Archief van
Tag: Suriname

Gevulde bara met masala kip

Gevulde bara met masala kip

Het is al jaren het gebruik dat wanneer er gelegenheid is te lunchen in een Surinaamse eethuisje die kans met beide handen wordt aangegrepen. Nu is dat in de Randstad goed te doen overigens, maar daarbuiten is het soms even zoeken en goed plannen.

Meestal bestaat de lunch dan uit 1 of 2 broodjes. Op een koude dag soms een pasteitje of een saté. Een beetje afhankelijk van het menu uiteraard. Een enkele keer kies ik een bara. Bara’s worden wel eens met donuts vergeleken, maar die vergelijking slaat eigenlijk nergens op. Beiden worden in olie gebakken, maar daar houdt de vergelijking eigenlijk wel mee op. Of het moet zijn voor het gat in het midden van de bara. Dat gat is uiteraard niet voor de sier, maar hierdoor gaart de bara gelijkmatig.

De bara is een Surinaamse versie van de Indiaanse vada, een snack op basis van peulvruchten met allerlei specerijen en vaak geserveerd met sambar. Ik at het in India als veilige lunch in verschillende eethuisjes langs de weg. En een enkele keer bij het ontbijt, al waren die vada’s wel veel kleiner dan de bara’s die wij uit Suriname kennen.

Bara’s worden gemaakt van mungbonen of mungbonenmeel, bloem, specerijen en bevatten meestal fijngesneden tayerblad of spinazie.

Door de toevoeging van baksoda worden de bara’s extra luchtig, terwijl ze wel een knapperige korst hebben. Een goede bara lijkt dan wel groot en stevig, maar is verrassend luchtig.

Een bara eet je warm, net zoals je een oliebol het beste warm eet. En de bara wordt meestal gegeten met een pittige chutney of een andere, doorgaans loeihete saus. Maar je kunt ze natuurlijk ook vullen. Bijvoorbeeld met kip masala met kousenband. Geen stukken kip, maar geplukte kip.

Het maken van bara’s bewaar ik voor een volgende keer. Ik kocht een paar verse bara’s. Je kunt ze gerust invriezen en later opwarmen. Doe dat alleen niet in een magnetron, dat gaat niet goedkomen. Doe dat in een oven of, wat mij voorkeur heeft, in een koekenpan zonder olie. Zie het recept hieronder.

Lees Meer Lees Meer

Pindasoep met tomtom

Pindasoep met tomtom

Pindasoep heb je in allerlei varianten, uit verschillende landen bovendien. Het meest bekend in Nederland is de Surinaamse pindasoep. Ik maak het ongeveer eens per maand.

Een meer traditionele Surinaamse pindasoep bevat zoutvlees en soms ook nog varkensstaart. En je maakt het af door aan het eind een Madame Jeannette mee laten pruttelen. Toch is een pindasoep doorgaans niet bijzonder heet, want de peper geeft vooral smaak af en geen hitte. Dat is anders als je een sneetje in de peper maakt of de peper per ongeluk stuk kookt, dan smaakt de soep plots een heel stuk pittiger. Wie niet bekend is met een Madame Jeanette, doet er er verstandig aan er voorzichtig mee op te gaan. Het is niet wat een reisgenoot ooit zei: “oh kijk, wat grappig, een kleine paprika!” We hebben haar er maar voor gewaarschuwd.

Niet voor iedereen is zoutvlees en met name varkensstaart even makkelijk verkrijgbaar. Een Madame Jeannette is tegenwoordig niet moeilijk te vinden, hoewel in veel gevallen de adjuma-peper als madame Jeannette wordt verkocht. Qua smaak en hitte ontlopen ze elkaar echter niets (100.000 tot 400.000 op de Scoville-schaal voor de adjuma versus 125.000 tot 325.000 voor de madame Jeanette). Dat verschil proef je letterlijk niet meer. Een Madame Jeanette is wat smaller dan de adjuma-peper.

Je kunt zonder zoutvlees en varkensstaart een heel smakelijke versie van pindasoep maken met een kippenpoot en een beetje sambal. Een beetje heet is namelijk best lekker. Een typisch Surinaamse toevoeging is tomtom, oftewel balletjes bakbanaan. Veel supermarkten verkopen tegenwoordig ook bakbanaan. In ieder geval bij mij in de buurt. Neem een groen-gele bakbanaan voor een wat neutraler smaak en een zwarte bakbanaan voor heel zoete balletjes. Dat contrast tussen zoet en zout is wel heel erg lekker.

En laat je de kip weg, dan heb je een smakelijke vegetarische variant.

Freestyle SU-pindasoep.

Lees Meer Lees Meer

Gele pesi-soep – Surinaamse erwtensoep

Gele pesi-soep – Surinaamse erwtensoep

Erwtensoep, veel Nederlandser wordt het niet zou je denken. Behalve dat ze ook aan de andere kant van de wereld een soortgelijke soep maken. Eten wij snert als het vriest dat het kraakt zo koud, in Suriname eten ze erwtensoep bij 30 graden in de schaduw.

Surinaamse erwtensoep. De een maakt het met groene spliterwten, de ander met gele spliterwten, die een tikje zoeter smaken. De een met aardappel en knolselderij, de ander zonder die typisch Nederlandse ingrediënten. Met of zonder rookworst, met of zonder kip of karbonade, hoewel dat laatste ook wel heel Nederlands is. Wat ze gemeen hebben doorgaans is het gebruik van zoutvlees en pimentkorrels. Maar de varianten zijn legio, dus je kunt gerust een beetje freestylen. Ik deed dat door naast zoutvlees gerookte krabbetjes toe te voegen. Je zou in plaats daarvan gerookte varkensstaart kunnen gebruiken.

Onze moeder maakte tot op negentigjarige leeftijd zelf haar erwtensoep. Ik heb haar überhaupt nooit kunnen betrappen op een soep uit blik. En ze maakte altijd extra erwtensoep, zodat ze mij een bak mee kon geven. Toen ik een keertje wilde overslaan, reageerde ze geprikkeld. Was haar soep niet lekker? Ik weigerde nooit meer, ook als mijn eigen vriezer vol zat. Dan at ik het de volgende dag. Haar soep was altijd lekker. Niet met karbonaadjes, maar met hamlappen. En rookworst, hoewel ze daar zelf geen grote fan van was. Haar zonen daarentegen wel!

Surinaamse erwtensoep bevat overigens ook wel eens rookworst, volgens mij meestal van kip. Knolselderij en prei wordt weinig gegeten in Suriname, dat die in verschillende recepten dan ook ontbreken is niet vreemd. Tenzij de soep gemaakt wordt door een Surinamer in Nederland, daar heeft het in ieder geval alle schijn van.

Zou gele pesi-soep het Surinaamse antwoord zijn op de Hollandsche erwtensoep? Het gebruik van gele erwten in Suriname vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de Hindoestaanse keuken, die van Indiase contractarbeiders die eind negentiende eeuw via een omweg naar Suriname kwamen. Het gebruik van gele erwten zien we ook terug in de roti, ook al van Indiase oorsprong. En als dat inderdaad klopt, ontmoeten de Nederlandse, Indiase en Hindoestaanse keuken elkaar in de gele pesi-soep.

