna altijd uit blik, want oneindig houdbaar en daardoor niet afhankelijk van de seizoenen.

Om de soep Surinaams te maken heb je wat opties. Ten eerste kun je een Madame Jeanette toevoegen aan de soep en deze zachtjes laten meepruttelen. De kunst is dan om de peper heel te houden. De peper geeft dan namelijk wel smaak af, maar niet de hitte. Dat gebeurt wel als de peper per ongeluk kapot gekookt wordt of juist met opzet. Let wel, de soep wordt dan plots goed pittig. Nu heb ik niet altijd Madame Jeanettes op voorraad, maar een sambal op basis van deze Surinaamse peper doorgaans wel. Deze voeg je toe als de uien glazig zijn gebakken. Een sambal kent overigens vaak ook wat meer smaakmakers dan alleen peper. Mijn Surinaamse sambal bevat bijvoorbeeld knoflook.

De soep is lekker op een zomerse dag, maar ook geschikt om in de winter lekker bij op te warmen. Letterlijk…

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse petjel pasteitjes

Surinaamse petjel pasteitjes

Voor mijn werk zit ik regelmatig op locatie. Zelden eet ik dan in het hotel of er moet echt geen andere mogelijkheid zijn. Hoteleten is in Nederland doorgaans niet aan mij besteed. Liever eet ik in een restaurant en dan bij voorkeur eentje uit de Aziatische hoek. Afgelopen week at ik Surinaamse broodjes en hapjes als lunch en at ik ’s avonds in respectievelijk een Indiaas, een Chinees-Indische (cultureel erfgoed!) en een Indonesisch restaurant. Een pindasaus zul je in het Indiase restaurant niet snel tegenkomen, maar bij de andere eetgelegenheden wel. Die bij het Chinees-Indische restaurant kun je beter mijden naar mijn bescheiden mening, want het feit dat dit bij alle restaurants hetzelfde smaakt zegt eigenlijk al genoeg. Voor de rest kunnen ze geweldig koken, maar pindasaus is niet bedacht door Chinezen, dat is wel duidelijk. In het Indonesische restaurant at ik grappig genoeg geen pindasaus, maar andere lekkere dingen zoals rendang en smoor terong, waarover een volgende keer meer. In de Surinaamse keuken is pindasaus een bekend gegeven, met dank aan de Javaanse contractarbeiders die eind twintigste eeuw naar Suriname trokken, niet geheel vrijwillig overigens. De Surinaamse pindasauzen smaken vaak net iets anders dan de oorspronkelijke Indonesische versies. Niet in de laatste plaats is dat te danken aan het gebruik van de Madame Jeanette, náást de rode peper.

Petjel is een van die gerechten die met de Javaanse arbeiders de oversteek naar Suriname hebben gemaakt. Petjel bestaat net zoals gado-gado uit verschillende groenten met pindasaus. Een belangrijk verschil wel dat bij petjel de saus wat pittiger is. Typisch voor petjel is ook het gebruik van kentjoer, een familielid van gember. Een unieke smaak die doet denken aan peper en gember. Er wordt van gezegd dat je het eigenlijk niet kan vervangen. Het maakt deze pindasaus ook net wat frisser.

Nu ben ik normaal gesproken niet zo van de zakjes, maar voor de de petjel maak ik een uitzondering. Ik heb namelijk nog geen fatsoenlijk recept kunnen vinden voor de juiste verhoudingen en eigen probeersels hebben nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Bovendien kun je bij de meeste toko’s en vaak ook Turkse supermarktjes Surinaamse pindasaus voor petjel vinden, uit Suriname. Niet duur en heel lekker.

Pejtel kun je met verschillende groenten eten, ik doe het met kool, kousenband en een beetje taugé. Voor het deeg van de pasteitjes gebruik ik bladerdeeg of deeg voor hartige taart. Beide uit de vriezer, in pakjes van 10 vellen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de deegvellen voor hartige taart, je krijgt er een lekkere harde pasteitjes van. Maar bladerdeeg kan dus ook.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse ribbetjes met gebakken rijst

Surinaamse ribbetjes met gebakken rijst

Roken, een goede manier om vlees langer te kunnen bewaren. Roken gaat meestal samen met zouten. Het roken van vis is hier veel gebruikelijker dan het roken van vlees. Hoewel je bij de slager en bij de supermarkt gewoon gerookte kipfilet kunt krijgen. Kant-en-klaar om te gebruiken. Malser dan de gemiddelde gebakken kipfilet overigens.

In de Surinaamse keuken kennen ze verschillende gerookte EN gezouten eetwaren, zoals Surinaamse krabbetjes en bakkeljauw. Beiden zul je echter eerst moeten ontzouten voor je het verder bereidt, anders is het oneetbaar. Dit doe je door vlees of vis zachtjes in water te laten koken, waarbij je het water 1 of 2 keer ververst. Hierdoor spoelt het meeste van de zouten uit.

Surinaamse krabbetjes bestaan enkel uit vlees en ‘knars’, kraakbeen. Vroeger bevatten de krabbetjes die we hier kennen naast een rib ook nog veel knars, tegenwoordig bestaan Nederlandse krabbetjes enkel uit vlees en rib. En vaak maar een karige hoeveelheid vlees, tenzij je een adresje weet. Zoeken naar goede krabbetjes loont de moeite. Surinaamse krabbetjes zijn in tegenstelling tot Nederlandse krabbetjes dus gerookt en gezouten en kun je vinden in sommige toko’s. Ook omdat de rib ontbreekt bij Surinaamse krabbetjes, zijn deze een stuk kleiner. Gebruikelijk is om ze bij bereiding nog wat kleiner te snijden, tot hapklare stukjes. En omdat ze al gerookt en gezouten zijn, hebben ze niet veel meer nodig. Met een beetje sambal, oestersaus en ui kom je al heel ver.

Surinaamse krabbetjes kun je eten bij je Surinaamse BB met R, maar zijn ook lekker met gebakken rijst. Nu heb je rijst en rijst. Niet elke rijstsoort is even geschikt om te bakken, de rijst moet namelijk goed droog zijn en uit losse korrels bestaan. Basmati is bijvoorbeeld heel geschikt om te bakken, maar ook jasmijnrijst kun je goed bakken. Je moet de rijst dan wel goed laten afkoelen na het stomen, zodat er zoveel mogelijk water verdampt. Een droge korrel bakt veel beter en neemt bovendien goed smaken op die je tijdens het bereiden toevoegt.

Lees Meer Lees Meer

Restjes: Kip masala pasteitje

Restjes: Kip masala pasteitje

Restjes worden hier nooit weggegooid, met de nadruk op nooit. Alles gaat op of wordt bewaard. Dat is geen misplaatste zuinigheid, maar restjes zijn de volgende dag vaak nog lekkerder. Dat gaat bijvoorbeeld op voor stoofvlees, maar ook voor curry’s, bami, soep enzovoort. Wij spreken hier dan ook zelden van restjes, we maken gewoon extra voor de volgende dag. Overigens heb ik daarin wel mijn lessen geleerd. Dat extra eten zet ik niet meer op tafel, ook niet als er gasten zijn. Met name gasten hebben de neiging om maar door te blijven eten. Je kunt dat beschouwen als compliment, maar als je Indische of Chinese stoofvlees voor morgen ziet verdwijnen in al die hongerige monden, dan is dat toch een beetje jammer. Extra eten houden we dus apart. En wees gerust, gasten kom hier zelden tekort.

Ik schreef er al eens eerder over, kip masala. Vooral populair met roti en met kousenband. Aanrader voor iedereen die wel eens wat anders wil dan gewone aardappelen, groente en een stukje vlees. Maar het kan nog feestelijker!

Of het nu om restjes van gisteren gaat of je speciaal kip masala maakt voor de gelegenheid, het maken van deze ovenversie is niet heel moeilijk.

Je kunt het maken met zowel filodeeg als bladerdeeg. Ik deed beiden. Filodeeg haal ik doorgaans bij de Turkse groenteboer. Het zijn grote vellen en het is gewoon in de koelkast te bewaren. Geen gedoe met ontdooien van het fragiele deeg. Bladerdeeg heb ik wel uit de vriezer, maar ontdooien daarvoor is natuurlijk geen probleem.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse Masala-eieren

Surinaamse Masala-eieren

Deze eieren kwamen terloops al eens ter sprake bij de masala kip. Als onderdeel van de bekende roti-maaltijd zeg maar. Masala-eieren zijn ook lekker als losse snack of op een wit puntje. Zo maakte ik het vorig jaar als onderdeel van de lunch tijdens een pingpongtoernooi. Naast bolletjes met Surinaamse pindakaas en een eigen variant op het legendarische ‘broodje Mario’, wereldberoemd in Utrecht. Maar dat terzijde.

Masala-eieren maken gaat volgens een makkelijk en snel recept. En wat je overhoudt, eet je de volgende dagen op.

Surinaamse eieren worden net zo, als Thaise eieren na het koken gebakken (of gefrituurd), zodat ze een knapperig korstje krijgen. Masala-eieren kun je ook prima een dag van te voren maken. Even opwarmen in de saus en klaar. Natuurlijk kun je de eieren ook koud eten op een puntje met wat komkommer in het zuur en een veeg Surinaamse sambal. Wie durft tenminste…

Voor de duiding, altijd leuk, masala-eieren zijn in Suriname geïntroduceerd door Hindoestaanse contractarbeiders die in de negentiende eeuw het werk op de plantages gingen doen waar tot dan toe tot slaafgemaakten voor werden gebruikt. De omstandigheden zullen voor de contractarbeiders aanvankelijk niet veel beter zijn geweest. Maar met de komst van deze contractarbeiders deed ook de keuken van India haar intrede in Suriname, wat zou leiden tot een van de meest bekende gerechten uit de Surinaamse keuken, de roti met kip, aardappelen en kousenband.

Ik at een vergelijkbaar eiergerecht in India, als lunch. Niet in een restaurant, maar door omstandigheden waren we gebonden aan ons verblijf. De vrouw van de conciërge had een eenvoudige lunch voor ons klaargemaakt. Het ei was echter niet gefrituurd en de saus was meer een heel dunne bouillon en smaakte net iets anders. De conciërge sprak echter geen Engels en een poging om met gebaren de ingrediënten te achterhalen heb ik achterwege gelaten. Maar zo zie je maar dat een gerecht als masala-eieren zich in een ander land, Suriname in dit geval, zich net iets anders kan ontwikkelen.

Terug naar de smakelijke eieren. Die zijn op zichzelf al lekker, maar helemaal op een broodje. Lekker ook om het brood nog wat te soppen in de saus. En een goed excuus om met Pasen niet alleen eieren bij het ontbijt te eten!

Lees Meer Lees Meer

Saoto, Javaanse kippensoep uit Suriname

Saoto, Javaanse kippensoep uit Suriname

Soepie? Eentje die niet snel verveelt, de Surinaamse saoto. Veelzijdig en vullend.

Met de komst eind negentiende eeuw in Suriname van Javaanse arbeiders werd ook de Indonesische keuken geïntroduceerd. Veel van de gerechten kregen door de jaren heen een Surinaamse draai. Zo werd Soto dus Saoto, Javaanse kippensoep, maar dan Surinaams.

De beide soepen verschillen enigszins van elkaar, genoeg eigenlijk om toch een heel andere soep te krijgen. Zo ontbreken in de Surinaamse versie de kemirinoten en de kurkuma. En in plaats van rijstmie wordt rijst gebruikt. De rijstmie is niet helemaal verdwenen trouwens, maar wordt gefrituurd en samen met gebakken uitjes en aardappelsticks over de soep gestrooid. En als sambal Surinaamse Javaanse sambal. Altijd goed om je gasten van te voren even te waarschuwen!

Belangrijk verschil is ook dat soto wat zoeter is, terwijl saoto zouter is. Dat komt uiteraard door de bouillonblokjes. Want hoewel je de bouillon voor beide soepen op vergelijkbare wijze maakt, mogen in de Surinaamse versie de bouillonblokjes niet ontbreken. Zelf kies ik voor de zoutarme variant.

En zeg nou zelf, zo’n soep is toch gewoon een feestje aan tafel?

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse BB met R

Surinaamse BB met R

Bruine bonen zou je misschien niet direct verwachten in Suriname. Toch is het niet vreemd gezien de lange relatie met Nederland. Gedroogde bonen gingen standaard als voedsel mee op de lange zeereizen van de WIC (het Atlantische broertje van de VOC), zo ook naar Suriname. Het grappige is dat de bruine boon een variëteit is van de gewone boon (Phaseolus vulgaris), die afkomstig is uit Midden-Amerika. Zo vreemd is het dus eigenlijk niet om in Suriname bonen te eten. Naast bonen ging ook gepekeld vlees mee op de zeereizen. Door het vlees te zouten werd de bacteriegroei gestopt en bleef het vlees in tonnen lang houdbaar op de schepen. Gepekeld vlees en bruine bonen vinden elkaar in BB met R, bruine bonen met rijst.

Het zoutvlees, zoals gepekeld vlees in Suriname heet, is mogelijk een combinatie van het pekelvlees uit de Joodse keuken en gepekelde vlees zoals de zeelieden dat meenamen op hun reizen.  Al is de Joodse link niet vanzelfsprekend. Het bekendste Joodse gepekelde vlees is pastrami, populair in New York, waar het in de negentiende eeuw door Roemeense immigranten werd geïntroduceerd. De Roemenen pekelen het vlees niet alleen, ze kruiden het ook. Het zoutvlees in Suriname is doorgaans echter alleen gezouten en niet gekruid. Dat is ook niet logisch, want om het zoutvlees te gebruiken, moet het eerst ontzout worden. Toch is er mogelijk wel een Joodse link: de eerste Surinaamse Joden waren gevluchte Sefardische Joden uit het zuiden van Europa, maar niet lang daarna kwamen ook armere Asjkenazische Joden hun geluk beproeven in Suriname en deze Asjkenazische Joden kwamen oorspronkelijk uit Oost-Europa. Het gebruik van gepekeld vlees zal hen niet vreemd zijn geweest.

Veel Surinaamse gerechten gebruiken meerdere bouillonblokjes en daarmee ook veel zout. Dat kan best wat minder. Gebruik eventueel een bouillonblokje of wat bouillonpoeder en breng het op smaak met zwarte peper en nootmuskaat. Eventueel voeg je een laurierblaadje toe. Je kunt het bouillonblokje ook weglaten. Eerlijk gezegd vond ik de toevoeging van extra zout niet nodig.

Zoutvlees moet je dus eerst ontzouten om het te kunnen bereiden. Snij het vlees in stukken en laat het een kwartiertje zachtjes koken in een bodempje water. Vervang het water en laat het nog eens een kwartiertje zachtjes koken. Vervolgens kun je het verder bereiden. Naast zoutvlees bevat BB met R vaak keukenham, een gepekelde ham die je ook eerst moet ontzouten, stukken kip of… een Hollandsche rookworst.

Lees Meer Lees Meer

Masala kip

Masala kip

Kip Masala is een van die Surinaamse gerechten die zijn oorsprong vindt in de Hindostaanse keuken. De Hindostanen vormen een etnische bevolkingsgroep in Suriname en zijn oorspronkelijk afkomstig uit het toenmalige Brits-Indië, dat de huidige landen India, Pakistan, Bangladesh en delen van Myanmar omvatte. De Hindostanen kwamen vanaf in de tweede helft van de negentiende eeuw naar Suriname, met name na 1873. Dat had van alles te maken met de afschaffing van de slavernij. Toen Nederland in 1863 uiteindelijk de slavernij afschafte, werden de tot slaaf gemaakten wettelijk nog wel verplicht om minstens tien jaar op de plantages te werken, tegen betaling dit keer, dat dan wel. Toen de tien jaar voorbij waren, kozen vele voormalige tot slaaf gemaakten er voor de plantages te verlaten en moesten de plantage-eigenaren op zoek naar nieuwe arbeidskrachten. Al eerder waren een aantal Indiase immigranten aan de slag gegaan in Suriname. De Britten hadden al in 1834  de slavernij afgeschaft en hadden veel contractarbeiders uit Brits-Indië naar de Britse kolonies in West-Indië laten komen. Na afloop van hun contract waren sommigen naar Suriname gekomen om daar als contractarbeider aan de slag te gaan. Vanaf 1873 kwamen de immigranten rechtstreeks uit India.

