Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

Nederlands is en blijft een rare taal. Maak je van zwarte bonen een burger, dan heet het zwarte bonenburger. Een bonenburger die per definitie zwart is, dus. Maar in een paarse bonenburger hoeven helemaal geen paarse bonen te zitten. Logisch gevolg is dat er in een zwarte bonenburger geen zwarte bonen hoeven te zitten. Misschien is die burger zwart door gebruik van inktvisinkt. Van die dingen.

Bij het vernoemen van straatnamen komt het ook voor: zo is het wel Frans Halssingel en niet Frans Hals singel. Nog een voorbeeld: gerookte spekreepjes. Het zijn echter niet de reepjes die gerookt zijn, maar de speklap, die pas daarna in reepjes is gesneden. Gerookte spekreepjes zijn reepjes gerookte spek en eigenlijk geen gerookte spekreepjes. Ik blijf het raar vinden. En in andere talen is het niet beter. In het Engels is het een black bean burger, dan weet je niet wat bij elkaar hoort. En in het Duits is het eigenlijk ook zo: Schwarze Bohnen Burger of Schwarze Bohnen-Burger. Het zou eigenlijk zwarte-bonen burger moeten heten.

Maar goed. Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol, dus. We eten het vooral op herfst- en winterdagen, als we eten bij lamplicht. Zwarte bonenburgers vullen namelijk goed, zeker als je er nog wat extraatjes bij doet. Te zwaar voor in de zomer, eigenlijk, hoewel je ze dan van minder bonen en/of met kleinere broodjes zou kunnen maken … .

Italiaanse bol, dat betekent dat er al Italiaanse kruiden in het broodje zitten. Dat hopen we dan maar, want niet zelfgemaakt maar kant en klaar bij de warme bakker gehaald. In en op deze burger daarom geen extra Italiaans kruiden en/of specerijen meer. Wat dan wel?

We blijven in Italië en beginnen bij de oude Romeinen. Zoals eerder opgeschreven, noten waren goed bekend bij de oude Romeinen. Plinius schreef erover in zijn Historia Naturalis boeken. Naast tamme kastanjes waren walnoten, hazelnoten en pistachenoten ook goed bekend. Die gaan in de burger. Beukennoten niet, dat is voor een andere tijd van het jaar.

In Apicius [1] komt rucola voor, via het Latijnse woord eruca. De oude Romeinen waren er gek op, want bitter. Hoewel het niet ongevaarlijke maar wel populaire kruid wijnruit nog bitterder was. Rucola werd bij voorbeeld gebruikt in een rucola-saus voor bij gezouten vis, zoals in Apicius is beschreven. Maar ze gebruikten het ook als lustopwekkend middel en als verdovingsmiddel, alweer volgens Plinius.

Mosterd kenden de oude Romeinen ook goed. Ze gebruikten het vooral als middel tegen kwalen en pijntjes. Vast vanwege de scherpte en irritaties door de pijnmoleculen. Hier grove mosterd gebruikt, in de maaltijd zelf. Bovenop de burger komt mosterd gemengd met mayonaise.

Mayonaise is ontstaan in de stad Mahón, op het eiland Minorca, rond 1756. Dat zeggen de Fransen tenminste; een Franse kok zou het aldaar hebben uitgevonden omdat er geen room voorhanden was door een oorlog. De Spanjaarden melden dan weer dat het op Minorca daarvoor al aanwezig was, en dat het een Spaanse oorsprong heeft. Hoe het ook zij, in 123 BC vond de Romeinse verovering van de eilandengroep Balearen plaats. De oude Romeinen bedachten toen nieuwe namen voor de eilanden: Balearis Major, nu Majorca en/of Mallorca geheten, en Balearis Minor, nu Minorca geheten.

Als laatste tomaten en mais. Zonder tijdreizen zullen we wel nooit weten of de oude Romeinen tomaten en mais lekker zouden hebben gevonden. Toen tomaten in 1548 in Italië belanden, via Spanje uit de Nieuwe Wereld, was zowel de cultuur als de macht van de oude Romeinen al lang verdwenen.

De herontdekking van geschriften als Apicius maakt het wel mogelijk te weten wat de oude Romeinen wel aten. Hamburgers van vlees, zeker, in de vorm van Isicia Omentata, en die zijn heel erg lekker. Burgers van bonenpuree, onduidelijk, nog niet kunnen vinden in oud Romeinse recepten.

Bonen hadden in de oudheid sowieso een listige reputatie. Pythagoras bijvoorbeeld at geen bonen, mogelijk omdat winden geen harmonie brengen en het tevens teveel op mensenvlees leek. Voor Egyptenaren waren (tuin)bonen heel belangrijk als voedsel, maar priesters mochten of wilden ze niet eten. Toch staan er 2 recepten met bonen in Apicius [1]. Waarschijnlijk wordt ook hier met bonen, tuinbonen bedoeld, maar zeker is het niet.