Lees Meer Lees Meer

Chinese kippenmaagjes met gebakken rijst

Chinese kippenmaagjes met gebakken rijst

Lang heb ik vegetarisch gegeten, dat zal zeker een jaar of tien zijn geweest. Toen ik vervolgens weer vlees ben gaan eten, was er wel wat veranderd. Ik was eerder niet voor niets gestopt. Als soort van protest, ik voelde me ook bezwaard. Uiteindelijk waren er andere redenen waardoor ik uiteindelijk weer vlees ben ben gaan eten. Wel koos ik vaker voor scharrel- en soms biologisch vlees. Dat is wel een aanslag op je portemonnee en eerlijk is eerlijk, ik doe dat ook niet altijd. Bewuster eten kopen is al een belangrijke stap, maar dat geldt niet alleen voor vlees. Als er in december aardbeien in de winkel liggen, gaat er volgens mij iets mis. Ik koop daarom zoveel mogelijk groenten in het seizoen en mijd vers voedsel dat de halve globe is overgevlogen. Haricots verts uit Kenia komen hier er niet meer in. Net zoals avocado’s, al helpt het wel dat ik die gewoon niet lekker vind. Ik kan dus prima zonder.

De hernieuwde kennismaking met vlees destijds ging al snel verder dan de gebruikelijke maaltijd. Ik ontdekte de Chinese keuken en kreeg interesse in de Nederlandse boerenkeuken van vroeger. Onze grootouders hadden vroeger varkens en kippen bij het huis zoals zoveel mensen op het platteland (en soms ook gewoon in de stad). Zo konden de gezinnen grotendeels in hun eigen voedsel voorzien, aangezien ze doorgaans ook de meeste van hun groenten zelf verbouwden. Het waren vooral brood, melk en andere zuivel die van elders kwamen. Overigens was de ene opa melkboer, dus dat kwam wel goed.

Ik vroeg regelmatig aan onze moeder wat zij vroeger aten en hoe dat klaargemaakt werd. Ze vertelde dan hoe haar moeder bijvoorbeeld zelf balkenbrij maakte, waarvoor de kop van het geslachte varken werd gebruikt. Of vol afgrijzen over kruudmoes, wat juist onze vader zo lekker vond. Ik at het eens, nee, ik proefde het eens. Ik snapte onze moeder.

Tot in de jaren negentig haalde ze kip bij de poelier, niet bij de slager of de supermarkt. Als klein jongetje ging ik mee en keek dan vol verwondering naar het kleurrijke, gevederde gevogelte dat in de winkel hing. Het bleef er hangen, want dat was waarschijnlijk boven het budget. Maar ik herinner me de hele kip die er werd gekocht. En in die kip zat een klein plastic zakje met het hartje, de maag, het nekje en de lever. Die werden niet weggegooid, maar bereid. Ik heb het destijds nooit gegeten, maar weet nog wel dat het als delicatesse werd beschouwd. Onze moeder vond met name het nekje lekker. Dat kwam goed uit, want BroeR en ik gruwden toen van het idee.

Tegenwoordig kan ik dat waarderen, dat zoveel mogelijk van het dier benut wordt. En dan bedoel ik niet het separatorvlees van de machinaal gevilde kippen. Wel goed op zich, maar ik doel natuurlijk op wat we tegenwoordig zien als de incourante delen, zoals ingewanden en weke delen als zwezerik. Nu eet ik niet alles, soms is dat gevoelsmatig (stierenballen) of een textuurdingetje (zwezerik) of ik vind het gewoon niet lekker (niertjes). Twee van de drie heb ik overigens gegeten, ik laat in het midden welke twee dat zijn. Blijft er overigens genoeg over wat ik heb gegeten of in ieder geval wil proberen. Zo at ik in Suriname een broodje kippenlevertjes en raakte ik onlangs geïntrigeerd door de kippenmaagjes bij de Turkse slager. Ik herinnerde mij de kip van de poulier en besloot de stap te nemen, al had ik nog geen idee wat ik er mee kon doen en dus ook wat ik er mee ging doen. Ik zag in ieder geval een Chinese maaltijd voor me.

De kip heeft overigens twee magen. Het voedsel komt vanuit de krop, waar de harde delen worden geweekt in de kliermaag, waar maagsappen helpen bij de afbraak van ruw voedsel. Vervolgens komt het voedsel in de spiermaag. Hier wordt het harde voedsel met hulp van steentjes die de kip eerder heeft ingeslikt fijn gemalen. Die spiermaag bestaat dus vooral uit spieren, wat betekent dat je bij de bereidingen van maagjes de tijd moet nemen, net zoals bij voorbeelden varkenswangen. Stoven of lang pocheren is dus een heel geschikte bereidingswijze voor spiermaagjes.

Oh ja, maagjes zijn dus spotgoedkoop. En gewoon heel smakelijk. Helemaal als je ze ook nog eens marineert met heerlijke specerijen.

Lees Meer Lees Meer

Surinaams broodje gepluisde kip ketjap

Surinaams broodje gepluisde kip ketjap

Surinaamse broodjes heten in Suriname natuurlijk gewoon broodjes. Daar werd ik op dag 1 met een glimlach voor op de vingers getikt. Maar dit keer was ik voorbereid. De eerste keer in Suriname was anders, nu stond het haast ingepland: zoveel mogelijk uitproberen, een ontdekkingstocht langs de Surinaamse keuken.

Hoewel de eerste week nog even gestoeid werd met de lunch, warme maaltijd of niet, de tweede week werd overgeschakeld op broodjes, soep en salades. Met name de broodjes waren favoriet, niet alleen bij mij. Ik heb verschillende broodjes geprobeerd: bakkeljauw, warme vis, gebakken vis, pom, kippenlevertjes, kip ketjap, fa chong en sambal goreng aardappel. Altijd voorzien van ‘peper en zuur’.

Er zijn mij een aantal dingen opgevallen in Surinaamse broodjeszaken. Met name de hoeveelheid zuur. Hier in Nederland krijg je vaak grote plakken ingelegde komkommer met ui, daar een dun schijfje (1-2 mm) samen met wat sliertjes ingelegde ui. Duidelijk wat subtieler. Grappig is ook dat ik geen broodjes kip-kerrie heb gezien. Nu heb ik niet overal het menu even aandachtig bestudeerd (heus!), maar bij in ieder geval twee broodjeszaken ontbrak de kip-kerrie. Overal wel broodjes kerrie-ei trouwens, maar die heb ik dan weer niet gehad. Ook was in ieder geval bij twee broodjeszaken de kip gepluisd in plaats van in stukjes. Een heel andere eetervaring! Ook zag ik geen broodjes garnalen met kousenband, wel broodjes alleen met kousenband. En terwijl je in Nederland nauwelijks broodjes pom kunt krijgen, daar overal, alleen moet je wel op tijd zijn heb ik gemerkt, anders is de pom op. Een broodje pom… je kunt er mij voor wakker maken zo lekker. En broodjes vis kom ik hier ook niet tegen eigenlijk, behalve dan bakkeljauw. Nee, een broodje in Suriname is dan toch niet hetzelfde als een Surinaamse broodje in Nederland. 

Mijn gewaardeerde medeblogger zou natuurlijk graag zien dat ik hier het recept zou delen voor Surinaamse puntjes. Helaas, ik moet hem teleurstellen. Ik hou het bij het beleg. Dit keer kip ketjap, een volgende keer kippenlevertjes en bakkeljauw.

Lees Meer Lees Meer

Varkensvlees in zoetzure saus

Varkensvlees in zoetzure saus

Iedereen die denkt dat zoetzure saus bij vlees hetzelfde is als de saus die bij tal van gerechten bij de lokale Chinees wordt geserveerd kan gerust verder lezen. De Aziatische keuken heeft een heel scala aan zoetzure sauzen die in de meeste gevallen niet lijken op de suikerbom die hier over het vlees wordt geschept. Die saus is vooral zoet, met vaak een hint van zuur. Dat kan echt anders. En vooral ook lekkerder.

Met een beetje knoflook, gember en sojasaus kom je al heel ver. Nu is een beetje knoflook hier in huis al snel meer knoflook, maar het idee is duidelijk. Makkelijk om te onthouden: met 1 teen knoflook, 1 cm geraspte gember, 1 tl suiker, 1 tl sojasaus en 1 el rijstazijn heb je al de basis voor een lekker sausje op basis van water. Met een beetje tomatenpuree of ketchup krijg je de rode kleur zoals de bekende zoetzure saus van de Chinees. En met een beetje maïzena kun je de saus nog wat indikken. Door te variëren met de hoeveelheden kun je makkelijk de smaak aanpassen naar je eigen voorkeur.

Zoetzure saus gaat prima samen met varkensvlees. Afhankelijk van het soort vlees heeft het gerecht meer of minder tijd nodig. Mals vlees hoeft niet per se veel vet te bevatten, dat laat varkenshaas wel zien. Ook kipfilet kan trouwens mals zijn. Het probleem is vaak de wijze van bereiden, wat maar al te vaak resulteert in een stuk droog vlees. Ook varkenshaas kun je taai en droog krijgen. Eeuwig zonde natuurlijk.

Het dichtschroeien van vlees heeft ook een functie anders dan het verkrijgen van een mooi en knapperig korstje. Het houdt namelijk de vleessappen binnen. Het vlees laten sudderen is ook een mogelijkheid. En zo krijg je ook varkenshaas goed gaar, terwijl het echt geen uren hoeft op te staan.

Ik zit overigens nog steeds met mijn hoofd in de Surinaamse keuken. Dus ook dit recept komt daar vandaan, de mixed pickles verraden dat ook wel een beetje. Uiteindelijk is het recept natuurlijk Chinees. Het is lekker bij gebakken rijst die je opleukt met een smakelijke en pittige saus. Zoet en zuur en pittig. Een populaire combinatie van smaken hier in huis.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse kip met gemengde gember

Surinaamse kip met gemengde gember

Ik zat nieuwsgierig te wachten toen ik de kip met gemengde gember had besteld. In Nederland at ik het alleen uit mijn eigen keuken. In een restaurant ben ik het nog niet tegengekomen.

Er zijn grofweg twee verschillende recepten, eigenlijk een snelle en eentje waar je wat meer tijd voor nodig hebt. Beiden recepten zijn even makkelijk. Heb je de tijd, dan laat je de kip (heel, in stukken of alleen het vlees) een dagje marineren in knoflook, gember, oestersaus, vijfkruidenpoeder en sojasaus. In de snelle versie staat het gerecht in een half uur op je tafel.

Mijn recept is de snelle versie, zoals er meer op internet te vinden zijn. Er zijn wat kleine variaties, met ketjap in plaats van oestersaus bijvoorbeeld, maar de meeste recepten lijken verdacht veel op elkaar. Ergens zal er waarschijnlijk een ‘moederrecept’ zijn. Maar nu dus in Suriname. Of dat nu de oorspronkelijke herkomst is van dit gerecht weet ik niet, de Chinese invloeden zijn er overduidelijk.

Te beginnen met de fabrikant: Mee Chun. Vroeger was het ingelegde zoetzuur alleen verkrijgbaar in blikjes, maar tegenwoordig ook in glazen potten van 250 of 475 gram. Het bevat stukjes gember, sjalot, papaya, komkommer en wortel ingelegd in azijn, suiker en zout. De gembersmaak overheerst, met name in het vocht. Je kunt het fijnsnijden, maar zelf vind ik juist die grotere stukken zo lekker in het eten.

Een eigen toevoeging is soms wat extra stemgember. Nadeel van kant-en-klare potjes pickles is namelijk dat je geen controle hebt over de inhoud. En soms valt het aantal stukjes gember wat tegen. Nu is stemgember qua smaak anders dan ingemaakte gember uit de potjes, toch is het een smakelijke aanvulling.

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse Tjap Tjoy

Surinaamse Tjap Tjoy

Een van de leuke dingen in het buitenland is het ontdekken van de lokale keuken. Dit keer kon ik in Suriname daar wel heel letterlijk gevolg aan geven door een uitnodiging om bij iemand thuis samen te komen koken. 

Buitenlandse werkreizen zijn nooit een straf, want ik vermaak mij altijd prima, zeker als het gaat om eten. Doorgaans worden zoveel mogelijk verschillende lokale restaurants bezocht, zowel voor lunch als het avondeten. Is een restaurant of lunchzaak een succes, dan keren we terug. (Combe Bazaar, onthoudt die naam als je in Paramaribo bent en zin hebt in een broodje, waarover een andere keer meer). Hotelmaaltijden zijn echt een uitzondering, tenzij het hotel ook of uitsluitend lokale gerechten serveert. Dat was bijvoorbeeld in India enkele malen het geval. Dat zorgde wel voor uitdagingen bij het ontbijt.

In het hotel in Suriname hadden ze een prima keuken overigens. Ik at er graag een saoto zonder rijst als verlate lunch. De herheri, met cassave, zoete aardappel, bakkeljauw en ei was ook voortreffelijk. Die gaan we hier nog wel eens terugzien.

De Surinaamse keuken staat bekend om het gebruik van Maggi-blokjes. Speur het internet maar af, 2 of 3 blokjes zijn geen uitzondering. En dat is best gek, want wie het allereerste Surinaamse kookboekje Wat de Surinaamse pot schaft uit 1939 doorbladert, komt geen enkel maggiblokje tegen. Nul. Het gebruik van veel zout wordt zelfs ontmoedigd. Ergens in de tijd is er dus een hele slimme fabrikant geweest.

Het boekje met 60 recepten is samengesteld door Hendrina Seppen – De Wekker, de eerste directrice van de Surinaamse huishoudschool te Paramaribo. De recepten waren afkomstig van diverse dames en heren uit de Surinaamse samenleving en leerlingen van de huishoudschool. Ingrediënten van lokale bodem stonden daarbij centraal. Het kookboekje zou de voorloper worden van het Groot Surinaams Kookboek.

Dit recept voor tjap tjoy komt in dat eerste kookboek overigens niet in voor. Het is afkomstig van de Chinese contractarbeiders die vanuit Indonesië naar Suriname kwamen.

Lees Meer Lees Meer

Tomatensoep SU-style

Tomatensoep SU-style

Ik weet eigenlijk niet of er een typische Surinaamse tomatensoep is. Die zou dan waarschijnlijk onder invloed van de Chinezen in de Surinaamse eetcultuur moeten zijn opgenomen. De Javanen, Creolen, Hindostanen en Joden kennen volgens mij geen traditie van tomatensoep. Ik kan mij vergissen. Soep kennen ze in Suriname natuurlijk wel, zoals de ghoegri , okrasoep en saoto. De okrasoep moet ik binnenkort maar eens maken.

De stap van een ietwat zoetzure Chinese tomatensoep naar een Surinaamse variant is snel te maken. Meest voor de hand liggend is de toevoeging van een Madame Jeanettepeper of een sambal die daarop gebaseerd is. En zo geschiedde.

Tomatensoep is hier al veel vaker voorbij gekomen. Niet in de laatste plaats door mijn aversie voor de rauwe tomaat en mijn voorliefde voor de bereide variant. Een wereld van verschil, van textuur tot smaak. Het is ook een dankbare soep die meestal door zowel volwassenen als kinderen gewaardeerd wordt. En laten we wel wezen, dat laatste is toch regelmatig een uitdaging. Als kind was tomatensoep mijn favoriet, samen met koninginnesoep.

In de basis bevatten al mijn tomatensoepen ui, knoflook en tomaat, de laatste meestal in kleine stukjes of hele gepelde tomaten, soms passata of een combinatie. Soms ook heel praktisch wat er in huis is. Tomaten bijna altijd uit blik, want oneindig houdbaar en daardoor niet afhankelijk van de seizoenen.