Wie bekend is met de Indiase keuken, weet dat een belangrijk ingrediënt garam masala is. Masala is niets anders dan een (geroosterd) specerijenmengsel, een kerrie zouden we vroeger zeggen. Voor mijn Indiase maaltijden gebruik ik zelfgemaakte garam masala, maar voor mijn Surinaamse gerechten haal ik gewoon een Surinaamse masala bij de toko. Nu ik dit opschrijf, ga ik daar toch nog eens over nadenken…

Wie Surinaams eten roept, komt al snel met roti met kip, kousenband en meestal ook aardappelen. Roti is een soort pannenkoek of platbrood en wordt (lauw)warm gegeten. De kip in het gerecht wordt bereid met masala. Je kunt de kip masala natuurlijk ook zonder roti en kousenband eten. Lekker op een Surinaams broodje bijvoorbeeld, met een lik Surinaamse sambal (een soort van raketbrandstof) en wat schijfjes komkommer in het zuur. Kip masala is bovendien heel makkelijk te maken. En terwijl ik er doorgaans voor kies om kippendijen te gebruiken, neem ik voor de kip masala toch het liefste kipfilet. Je kan het zo pittig maken als je zelf wilt, dus een rode peper of een Madame Jeannette, of de peper gewoon weglaten. Wie niet van heet eten houdt, kan maar beter geen Madame Jeanette eten.

Lees Meer Lees Meer

Ghoegrie-soep

Ghoegrie-soep

De keuken van Suriname is een wonderlijke fusion-keuken. Voordat de Europeanen de ‘Wilde Kust’ begonnen te ontdekken, werd Guyana, zoals de brede strook land tussen Orinoco-delta en de noordelijkste monding van de Amazone werd genoemd, bevolkt door verschillende Inheemse stammen. De Europeanen bevolkten hun plantages naast gevangen genomen Inheemsen met tot slaaf gemaakten uit Afrika. Vele tot slaaf gemaakten ontsnapten en vluchten de binnenlanden in. Door de tijd ontwikkelden heen zich op deze manier zo verschillende stammen van Marrons. De Marrons hadden hun eigen eetcultuur, gebaseerd op de Afrikaanse keuken. De overige tot slaaf gemaakten, Creolen genoemd, ontwikkelden ook hun eigen cultuur. Onder de Europeanen bevonden zich ook veel Joden uit Spanje en Portugal, waar de Joden werden vervolgd, en zo deed de Joodse keuken zijn intrede in het land wat we nu kennen als Suriname.

Wat betreft de Nederlanders was er niet echt sprake van een eigen keuken, die zal in eerste instantie hebben bestaan uit geconserveerde levensmiddelen uit het vaderland aangevuld met lokale vruchten en groenten. Maar daarna zullen de Nederlanders vooral hebben gegeten wat de tot slaaf gemaakten voor hen bereidden.

Toen in de negentiende eeuw de slavernij langzaam werd afgeschaft, ontstond er behoefte aan nieuwe arbeidskrachten voor op de plantages. Halverwege de negentiende eeuw kwamen de eerste Chinese arbeidsimmigranten naar Suriname, gevolgd door zogenaamde contractarbeiders uit India. Daarmee kreeg de Surinaamse keuken nieuwe impulsen. In 1890 volgden er vele Javaanse contractarbeiders. In dezelfde periode kwam ook een kleine groep Libanezen naar Suriname. Het land was een smeltkroes geworden van culturen, religies en keukens.

Lees Meer Lees Meer