In het eerste recept in Apicius mag je kiezen of je erwten of bonen gebruikt om een bonenpuree te maken, met onder andere hardgekookte eieren en honing erin. Het heet pisam Vitellianam siue fabam, en is vernoemd naar Aulus Vitellius, die in de 1e eeuw slechts 8 maanden keizer was [2]. Tijdgenoten benoemen zijn gulzigheid, al dan niet terecht, maar gezien zijn buste [2], at hij niet weinig. In het 2e recept gaan hele erwten of bonen, je mag weer kiezen, en is ook vernoemd naar Vitellius: pisam siue fabam Vitellianam. Andere ingrediënten zijn onder andere lavas, oregano, venkelzaad en olijfolie.

Historisch: bonengerechten ja, bonenburger nee.

Nog niet opeten (voor 4 burgers)

  • 800 gram zwarte bonen in blik (al gegaard)
  • 10 walnoten, gedopt
  • 10 hazelnoten, nog in hun bruine vliesje
  • 16 pistachenootjes, zonder dop
  • 6 volle eetlepels bloem
  • 1 afgestreken theelepel knoflookpoeder
  • 1 afgestreken theelepel uienpoeder
  • 1 afgestreken theelepel laospoeder
  • 2 eieren
  • 1 vleestomaat
  • 150 gram mais, uit blik
  • 4 eetlepels tomatenconcentraat, doppio
  • 4 volle eetlepels mayonaise
  • 2 afgestreken eetlepels grove mosterd
  • klontje boter
  • 4 Italiaanse bollen
  • rucola
  • waterkers

Kruiderij zit ook al in de Italiaanse bollen.

Aan het werk

Rooster de walnoten, hazelnoten en de pistachenootjes in een droge koekenpan. Vijzel ze daarna in grove stukken.

Laat de bonen uitlekken en prak ze dan met een aardappelstamper, in een kom met een platte bodem. Niet alle bonen hoeven stuk, wel een ruime meerderheid.

Kluts de eieren los en voeg deze toe, net als de stukjes noot. Verdeel er de bloem overheen.

Meng alles goed door elkaar en zet de kom dan 5 à 10 minuten in de koelkast om de bloem de tijd te geven het vocht op te nemen. Maar een paar uur in de koelkast is ook geen probleem.

Nu 4 platte burgers maken van de plakkerige bonenmassa, ter grootte van het broodje waarin je het straks opeet. Een makkelijk hulpmiddel is een grote koekjesring.

Laat een klontje boter smelten in een brede koekenpan. De bonenmassa is vieren delen. De koekjesring in de koekenpan leggen. Met een opscheplepel een kwart van de bonenmassa in de ring leggen en dan meteen met een spatel de massa in vorm duwen. 3 keer herhalen met dezelfde ring.

Bak de burgers op laag vuur in ongeveer 10 minuten gaar. Regelmatig keren, anders kan de buitenkant zwart worden.

Snij de vleestomaat in stukjes, verwijder de witte kern en de zaden. Verhit de mais en tomatenstukjes tot ze warm zijn.

Smeer tomatenconcentraat op de onderste helft van de broodjes. Leg de burgers erop.

Meng de mayonaise, mosterd, tomaat en mais door elkaar en verdeel dit over de burgers.

Drapeer er wat rucola en waterkers over en leg de bovenste helft van de broodjes erop.

Direct serveren.

Resultaat

Super. Zwarte schildpadbonen, zoals ze voluit heten, hebben een stevige, vleesachtige structuur. Perfect voor burgers, dat blijkt maar weer eens.

Na deze maaltijd is uitbuiken verplicht.

Omdat we er friet bij aten, de broodjes, besprenkeld met wat water, eerst nog in de nog opwarmende oven gezet tot ze warm waren. Daarna de broodjes uit de oven gehaald, de friet gebakken en de burgers samengesteld.

Variatie

Bij burgers wil er wel eens van alles af vallen.

Dat kan je voorkomen door de vleestomaat in plakken te snijden. De witte kern en zaadjes verwijderen en dan heb je een ronde muur op je burger waarin je de mais en ui kunt neerleggen.

Referenties

  1. Apicius. Compilatie van recepten, vermoedelijk niet later verschenen dan het jaar 300.
  2. Aulus Vitellius, op de site imperiumromanum. Laatst bezocht op 09-02-2024.

 

4 gedachten over “Zwarte bonenburger in een Italiaanse bol

  1. Hoi BroeR, ik zie helaas steeds vaker op het Internet dat samenstellingen los worden geschreven, ik vermoed dat dit vooral door de invloed van het Engels komt. Ik heb het dan over eenvoudige samenstellingen zoals tonijnsalade. Jij kaart een vrij ingewikkeld spellingsprobleem aan, maar wel leuk om daar ook je tanden eens in te zetten! Kan me goed voorstellen dat het een stevige hap is, jouw burger, maar klinkt erg smakelijk. Wij eten deze week onder andere sperziebonen met een saucijs en aardappelpuree, een stoofpotje van bruine linzen (op Franse wijze) met rijst en foe yong hai met gewokte wittekool. Fijne eetweek!

    1. Duits. Het eerste vak dat ik kon laten vallen na 1 jaar. Meteen gedaan!

      Was voor vakanties en zo geen probleem. Had al lang spreek-Duits geleerd van de Duitse TV. Tatort en voetbal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *