Archief van
Tag: Suriname

Zalm tikka met masala hutspot

Zalm tikka met masala hutspot

Hutspot, een typisch Nederlands gerecht, dat voor velen staat voor de eenvoud en volgens sommigen saaie Nederlandse keuken. Nu bestaat hutspot uit drie ingrediënten met daarbij vlees. Soms wordt laurier als smaakmaker toegevoegd. Hutspot is van oorsprong een vrij algemene naam voor een gemengde stamppot die bestond uit verschillende ingrediënten, maar kennen we tegenwoordig als een combinatie van aardappelen, uien en wortelen.

De bekendste hutspot uit de Nederlandse geschiedenis is de hutspot die de Spanjaarden zouden hebben achtergelaten nadat zij in 1574 het beleg van Leiden moesten opgeven. Dat gerecht was echter niet met aardappel, maar met pastinaak. De aardappel was toen nog maar net in Europa geïntroduceerd door de Spanjaarden, die deze knol hadden meegenomen uit de Amerika’s.

De hutspot met de aardappel werd pas populair in de negentiende eeuw, toen de voedzame aardappel aan een grote opmars begon als basisvoedsel. Langzamerhand ontstonden er ook steeds meer varianten.

Ik kan mij de hotspot uit mijn jeugd nog redelijk voor de geest halen. De hutspot was wat nattig, wat er op duidt dat onze moeder de uien en wortelen samen met de aardappelen kookte en vervolgens stampte. De lauriersmaak kan ik mij ook nog wel herinneren, zoals vaak ook wordt gebruikt in stoofgerechten. Als vlees aten we er meestal braadworst bij of een botermals sucadelapje, dat fleurde de wat flauwe hutspot enorm op. De rest van het gezin gebruikte ongetwijfeld jus, maar daar hield ik niet van, wat de reden waarschijnlijk ook was dat mijn hutspot wat flauw was. Ik was de moeilijke eter thuis, weet u nog?

Met een goeie stamppot is helemaal niks mis. Om de hutspot wat meer smaak mee te geven kun je Surinaamse masalakruiden gebruiken, want de combinatie van aardappel en masala is natuurlijk geweldig. Denk maar aan met masala doortrokken aardappelen in een roti maaltijd. Je traditionele hutspot krijgt hierdoor een heel warme smaak.

Als vlees wordt bij hutspot vaak klapstuk gegeten, een stuk goed doorregen rundvlees. Maar riblappen of sucade komt ook voor. En bij ons vroeger dus ook braadworst. Maar je kunt er natuurlijk ook gebakken vis bij eten. Bijvoorbeeld zalm. Niet meteen de goedkoopste vis, maar met een passende marinade wel een lekkere combinatie met masala hutspot. Een frisse raita maakt het dan helemaal af. De raita past bij de vis én bij de masalahutspot.

Lees Meer Lees Meer

Petjil, groente salade met pindasaus

Petjil, groente salade met pindasaus

Je hebt pindasaus en je hebt pindasaus. En je hebt pindasaus voor gado-gado, een mix van geblancheerde groenten die koud of lauwwarm worden geserveerd. En je hebt pindasaus voor petjil, een andere groentesalade. En je hebt …. We kunnen nog wel even doorgaan natuurlijk. Maar laten we voorop stellen dat we het niet hebben over de bruine derrie uit een emmertje in de supermarkt. Je kunt pindasaus zelf maken, maar er zijn ook in de toko kwalitatief goede zakjes pindamengsels te koop die je alleen nog maar met een beetje water hoeft aan te lengen. En allemaal zonder additieven die je niet nodig hebt.

Gado gado en petjil (of pecel) is de manier om echte vleeseters die groenten laten staan bij een maaltijd groenten te laten eten. Succes gegarandeerd. Pindasaus is als chocolade voor veel mensen. Ze blijven ervan eten.

Pindasaus wordt in grote delen van Zuidoost-Azië in allerlei varianten gegeten. En geen lijkt er eigenlijk echt op de vernederlandste versie die we kennen van de lokale Chinees of van de patatboer. Echte pindasaus is veel smakelijker en aromatischer. En heus niet te moeilijk om te maken.

Petjil is oorspronkelijk afkomstig van Oost-Java, een eiland dat veel meer salades kent. Gado gado is er één van, afkomstig van West-Java. Lotek is een andere minder bekende variant.

De samenstelling van een petjil kan verschillen, maar bestaat meestal uit een combinatie van bladgroenten, taugé, sperziebonen en kool. Vaak ook geserveerd met gefrituurde tahoe en lontong, blokjes geperste rijst. De saus is gemaakt van geroosterde pinda’s met tamarinde, palmsuiker en kentjoer, knoflook en trassi. En niet onbelangrijk, pepers. De saus voor petjil is pittig, in tegstelling tot dexsaus voor gado-gado. De saus is over het algemeen heel dik, want met het vocht van de groenten verdunt die vanzelf een beetje.

Javaanse contractarbeiders hebben petjil in Suriname geïntroduceerd. In elke warung kun je petjil bestellen, in verschillende varianten, met waterspinazie bijvoorbeeld, maar bijna altijd met kousenband als belangrijkste groente. Vaak nog bestrooid met wat gefrituurde sjalotjes. Petjel is een geweldige lunchmaaltijd.

Eerlijk gezegd ken ik alleen de Surinaamse versie, maar zoveel verschil als tussen soto en saoto zal er niet zijn met de Indonesische versies van de saus.

Lees Meer Lees Meer

Chinese tayersoep

Chinese tayersoep

Bij mijn recente bezoek aan Suriname had ik mij zelf streng toegesproken om te voorkomen dat ik tonnetje rond weer het vliegtuig in zou stappen. Meer Damten is weliswaar gezellig, maar er zijn ook grenzen. Dus, ik besloot dat er elke dag minimaal 1 soep gegeten moest worden. Nu klinkt moeten als dwang, maar soep eten in Suriname is helemaal geen straf. En je hoeft zeker niet bang te zijn dat je omkomt van de honger. De soepen at ik als maaltijd, lunch of diner. Een enkele keer dubbelde ik en nam na een lunchsoep, nog een soepje als voorafje bij het avondeten. Gewoon omdat het kan. En weliswaar at ik een aantal soepen vaker, maar zelden at ik een zelfde soep in een restaurant/warung/eethuisje. Veel variatie dus. Uiteindelijk is het niet alle dagen gelukt, vooral omdat geplande restaurants dicht bleken te zijn of dat de soep er niet (meer) was. Kan gebeuren. Wees niet bang, ik ben niks tekort gekomen.

Mijn soepjes waren achtereenvolgens: saoto (zonder rijst), Chinese tayersoep, snert, saoto (met rijst), pindasoep (met tomtom en zoutvlees), vegetarische soep bij de Indo, visblaassoep, Chinese tayersoep, guleh, saoto (met een beetje rijst), Chinese tayersoep, snert, heetzure soep (in NL geserveerd met witte of zwarte peper, in SU met Madame Jeanette), saoto (zonder rijst), bamisoep, pindasoep (zonder tomtom en vlees), visballensoep en Chinese tayersoep. De reden dat ik het nog keurig weet is dat BroeR mij vlak voor vertrek liet weten dat hij wel graag af en toe een berichtje kreeg en ook dat hij de foto’s van de maaltijden wel zag verschijnen. Een traditie intussen, bij vakanties van beide kanten. Zonder schaamte worden dan bijna dagelijks foto’s van jaloersmakende maaltijden gedeeld. Terwijl onze smaken behoorlijk kunnen verschillen overigens.

De keuze voor rijst bij de soep hing vooral af van het moment van eten. Soep zonder rijst bij de lunch, soep met rijst als avondeten. Dat was het idee tenminste, want meestal krijg je rijst er standaard bij geserveerd. Soms een klein beetje, maar vaak ruim voldoende voor twee personen. Surinamers houden duidelijk van rijst. Overigens worden niet alle soepen met rijst geserveerd, vooral saoto, tayersoep en pindasoep.

Ik had graag nog ergens een okersoep gegeten, maar dat zal moeten wachten tot een volgende keer. Ik heb niet één favoriete Surinaamse soep, maar ik mag graag saoto, pindasoep en okersoep maken. En sinds dit jaar ook Chinese tayersoep. Ik wil binnenkort ook eens proberen guleh te maken, met pens.

Zeg je in Suriname dat je tayersoep hebt gegeten, dan wordt je beleefd gevraagd of je niet Chinese tayersoep bedoelt. Het duurde even voordat ik begreep wat het verschil was tussen tayer en Chinese tayer. En wat wij taro noemen. Dus daar komt het: wat wij in Nederland taro noemen, heet in Suriname Chinese tayer, een harige knol die het goed doet in stoofpotjes in soepen. Beetje vergelijkbaar met onze aardappel misschien, maar met een zachtere smaak en structuur en wit van kleur. Taro is er in verschillende soorten en het is zelfs een van de oudste gecultiveerde gewassen. Een mythologische versie van de Hawaiiaanse voorouders noemt de taroplant zelfs als voorouder van de Hawaiianen.

De gewone tayer, de Xanthosoma sagittifolium, komt uit Zuid-Amerika zelf en daar maken Surinamers pom van. Daarom soms ook wel pomtayer genoemd. Aan deze kant van de oceaan – of beter oorspronkelijk van het Indiase subcontinent en tegenwoordig vooral uit Nigeria – komt de Colocasia esculenta vandaan. Deze versie wordt dus Chinese tayer genoemd in Suriname, maar wij noemen het taro.

Lees Meer Lees Meer

Runderlappen in een kerrie-kokos saus

Runderlappen in een kerrie-kokos saus

Wel gek eigenlijk. Hoe guurder en hoe kouder het weer, hoe meer stoofgerechten er gegeten worden. Terwijl je een lekkere stoofmaaltijd ook gerust in de zomer kunt eten. De buitentemperatuur zou geen belemmering moeten zijn. In tal van Aziatische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen wordt er met tropische temperaturen rustig gestoofd. Niet in Nederland, want stoofvlees bereiden we vooral in de wintermaanden. Ik ook, want ik kocht afgelopen week runderlappen, terwijl ze er het hele jaar zijn.

Runderlappen komen uit de borst van een koe. Het is heel geschikt als stoofvlees. Runderlappen zijn wat magerder dan riblappen en blijven daardoor beter van structuur, terwijl riblappen vaker uiteenvallen. Beide noemen we draadjesvlees, als is daar bij riblappen wat meer sprake van als ze uiteen gevallen zijn. De smaak verschilt ook. Immers, vet zorgt voor smaak. We kennen ook nog de verzamelnaam stooflappen, waarmee alle soorten rundvlees die geschikt zijn voor stoven worden bedoeld. Dus ook sucade, dat uit de schouder komt. Sucade bevat een pees, bestaand uit bindweefsel, dat na lang koken een gelei-achtige structuur krijgt en onterecht voor vet wordt aangezien. Sucade wordt vaak als lapje gegeten na een tijdje sudderen, wat hetzelfde is als stoven. Maar runderlappen dus. Het kan weer, want de herfst is hier.

Stoofvlees kun je op verschillende manieren bereiden, maar ze hebben allemaal gemeen dat je vocht nodig hebt om het vlees in te stoven. Anders ga je namelijk braden. Dat kan ook, maar dan krijg je een ander resultaat. Stoven kan in water, maar kan ook in kokosmelk.

Nu denken sommige mensen dat kokosmelk het vocht is dat in een kokosnoot zit. Ik heb al eens iemand een kokosnoot zien openmaken en teleurgesteld naar het glaasje kokoswater zien kijken. Wat dat zit in een kokosnoot, kokoswater. Kokosmelk wordt verkregen door het vruchtvlees van de kokosnoot te raspen en in lauwwarm water te kneden. Door de pulp met hulp van een fijne doek uit te persen krijg je een dikke vettige vloeistof, kokosroom. Doe je bovenstaand nog eens, dan krijg je kokosmelk. De vloeistof is nu een stuk minder vet en daardoor ook dunner. Je kunt dit proces nog een keer herhalen voor een magere kokosmelk.  Doorgaans hoe vetter de kokosmelk, hoe duurder. Overigens heb je ook nog geconcentreerde kokosroom in blokken, santen. Daar moet je dan weer water aan toevoegen om kokosmelk te krijgen.

Runderstoofvlees op z’n Surinaams.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse huzarensalade

Surinaamse huzarensalade

Hoewel het af en toe met bakken uit de lucht komt, is de temperatuur nog aangenaam. We zijn aan het nazomeren. En daar hoort ook ontspannen eten bij, in ieder geval in het weekend. Eten alsof de zomer nooit overgaat en ontkennen dat de herfst nakende is. Zoals sommige mensen stug blijven barbecueën, maar zichzelf dan met een jas aan een saté zien eten. Het nazomeren doen wij binnen. Erkennend dat de echte zomer voorbij is, maar nog hunkerend naar de frisse zomerse maaltijden van salades, kaasjes, stokbrood en vers fruit. Huzarensalade hoort daar bij ons duidelijk ook bij. Maar je hebt huzarensalade en huzarensalade. En dan is er nog de Surinaamse variant.