Om de soep Surinaams te maken heb je wat opties. Ten eerste kun je een Madame Jeanette toevoegen aan de soep en deze zachtjes laten meepruttelen. De kunst is dan om de peper heel te houden. De peper geeft dan namelijk wel smaak af, maar niet de hitte. Dat gebeurt wel als de peper per ongeluk kapot gekookt wordt of juist met opzet. Let wel, de soep wordt dan plots goed pittig. Nu heb ik niet altijd Madame Jeanettes op voorraad, maar een sambal op basis van deze Surinaamse peper doorgaans wel. Deze voeg je toe als de uien glazig zijn gebakken. Een sambal kent overigens vaak ook wat meer smaakmakers dan alleen peper. Mijn Surinaamse sambal bevat bijvoorbeeld knoflook.

De soep is lekker op een zomerse dag, maar ook geschikt om in de winter lekker bij op te warmen. Letterlijk…

Lees Meer Lees Meer

Surinaamse petjel pasteitjes

Surinaamse petjel pasteitjes

Voor mijn werk zit ik regelmatig op locatie. Zelden eet ik dan in het hotel of er moet echt geen andere mogelijkheid zijn. Hoteleten is in Nederland doorgaans niet aan mij besteed. Liever eet ik in een restaurant en dan bij voorkeur eentje uit de Aziatische hoek. Afgelopen week at ik Surinaamse broodjes en hapjes als lunch en at ik ’s avonds in respectievelijk een Indiaas, een Chinees-Indische (cultureel erfgoed!) en een Indonesisch restaurant. Een pindasaus zul je in het Indiase restaurant niet snel tegenkomen, maar bij de andere eetgelegenheden wel. Die bij het Chinees-Indische restaurant kun je beter mijden naar mijn bescheiden mening, want het feit dat dit bij alle restaurants hetzelfde smaakt zegt eigenlijk al genoeg. Voor de rest kunnen ze geweldig koken, maar pindasaus is niet bedacht door Chinezen, dat is wel duidelijk. In het Indonesische restaurant at ik grappig genoeg geen pindasaus, maar andere lekkere dingen zoals rendang en smoor terong, waarover een volgende keer meer. In de Surinaamse keuken is pindasaus een bekend gegeven, met dank aan de Javaanse contractarbeiders die eind twintigste eeuw naar Suriname trokken, niet geheel vrijwillig overigens. De Surinaamse pindasauzen smaken vaak net iets anders dan de oorspronkelijke Indonesische versies. Niet in de laatste plaats is dat te danken aan het gebruik van de Madame Jeanette, náást de rode peper.

Petjel is een van die gerechten die met de Javaanse arbeiders de oversteek naar Suriname hebben gemaakt. Petjel bestaat net zoals gado-gado uit verschillende groenten met pindasaus. Een belangrijk verschil wel dat bij petjel de saus wat pittiger is. Typisch voor petjel is ook het gebruik van kentjoer, een familielid van gember. Een unieke smaak die doet denken aan peper en gember. Er wordt van gezegd dat je het eigenlijk niet kan vervangen. Het maakt deze pindasaus ook net wat frisser.

Nu ben ik normaal gesproken niet zo van de zakjes, maar voor de de petjel maak ik een uitzondering. Ik heb namelijk nog geen fatsoenlijk recept kunnen vinden voor de juiste verhoudingen en eigen probeersels hebben nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Bovendien kun je bij de meeste toko’s en vaak ook Turkse supermarktjes Surinaamse pindasaus voor petjel vinden, uit Suriname. Niet duur en heel lekker.

Pejtel kun je met verschillende groenten eten, ik doe het met kool, kousenband en een beetje taugé. Voor het deeg van de pasteitjes gebruik ik bladerdeeg of deeg voor hartige taart. Beide uit de vriezer, in pakjes van 10 vellen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de deegvellen voor hartige taart, je krijgt er een lekkere harde pasteitjes van. Maar bladerdeeg kan dus ook.

Lees Meer Lees Meer