De Surinaamse keuken is werkelijk een multiculturele keuken met invloeden van alle bevolkingsgroepen die het land bevolken. Onder de haast ontelbare gerechten ook enkele die een Nederlandse invloed verraden zoals erwtensoep, macaronisalade, bruine bonen, zuurkool en huzarensalade. En aan elk van die gerechten zit uiteraard een Surinaamse draai. Dan kunnen de groenten zijn, het gezouten vlees of de onmiskenbare Madame Jeanette.

De Surinaamse variant van huzarensalade lijkt veel op de Nederlandse versie van een aardapppel-bietensalade, maar de toevoeging van de geplukte kip maakt het weer Surinaams. En eerlijk is eerlijk, het ziet er ook heel zomers uit zo’n mooi gekleurde salade.

Lees Meer Lees Meer

Okro Bravoe oftewel okersoep uit Suriname

Okro Bravoe oftewel okersoep uit Suriname

Oker in Suriname, okra in de rest van de wereld, al is de beeldende naam ‘lady fingers’ in sommige Engelstalige landen ook in gebruik. Het was de eerste soep die ik ooit in Suriname at. Niet geheel toevallig, want ik had mijn Surinaamse collega’s al laten weten welke gerechten ik heel graag wilde eten tijdens mijn verblijf. Ja, ik had mij voorbereid. De andere waren petjil, moksi meti, tjauw min, saoto, pindasoep en bloedworst. Alleen de bloedworst is die eerste keer niet gelukt, maar dat heb ik later ruimschoots goedgemaakt. Vooral de saoto mag ik graag eten in Suriname. Met rijst als avondmaaltijd, zonder rijst als lunch. Een perfect gerecht voor heel warm weer. Met wat gekruide ketjap en wat fijngesneden Madame Jeanette om de soep verder op smaak te brengen.

Maar de eerste soep was dus een okersoep bij De Gadri, een klein restaurantje naast Fort Zeelandia. Lekker vers eten, met soms wat lange wachttijden. Dat geeft wel aan hoe populair het eten is.

De meeste soep eet je in Suriname met rijst. De rijst niet in een kommetje, maar op een plat bord. En terwijl Nederlanders de rijst in de soep scheppen, scheppen de Surinamers hun soep over de rijst. Beetje bij beetje, hap voor hap. Dat geeft echt een andere eet-ervaring, net zoals pizza eten met mes en vork. En eet je soep met rijst, dan is het ook echt een maaltijd. Sowieso zijn de meeste soepen in Suriname geen voorafje. De maaltijd beginnen met een pindasoep? Maak de buikriem maar los en rol terug naar je hotelkamer.

De combinatie van vis en vlees in dit recept voor okersoep doet wellicht wat vreemd aan, maar de smaken vallen goed samen.

Eigenlijk hoort er ook antroewa in, een groente die er uitziet als een tomaat, maar qua smaak en structuur meer op een aubergine lijkt. Eventueel ook te vervangen door aubergine, maar ik laat het weg.  Ik kan er niet makkelijk aankomen, net zoals tayerbladeren, die ik vervang door jonge spinazie. Verse oker is overigens ook niet wijdverbreid te krijgen hier in de omgeving. De oker moet bovenal stevig aanvoelen. Slappe oker kun je beter laten liggen.

Oker heeft een ietwat aardse smaak en kun je ook rauw eten. Bij het snijden, maar ook bij lang koken, dan laat het vruchtvlees een slijmerige substantie los die de soep iets bindt. Dat doet de okra ook in gumbo, het bekende recept uit Louisiana. Niet voor niets is okra vooral bekend in de zuidelijke staten van de V.S. en in de Caraïben en Suriname. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Afrika.

Lees Meer Lees Meer

Masala-garnalen met kousenband en noedels

Masala-garnalen met kousenband en noedels

Het begint weer te warm te worden in huis. En het ergste moet nog komen. En is de warmte eenmaal in huis, dan lijkt het een eeuwigheid te duren voordat het weer afkoelt. Hier gaat er zeker een week of anderhalf overheen.

Weliswaar is de keuken een van de koelste plekken in huis, dat verandert snel als er een gaspit aangestoken wordt. Stoven is in de zomer dan ook niet echt een optie, hoe graag ook ik dat mag doen. Nee, als het warm is in huis ben ik over het algemeen niet de meest geïnspireerde kok. De verleiding om de komende dagen alleen maar broodjes en komkommersalades te eten ligt om de hoek. Afgewisseld met aardbeien en wilde perziken. En af en toe een raketje natuurlijk.

Ik heb al lopen piekeren wat ik de komende dagen ga eten. Maar drukke dagen buiten achter de rug, een vol hoofd en het is te warm om al te veel na te denken. Aardappelen heb ik al in huis gehaald, voor het huzarensalade-scenario. Je weet tenslotte maar nooit. Veel verder ben ik overigens nog niet, dus dat wordt freestyle boodschappen doen morgenvroeg, voor de hitte mij lam slaat.

Intussen moet ik het avondeten nog bedenken. De sla ging tussen de middag op, als lichte lunch. Blijft de kousenband over. En garnalen in de vriezer. En een aangebroken pak gezeefde tomaten in de koelkast. Dat vraagt eigenlijk om rijst. Op de een of andere manier vond ik dat teveel moeite en ja, ik heb een rijststomer. Maar dit geeft wel een beetje mijn energieniveau aan vandaag. Toch wilde ik een fatsoenlijke maaltijd op tafel zetten. Noedels dus. Snel klaar en altijd lekker. Bij iedereen.

Mijn oog viel op de voorraad masala in de kast. Masala-garnalen! Nooit eerder gemaakt. Zou dat smaken? Er is maar één manier om daar achter te komen.

Lees Meer Lees Meer

Roti kip zonder roti

Roti kip zonder roti

Ik heb er best lang over gedaan om roti kip tot mijn favorieten te rekenen. Het heeft eerlijk gezegd ook wel lang geduurd voordat ik tevreden was met de smaken. De kunst volgens mij: niet te zuinig met de masala, géén kruimelige aardappelen, kip met bot en lang genoeg laten stoven.

Roti is een erfenis van de Hindoestaanse gemeenschap van Suriname, waarvan de wortels in India liggen. Over de geschiedenis van de Hindostanen schreef ik al eerder. Intussen heb ik dat recept voor de masala kip wat aangepast naar het onderstaande.

Roti is de Surinaamse versie van chapatis, een Indiaas platbrood. De Surinaamse roti plaat heb ik in India nooit gegeten, wel chapatis, dat over het algemeen dunner en kleiner is. Wellicht is het streekgebonden, de keukens van India zijn bijna niet te tellen. Ik moet mij daar eens in verdiepen. Je kunt het uiteraard zelf maken, maar als ik roti eet, dan koop ik mijn roti platen bij de toko. Soms vers, soms uit de vriezer.

Roti eet ik dus maar af en toe en dat komt vooral omdat een roti best groot is en als deze gevuld is met aardappel of met dahl, het wel erg machtig wordt. Daarentegen kun je roti kip ook prima zonder roti eten! Sterker nog dus, ik eet het vaker zonder dan mét.

En koos ik eerder vaker voor kipfilet, tegenwoordig eet ik het meestal met kippendijen met rugstuk. Je zou ook drumsticks kunnen gebruiken of zelfs drumettes, hoewel ik de laatste daarvoor ietwat te ielig vindt. Ik laat de kippendijen met rugstuk heel, eventueel kun je wat inkepingen in het vlees maken. Maar als je het vlees goed laat stoven, zal je aan smaak niets tekort komen.

Lees Meer Lees Meer

Soep van Surinaamse masala

Soep van Surinaamse masala

In Suriname kun je tal van soepen eten, van saoto, pindasoep tot cassavesoep en snert of gele pesisoep. Het zijn met name maaltijdsoepen, bijna altijd geserveerd met rijst ernaast. Ik heb er ook op een andere manier soep leren eten. Deed ik aanvankelijk de rijst in de soep, nu lepel ik de soep over de rijst en eet zo het eerste deel van de maaltijd. Is de rijst op, dan begin ik eigenlijk pas aan de soep. Echt een andere eetervaring, zoals pizza eten met mes en vork. Ik kan het je aanraden.

Gek genoeg ben ik nog geen masalasoep tegengekomen, terwijl roti toch heel populair is. Zou het komen omdat de Indiase keuken niet echt een soep kent zoals wij die kennen? (Of ken ik de Indiaanse keuken onvoldoende?) Vanuit Suriname heb ik verschillende massala’s meegenomen, benieuwd als ik ben of er grote verschillen tussen zitten. Wel als je het internet moet geloven in ieder geval. Ik ben er nog niet helemaal uit. Lastig vergelijken als je de verschillende masalas niet tegelijk eet en steeds met een andere maaltijd. Het makkelijkste vergelijk zou roti zijn, maar dat eet ik eigenlijk zelden.

Waarom zelf dan geen soep van masala maken? Kerriesoep kennen we tenslotte ook.

Lees Meer Lees Meer

Tjauw Min

Tjauw Min

Tjauw Min, de Surinaamse versie van het Chinese Chow Mein. Chow Mein zouden wij bami noemen. Bami kennen wij dan vooral van het Chinees-Indonesisch restaurant. Tjauw Min is echter niet helemaal hetzelfde als ‘onze’ bami. Die wordt namelijk gemaakt met dikke noedels, terwijl Tjauw Min met dunne noedels wordt gemaakt. Toch is de ene Tjauw Min de andere niet. Nu is het internet lang niet altijd een betrouwbare bron van informatie, net zoals sommige kookboeken dat ook niet zijn. Hoe vaak ik wel niet een recept tegenkom waarin gewokt wordt met olijfolie bijvoorbeeld. Sommige zaken kunnen echt niet. Dus als je het internet niet kunt vertrouwen, wat doe je dan? Precies, je onderzoekt het aan de bron, Suriname dus. Het vliegtuig in en gaan!

Nu heeft Suriname een bijzondere mix van bevolkingsgroepen en daarmee ook van keukens. Ik heb het al vaker genoemd. Zie de verschillende recepten uit Suriname in het menu. Het resultaat is een heel intrigerende, maar vooral ook smakelijke keuken. Drie weken de tijd had ik om dat te doorgronden. Laat er geen misverstand over bestaan, ik heb mijn best gedaan.

Tjauw Min eet je bij een warung, een Javaanse eethuisje, of bij een Chinees restaurant. Of bij een lokaal eettentje. Dan kun je al wel raden dat die Tjauw Min telkens anders zal smaken. En elke keer lekker. Altijd bestond de Tjauw Min uit dunne noedels, zoals je zou verwachten. Maar wat ik niet had verwacht dat ik bij een warung spaghetti als Tjauw Min zou eten. Ik was blij dat ik een klein portie had besteld, want spaghetti is machtiger dan dunne noedels. De Tjauw Min smaakte er overigens niet minder om.

Net zoals de bami in Nederland eet je Tjauw Min met weinig groenten. Groente serveer je er apart bij. Maar niet overal dus. Bij de Chinees kon je kiezen uit Tjauw Min met lokale groenten of met buitenlandse groenten. De laatste versie was iets duurder. Maar deze Tjauw Min had duidelijk meer groenten dan andere versies die ik heb gegeten. Nog steeds niet overheersend overigens, want bij elke Tjauw Min draait het om de noedels.

Maar dan. Meestal werd de Tjauw Min met stukken kip geserveerd, soms met varkensvlees, een andere keer een combinatie van beiden. Bij de meeste warungs was de keuze beperkt. Een kleine of een grote portie en met de optie extra kip. De kleine portie was al voldoende voor een volwaardige lunch overigens. Bij de Chinees kon je kiezen uit kip, varkensvlees, seafood of een combinatie. Bovendien werd gevraagd of je het vlees door de Tjauw Min heen wilde of bovenop geserveerd. De klant is koning.

Overigens werden alle Tjauw Min’s geserveerd met  sambal of een andere hete saus of gewoon fijngesneden Madame Jeanette. Ik zeg gewoon, want bij verschillende gelegenheden kreeg ik op een schoteltje fijn gesneden Madame Jeanette met daarnaast (of daaronder) zure komkommer. Het laat zich raden natuurlijk dat je soms al in de fik vloog van een plakje komkommer.

En alle versie’s van Tjauw Min hadden gemeen dat de belangrijkste groente kousenband was.

Terug in Nederland mis ik de Surinaamse Tjauw Min. Dan maar zelf aan de slag.

Lees Meer Lees Meer